De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

DRAGENDE ZIJN KRUIS

15 minuten leestijd

En Hij, dragende Zijn kruis, ging uit naar de plaats genaamd Hoofdschedelplaats, welke in het Hebreeuws genaamd wordt Golgotha. Johannes 19 vs. 17.

Lezer. Ziet gij het ? Ziet gij het schouwspel, dat de evangelist ons wil laten zien ? Wij hebben er al zo lang van gehoord, dat het wel eens kon wezen, dat wij het niet meer zien. Maar in onze tekst is blijkbaar iemand aan het woord, die het zelf gezien heeft en ons wil helpen om het ook te zien.

,,En Hij, dragende Zijn kruis". ,,Wij hebben voor ons het evangelie van Johannes, de Apostel, die alles zelf heeft meegemaakt en onze tekst is één van die kleine bijzonderheden, waaraan wij de ooggetuige herkennen. Als wij nauwkeurig vertalen, staat er eigenlijk: ,,en Hij, zelf Zijn kruis dragend, ging uit". Dat was nu eenmaal zo de gewoonte in het Oosten, dat degene, die tot de kruisstraf veroordeeld was, zelf de palen, waaraan hij straks zou worden opgespijkerd, naar de gerichtsplaats dragen moest. Nu berichten de andere evangeliën, dat men ditmaal een zekere Simon van Cyrene, die daar bij geval voorbij kwam, dwong om het kruis van Jezus op zich te nemen. Wacht even, zegt nu in onze tekst Johannes. Dat van Simon, die het kruis droeg, is wel waar, maar met dat dragen van Simon is het toch niet begonnen. Eerst stond daar Jezus, en toen Pilatus Hem veroordeeld had, legde men het kruis op Zijn schouders, naar het gebruik. Pilatus heeft dus niet geluisterd naar de stem van het recht of naar de waarschuwing van zijn vrouw.

Wèl heeft hij betuigd, dat hij zich onschuldig voelde en gezegd tot het volk : gij moet het verantwoorden. Toen heeft het volk geroepen : „Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen". Op vreselijke wijze is ongeveer 40 jaar later dat woord vervuld. Toen is werkelijk het bloed van Jezus gekomen over de kinderen van de mensen, die hier stonden te roepen.

Gedurende het beleg van Jeruzalem in 't jaar 70, zijn dagelijks bijna 500 Joden gekruisigd ; duizenden zijn als slaven verkocht en in Rome voor de wilde dieren geworpen. Maar dat wisten deze mensen toen nog niet. Zij eisten de dood van Jezus en Pilatus besloot toe te geven. Hij liet Jezus op 't grote plein brengen, waar de rechterstoel stond. Om de Joden nog eenmaal te sarren, riep hij uit : ,,zie, uw Koning". Toen riepen zij luide : ,,Weg met Hem, kruisigt Hem". Daarop sprak Pilatus het vonnis uit over Jezus : ik oordeel, dat Hij gekruisigd moet worden. Ontroerende uitspraak. Als dan de apostel verhaald heeft waf er op Gabbatha gebeurd is en nu verhalen wil wat er op Golgotha gebeurde, begint hij de geschiedenis van Golgotha met deze woorden : ,,en Jezus, zelf Zijn kruis dragende, ging uit".

Ik vraag nog eenmaal: Ziet gij het ? Hier is Jeruzalem, de vrolijke vrome stad, de liefde en het heimwee van ieder Israëliet, de stad des groten Konings. ,,Jeruzalem, zo ik u vergete". . . . . Hier is Jeruzalem en hier is heel de wereld met het bonte en interessante leven, dat zich daarin afspeelt. De wereld, waarin de techniek zo knap is, waarin de geneeskunde zoveel vorderingen heeft gemaakt, waarin musea vol schoonheid te bewonderen zijn, de wereld, die in veel punten zo tevreden is met hetgeen zij heeft bereikt en die hoopt op nog veel meer. Straks is er voor ieder een huis en een mooi huis, met veel luxe. De wetenschap zal verder schreiden, de radio en de televisie zullen verbeteren, het wordt nog eens feest, en als eenmaal het oorlogsmonster bedwongen is, zal er aan de heerlijkheid dezer aarde geen einde zijn.

Maar ziet gij nu ook, wat Johannes zag ? Dwars door de straten van Jeruzalem, dwars door de wereld heen, gaat Jezus met een kruis. Ziet gij het ? Jezus met een kruis. Gods Zoon, die geen begin heeft gehad, die echter mens is geworden en de rechtmatige Koning van hemel en arde is. Die met een kruis, dat vloekt toch met elkaar ? Wat heeft Jezus met de galg te maken ? En wat heeft de galg met Jezus te maken ? Hoe is Jezus aan dat kruis gekomen ? Dat heeft Hij gekregen door Jeruzalem en door de wereld. Dat kruis is de vrucht van alle daden van Jeruzalem. Alle geleerdheid, alle techniek, het hele leven der mensheid heeft als resultaat, dat Jezus daar moet gaan met Zijn kruis.

Ik zie de zon op de velden van Holland ; ik zie de nijvere arbeid in de fabrieken ; ik lees van de vele feestvergaderingen, die gehouden worden van week tot week, met toneel en dansen na ; ik hoor soms het gejoel van de genietende, de dag Gods ontheiligende voetballers en toekijkers, en dan zie ik dwars door deze wereld dus ook langs de straten van onze dorpen en steden, Jezus trekken met Zijn kruis. Ziet u het ook ? En waarom draagt Hij Zijn kruis ? Door de voetballers en feestvierders, door de nijvere arbeiders en door de sleurkerkgangers, ja, door ons allen. Ziet gij het ? Jezus, zelf Zijn kruis dragende, gaat ook dwars door onze gemeenten.

In de lijdensgeschiedenis wordt ons de zonde getoond in haar volle ontplooiing. Erger dan het hier geschiedt, kan het wel niet. Ik denk hierbij aan het woord van menig onverschilhg mens : ik doe niemand kwaad ! Neen, ze doen alleen God kwaad, door Hem uit hun leven te werpen. Die mensen, die nooit naar een kerk gaan, die voetballers en uitgaanders op de dag des Heeren, die dansende en toneelspelende mensen, geven God niet de erkenning, de eer en de gehoorzaamheid, die. Hem toekomt, die Hij eist. En dat doen ook vele kerkgangers niet. En dan doen zij tenslotte hetzelfde wat daar in Jeruzalem gebeurt : zij leggen Jezus het kruis op. Daar is, behalve de lijdensgeschiedenis, nog een hoofdstuk in de Bijbel, dat ons de zonde doet zien, maar dan in haar begin. Ik bedoel natuurlijk Genesis 3.

De slang vraagt aan Eva, of zij nu van niet één boom mag eten. Gerust, zegt Eva, alleen van één boom niet! Zolang Eva zich nu maar aan het woord houdt: gij zult van die niet eten, noch hem aanroeren, gaat alles goed. Hoe moet nu de duivel haar van dat woord af krijgen ? Dat weet hij best. De leugenmond zegt: ,,gij zult niet sterven, maar als God wezen". Dat komt dus hierop neer, wat God gezegd heeft, is een leugen, en de bedoeling deugt ook niet : het is bangmakerij. God is een onbetrouwbaar Wezen. Daarmee is volgens Genesis 3 de zonde begonnen. Toen volgde de hoogmoed. De mens, die God wantrouwt, zoekt wat anders om te vereren en vindt zichzelf. Men spreekt tegenwoordig van het humanisme. Dat is de verering van de mens. Doordat de mens te laag gaat denken van God, gaat hij te hoog denken van zichzelf. En als Eva zover is, komt er nog een derde bij. Tevoren zag zij alleen de bomen, die God gegeven had. Nu ziet zij de verboden boom in het licht van het wantrouwen. Zij ontdekt, dat die boom zeer begeerlijk is. Dit stuk wereld trekt al haar aandacht, zij kan er haar ogen niet meer van afhouden. Geen wonder, dat zij er aanstonds haar handen niet meer van af kan houden. Daar hebt ge de drie trappen in het kwaad : wantrouwen, hoogmoed en aardse begeerlijkheid.

De laatste zonde hebben we aangetroffen bij de schare en bij Pilatus. De schare heeft zich tegen Jezus gekeerd, omdat. Hij haar begeerte naar een werelds koninkrijk niet heeft voldaan. Pilatus heeft Jezus veroordeeld, omdat hij niet de kans wou lopen zijn positie te verspelen. De mensen in het algemeen zouden Jezus wel willen, als Hij maar voorzitter wou worden van de actiën voor brood en spelen. Nog wezenlijker is de hoogmoed, die zich overal openbaart, maar niet het minst in kerkelijke en godsdienstige kringen. Een mens kan de schijn aannemen God te dienen en daarin zich zelf op de troon brengen.

De mensen, die niet vernederd wilden worden, hebben bij uitstek Jezus naar het kruis gebracht, omdat Hij hun eigenzucht medoogenloos ontmaskerde en de mens in loutere ootmoedigheid voor God wou stellen. Verder was het wantrouwen en ongeloof overal en 't pijnlijkst bij de discipelen. Zo is de gerijpte vrucht van Genesis 3 de kruisiging van Christus. Ziet gij het ?

„En Hij, dragende Zijn kruis, ging uit". Ziet ge het, dat Jezus daar dwars door de wereld gaat met Zijn kruis ? Men zou kunnen denken, dat men Hem midden door de Kerk heen ziet gaan en dat wij Hem laten gaan en dat wij ons een iegelijk naar onze eigen weg keren. Ziet ge het? En ziet ge het niet alleen, maar verstaat gij het ook ? Het is hier toch anders dan in Genesis 3. Hier is iemand, op Wien alles neerkomt. Alles wat er aan wereldse gezindheid, hoogmoed en ongeloof te denken is, wordt verenigd tot één kruis en dat éne kruis wordt gelegd op één man. Vervolgens staat er : en Hij, dragende Zijn kruis, ging uit. Wie is de Ene, die met dat kruis begiftigd wordt ? Die Ene is de beste der mensen. Er is één mens geweest in de wereld, die niets met zonde te maken had..

Ongeloof, hoogmoed, wereldgezindheid, waren Hem gelijkelijk vreemd. Op die Ene zijn juist ale zonden aangestormd en die Ene hebben de zondige mensen tot hun slachtoffer verkozen. Daar zijn er, die zeggen dat de mensen zo slecht niet zijn. Als men ze maar de goede weg wijst, willen ze die wel gaan. Maar hoe komt het dan, dat heel de wereld samen. Jood en heiden, Jezus gekruisigd heeft. Die niets liever deed dan de rechte weg leren ? Denk eens, lezer, zou het niet kunnen, dat ook wij, zij het op niet zo duidelijke wijze, iedere dag bezig zijn Jezus uit te werpen ? Hij moet maar weg, de gedachte er aan moet maar weg, de ware vernedering onder Hem moet maar weg. Zou het kunnen, dat ook deze en gene onder ons hoogmoedig is en de ware Jezus niet uitstaan kan ? Het schijnt, dat wij niet zulke edelaardige mensen zijn, als we tenminste naar het kruis van de Edelste, de zuiverste der mensen oordelen mogen.

Toch, we zijn er nog niet. Jezus is niet de Edelste der mensen alleen. Hij is ook de Zoen Gods. God uit God, God met ons. En nu komt het zonderlinge van de lijdensgeschiedenis. Tegen wie komt het zondige in de mens ten volle in het geweer ? De hebzucht van Judas, de jaloersheid van de Overpriesters, de hoogmoed der Farizeërs, de bangheid van Petrus, de genotzucht van Herodes, de wreedheid der soldaten, wie moet dit allemaal lijden, op wie komt de last daarvan neer ?

Zij komen allemaal neer op Hem, die voormaals bij God was en tot ons gekomen is, die absoluut geen schuld aan de zonde had. In Genesis 3 is de mens weggejaagd uit het paradijs Gods, Toen heeft de mens zichzelf zo'n beetje een paradijs op aarde gebouwd. In dat pseudo-paradijs heeft God het gewaagd zich te vertonen in Christus, en nu loopt het er op uit dat God wordt weggejaagd uit het paradijs van de mensen. Het is hier de omgekeerde wereld. Volgens recht moeten de mensen sterven om hun zonde, doch in de lijdensgeschiedenis moet God in Christus boeten voor de zonde.

Kan het nu wezen, dat ook in ons leven zo'n paradijs gebouwd is, een paradijs van een zaak, van een genoeglijk leven, van een voorspoedig leven, van een hoog ambt, van een godsdienstig leven, van een kerkelijk leven, en dat toch de Heere God buiten ons leven gehouden wordt ? Ik zie Jezus altijd nog maar lopen dwars door de feesten en het werk en de kerken van ons mensen, hier, en Hij draagt zelf Zijn kruis en wij laten Hem maar gaan, zonder ons kruis achter Hem te dragen. Want wat doet Jezus met dat kruis ?

Het evangelie antwoordt: Hij draagt het zelf. Naar het lichaam kan Hij het straks niet meer dragen, doch dan zal Hij het toch naar de ziel blijven dragen. Hier is het grootste, wat er in de wereldgeschiedenis bekend is, het plaatsvervangend lijden. Gij weet toch wel, wat die man zei in het kamp van de politieke gevangenen over zijn straf? Hij zei, dat wij moeten boekten voor onze zonden. Dat moeten wij inderdaad voor de zonde van hoogmoed, wereldgezindheid en ongeloof.

Denkt men werkelijk, dat God, de rechter van hemel en aarde, dat allemaal maar dragen kan : de ontheiliging van Zijn dag het stelen en roven, de onverschilligheid jegens Kerk en God, de talloze heimelijke zonden ? God kan ze niet dragen. Hij zal de schuldige geenszins onschuldig houden. Wij moeten boeten. Voelt ge dat niet, lezer : wij moeten boeten ! En nu zie ik weer die nauwe straten van Jeruzalem en het grote plein van Golgotha. Daar gaat Jezus met Zijn kruis. Hij loopt een beetje moeilijk, maar 't gaat! En in de hemel zingt de Kerk : ,,Gij zijt geslacht en hebt ons Gode gekocht". Toen heeft God het goedgevonden, dat de enige Zoon voor ons de boete voldeed. Hij is het Lam Gods, dat de zonde der wereld draagt. Hij geeft Zijn leven tot een losprijs voor velen. ,,Hij is om onze overtredingen verwond en om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld". De mensen hebben Hem aan het kruis gebracht. Hij heeft niet tegengesparteld. Hij heeft niet gebeden om de twaalf legioenen engelen. Hij heeft zelfs niet tegengesproken. Hij heeft deze weg willen gaan, opdat u en ik van ons kruis bevrijd zouden worden, zo wij tot Hem gaan. Hoe moet ik het nu eens zeggen, lezer, dat u zou geloven : ik moet eenmaal boeten, want ik heb tegen God gezondigd. Daar staan zulke roerende schuldbelijdenissen in de Bijbel : ,,Ik heb gedaan dat kwaad was in Uw oog. Dies ben ik. Heer', Uw gramschap dubbel waardig".

Lezers. Hoe moet ik het nu eens zeggen, dat gij het gevoelt en er de smart van gevoelt, dat gij tegen het heilige Wezen hebt gezondigd ? Ik kan 't alleen maar zó zeggen : wij moeten boeten. En wij hebben eraan meegewerkt, dat Jezus Zijn kruis zo zwaar weegt.

Wij allen zijn gebonden, door jammerlijke zonden. „Ik ben 't, o Heer, ik ben 't, die U dit heb gedaan. Ik ben die zware boom, die U had overlaan. Ik ben de taaie streng, waarmee Gij gingt gebonden. De nagel en de speer, de gesel die U sloeg, de bloedbedropen kroon, die Uwe schedel droeg ; want dit is al geschied, helaas, om mijne zonden". Lezer, als we 't zagen, die wankelende Jezus met Zijn zware kruis, en als we de liefde zagen voor een arm en verloren volk, die uit dat kruis spreekt, we zouden er op onze knieën naar toe kruipen om de gezegende handen van dit weerloze Lam te kussen.

,,En Hij, dragende Zijn kruis, ging uit naar de plaats genaamd Golgotha".

Ziet ge het ? Als .we Jezus zien met Zijn kruis, moeten we inderdaad zeggen : zo zijn de mensen. Maar we mogen ook iets anders zeggen, n.l. : zo is Gód ! Hij heeft dit offer aangenomen. Hij heeft het zelfs zonder dit offer voor de zonden niet willen doen. Maar Hij heeft ook dit offer voor de zonden gegeven. Ziet ge daar Jezus gaan, wereldling ? U hebt misschien niets tegen Jezus. U schuift Hem alleen opzij. U gaat liever op Zondag uit, dan naar de kerk ; u feest liever door de week, dan dat u in de Bijbel de lijdensgeschiedenis leest ; u gaat onverschillig aan Gods Vertegenwoordiger op aarde voorbij. Alleen als u vreest dat ge in uw vermaken zoudt beknot kunnen worden, roept ge mee : weg met Hem, kruisig Hem. Ziet ge het, wereldling. Hij draagt Zijn kruis en dat hebben ook uw zonden gedaan en dat heeft Hij nu ook voor u gedaan, als gij u bekeert, de wereld verlaat en Hem zoekt.

En Hij, zelf zijn kruis dragende, ging. Ziet gij het, bekommerde ? Ziet gij Hem door de stad Jeruzalem, door Rotterdam en Amsterdam, door al de drukte heen, door uw goede dorp en door heel de wereld, ziet gij Hem gaan ? Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij het heeft willen aanzien dat de wereld Zijn eniggeboren Zoon schandelijk uitwierp, ja, dat Hij hem stelde tot een offerande voor onze zonden. Vreest nu niet, maar geloof alleenlijk : Hij, die Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, zou Hij u met Hem niet alle dingen schenken ? Ziet ge het wel goed ? Hij draagt gewillig Zijn kruis om te boeten. En hoor, wat Hij vervolgens zegt: „Kom tot Mij, gij allen, en Ik zal u rust geven", ook de rust van de vrede met God en de vergeving der zonden.

En Hij, zelf zijn kruis dragende, ging. Ziet gij het, begenadigde ? Dat deed Hij voor u, wat doet gij voor Hem ? Hij heeft u geholpen, helpt gij ook de arme en ellendige mensen, die de Heere op uw weg brengt ? Dit deed Hij voor u, wat doet gij voor Hem? Jezus gaat maar voort met Zijn kruis, opdat wij de straffen van de val in het paradijs zouden ontkomen. In Genesis 3 heeft de mensheid verkeerd gekozen. De lijdensgeschiedenis biedt ons gelegenheid nog eens over te kiezen. Willen wij blijven behoren bij de wereld met haar zonde ? Of willen wij horen bij Hem, die voor de zonden geleden heeft om ons tot God terug te brengen. Hebt gij al gekozen ?

(Veenendaal)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's