Samuël, een zoon der Wet
FEUILLETON
EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA
144)
Allen stonden er stom en uit het veld geslagen bij. Niemand waagde het om een woord van troost tot Lemberger te richten ; alleen Mandel bleef zich met zijn vader bemoeien.
Eindelijk zei er een, heel eerbiedig : „Als hij de moordenaar was, moeten wij het dankbaar aanvaarden, dat hij zijn wreker in het geheim gevonden heeft, en dat de naam des Heeren niet voor de ongelovigen door de beul ontheiligd is."
Er ging een boodschap naar de justitie te Haifa. Enige mannen bleven bij het lijk gedurende de nacht de wacht houden, en onderhielden een klein vuur van dorens, om de roofdieren op een afstand te houden. Mandel had zijn vader naar huis gebracht en hem water gegeven voor zijn reiniging, telkens weer fris water. Lemberger zei nog altijd geen woord, hij kon nu, helemaal in strijd met zijn gewoonte, van die wassingen maar niet genoeg krijgen.
Hij zuchtte maar en spoelde zijn handen, en hij zuchtte weer, en goot water over zijn hoofd en over zijn hals. Hij deed al zijn kleren uit, en goot toen water over zijn lichaam. Hij wou die kleren ook niet meer aanraken, en liet zich zijn Sabbatskleren brengen, en een ander hemd.
Zo kwamen bij hem afschuw, verbaasdheid en ontzetting aan de dag.
,,Daar, begraaf die", zei hij, terwijl hij met zijn voet op de afgelegde kleren duidde. Dat was het eerste, wat hij sprak. „Raak ze niet aan, neem de schop er bij."
En nu kwamen weer de officier van justitie en de gendarmes.
Deze mensen vonden, dat alles duidelijk genoeg was, en naar Arabisch gebruik ook geheel in orde. Er was geen twijfel aan, dat de bloedwraak de moordenaar had getroffen. Er werd alleen bloot voor de vorm nog een vervolging van de bloedwreker op touw gezet. De Turkse overheid wist toch wel, dat deze trieste volksgewoonte niet uit te roeien was. Lemberger zelf stelde ook geen prijs op verder onderzoek. De officier gaf permissie tot het begraven van het lijk, en beloofde, dat hij te Haïfa zou zorgen voor zo spoedig mogelijke invrijheidsstelling van Jacob Ruben.
De bijna volledige dorpsvergadering vroeg zich af, waar men de terechtgestelde, die toch tot hen behoorde, zou begraven. De begraafplaats van Baitjisrael was hiervoor niet toegankelijk. En in Schaloom hadden ze nog geen dode te betreuren gehad.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's