Samuël een zoon der Wet
FEUILLETON
EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA
143)
Allen waren opgelucht, en keken toch tegelijk met een zekere afschuw toe. Mandel merkte dat en vond het onuitstaanbaar. Het bloed vloog hem naar zijn gelaat. Hij vond, dat zijn vader op het punt stond zich ten aanschouwe van heel het dorp te verlagen.
,,Zo iets kan men niet om geld doen. dat kan men alleen doen, omdat de wet het wil, riep hij haastig. ,,Ik zou 't voor geen geld willen doen ! Houden jullie dat dus maar, ik wil wel in plaats van mijn vader naar beneden gaan." Hij wierp zijn jas al uit, en stroopte zijn broek en zijn mouwen ver op.
,,Stik en word stom !" zei Lemberger woedend naast hem. „Jij stommeling ! Iedereen vindt het goed, en nu verknoei jij het nog. Het is immers zó klaar, vooruit !" Hij duwde hem achteruit, ontdeed zich snel van alle kledingstukken, die hij maar missen kon, schepte nog één keer diep adem, en klom toen de sporten af.
Het licht dat van boven kwam was genoeg om hem de omtrekken van het lijk te doen waarnemen. Heel snel breidde hij op de bodem, die door stenen, ingewaaid zand, en dorre blaren erg ongelijk was, de zak uit, en rolde het lijk daarop. Toen riep hij : ,,Halen !" .
Het lichaam kwam naar boven en werd door heel wat handen tegelijk aangepakt en op zij getrokken. Zij draaiden het nu om, terwijl zij het op het kleed rolden, zonder dat zij het behoefden aan te raken, zodat het op de rug kwam te liggen, terwijl het nijdige gezicht van Lemberger ook weer buiten het gat verscheen.
Een uitroep van verschillende kanten tegelijk deed zich horen : „Fanuël! Fanuël Lemberger !"
Mandel sprong op hetzelfde ogenblik toe, en greep zijn vader onder diens armen, opdat hij niet weer naar beneden zou storten.
De oude man had beneden niet gemerkt, wie hij daar uit de kuil haalde. Nu kon hij niet meer op de been blijven, maar zonk hij aan de stenen rand ineen, kromde zich voorover en greep in zijn haren. Mandel hield hem vast.
Er was een papier op de borst van de dode bevestigd. Daarop stonden in het Arabisch de halfverbleekte woorden : ,,Moordenaar van Farhud Iskander". En in een knoopsgat van zijn jas was als een ridderorde een stukje ingevlochten van een witte armband, die van dezelfde makelij was als die halsketting, die Rea van haar man had gekregen. Dat was het bewijsstuk, dat de bloedwrekers hem hadden meegegeven.
De speurzin der Fellahs had dus blijkbaar ontdekt, wat de gendarmes verborgen was gebleven.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's