Gereformeerd en Confessioneel
Naar aanleiding van een schrijven van of namens de Vereniging „Kerkelijk Leven" te Ede, het volgende :
Te Ede blijkt bovengenoemde Vereniging werkzaam te zijn om o.a. de beroeping van een „Confessioneel" predikant te bevorderen. Zij heeft zich volgens haar schrijven een en andermaal tot de kerkeraad gericht zonder het gewenste resultaat. Intussen scheidde een gedeelte der leden van deze Vereniging zich af en richtte een Hervormde Evangelisatie op.
De Vereniging neemt dit blijkbaar niet voor haar verantwoording en werkt in haar geest door.
Onder verwijzing van wat wij naar aanleiding van dergelijke verschijnselen in de Waarheidsvriend schreven, onlangs naar aanleiding van een artikel van ds. Groenewoud in de Gereformeerde Kerk en eerder, in het nummer van 27 Februari '47, werd in de ,,Mededelingen" van boven genoemde Vereniging een ,,Hoor en Wederhoor" geschreven, hetwelk ons mede werd toegezonden bij gemelde brief. Een en ander wordt vergezeld van het verzoek om reactie, hetzij in „De Waarheidsvriend" of in de „Mededelingen".
In de aangehaalde artikelen van 27 Febr. 1947 hebben wij de zaak formeel naar het statuut gesteld. Geref. Bond en Conf. Vereniging stellen zich volgens statuut op de Grondslag der belijdenis in de Drie Formulieren neergelegd.
Daarin hebben wij o.a. ook geschreven, dat een ouderling, die „op de leer zit" een preek naar de confessie van een confessioneel predikant, die een voorwerpelijke waarheid brengt, niet zou kunnen afkeuren.
Men zal deze uitspraak echter moeilijk tegen mij in het geweer kunnen brengen, alsof daarin een argument ware gegeven om nu alle ,,Gereformeerde" kerkeraden maar te bewegen, dat zij aan de wens van een zich confessioneel noemende minderheid moeten toegeven en een confessioneel predikant beroepen.
Dit volgt reeds daaruit, dat de ,,gereformeerde" kerkeraad aan de ,,confessionele" groep de vraag kan voorleggen, of de prediking, die de kerkeraad brengt — de „gereformeerde" prediking dus — niet overeenkomt met de confessie.
Een groep, die zich als confessioneel aandient, zal bezwaarlijk kunnen zeggen, dat dit niet zo is en dat de gereformeerde prediking in strijd is met de belijdenis.
Deze vraag werd door ons, als wij in zulk een situatie werden betrokken, meermalen aan belanghebbenden gesteld. Het antwoord was : ,,neen, dat kunnen wij niet zeggen".
Dan kwam de tweede vraag : Waarom voegt u zich dan niet onder die prediking ? De kerkeraad toch heeft de verantwoordelijkheid voor de Dienst des Woords en als men niet kan zeggen, dat de kerkeraad die Dienst verzorgt in strijd met de belijdenis, hoe wil men dan kerkelijk leven en zich niet onder de prediking voegen ?
Men kan al deze dingen ook andersom stellen. Als de kerkeraad een confessionele prediking brengt, die zulk een waardering mag dragen, kan men aan een gereformeerde minderheid ook vragen: preekt de dominé dan in strijd met de confessie ? En indien men dan moet antwoorden : ,,neen, niet in strijd", dan kan men ook vragen : Waarom voegt gij u dan niet onder die prediking ?
Eerlijk gezegd wordt de kwestie zowel bij confessionelen als bij gereformeerden zo niet in de eerste plaats gesteld. Maar, als die zo gesteld wordt, zijn er confessionelen en gereformeerden, die genoeg kerkelijk besef hebben om particuliere gevoelens en wensen ondergeschikt te maken aan datgene, waarmede men in de gegeven omstandigheden tevreden moet zijn.
Maar de zaak kan alleen zo gesteld worden, indien men enerzijds met een ,,confessionele" en anderzijds met een ,,gereformeerde" prediking te maken heeft, die zulk een waardering op goede grond mag dragen. De ,,ligging" van ,,confessioneel" en ,,gereformeerd" mag enigszins anders zijn, maar ook de confessioneel zal de ,,bevinding" niet verachten, terwijl de gereformeerde heeft te waken tegen valse mystiek.
Wanneer wij het zo stellen, komen gereformeerden en confessionelen heel dicht bij elkander. En die alzo gezind zijn, zouden tezamen wel kerkelijk kunnen leven en overeenstemming vinden in de dingen, waardoor zij gescheiden worden, zoals het kerkbegrip en de liturgie.
Daaraan behoeft niet getwijfeld, omdat zij in de huidige situatie reeds hun eigen wensen en begeerten aangaande de Dienst des Woords achter stellen bij de onderhouding van de gemeenschap der kerk.
Waar zulk een geest van kerkelijke saamhorigheid en geloofsgemeenschap overheerst, hoort men niet van evangelisaties van confessionelen tegen gereformeerden en omgekeerd. Daarom moet er veel ontbreken aan het gemeenschappelijk geloof, waar men naast en tegen de kerkeraad verenigingen opricht voor kerkelijk leven, naast en tegen de kerkeraad leiding zoekt te nemen en voorlichting gaat geven. Wij leggen de nadruk op dat naast en tegen de kerkeraad, want dergelijke verenigingen worden niet door de kerkeraad of in opdracht van de kerkeraad in het leven geroepen.
Zulke verenigingen zijn niet anders dan een middel om op eigen gezag en naar eigen inzicht werk te doen, dat op de weg van de kerkeraad ligt, — of het werk van de kerkeraad eigenmachtig willen verbeteren !
Waarheid, gezag en norm schijnen in onze tijd wankele zaken te zijn. Men roept over de verburgelijking van de kerk en men grijpt de verburgelijking aan om zijn eigen inzichten te doen bovendrijven. En dat noemt men dan „kerkelijk leven" „evangeliseren".
Er moet toch heel ernstig bezwaar kunnen worden ingebracht tegen het beleid van de kerkeraad en alle geoorloofde middelen en wegen om de kerkeraad daarvan te overtuigen en tot bekering te roepen moeten beproefd zijn, vooraleer men voor God vrijmoedigheid kan hebben om zich af te scheiden en het werk van de kerkeraad ter hand te nemen — en zelfs godsdienstoefeningen op eigen gezag in het leven te roepen naast en tegenover de officiële diensten.
Het merkwaardigste daarbij is, dat men heel gewoon lidmaten blijft van de gemeente, of reglementair bekeken, van de Hervormde Kerk, hoewel men zich feitelijk afscheidt.
Wij zeiden : Er moet heel ernstig bezwaar kunnen worden ingebracht tegen het beleid van de kerkeraad vooraleer men voor God vrijmoedigheid kan hebben om zo te handelen.
Dat wordt niet altijd bedacht, immers onder de Synodale organisatie zijn al deze dingen zo gewoon geworden, dat men om allerlei persoonlijke gevoelens en verschillen tot zulke onkerkelijke vormen overgaat.
Wie waarlijk confessioneel of gereformeerd moge zijn, kan dat met een gerust geweten niet doen, tenzij de officiële prediking zozeer in fundamentele stukken afwijkt, dat deze niet meer een Dienst der Woords kan worden genoemd.
Helaas zijn er gemeenten in de Hervormde Kerk, waar dit het geval is, zodat er van een kerkelijk leven in Schriftuurlijke zin geen sprake kan zijn. En het ziet er niet naar uit, dat de nieuwe koers daarin verbetering zal brengen. Het is toch duidelijk, dat men tot binding aan de belijdenis der kerk niet wil overgaan en zelfs de binding aan de Heilige Schrift, zoals de reformatorische confessie dit verstaat, wordt door velen als een overwonnen standpunt verworpen.
In dit stuk, hetwelk toch de enige grondslag van het kerkelijk leven is, behoorden gereformeerden en confessionelen één te zijn en elkander te vinden. De ervaring leert echter, dat men onder de naam van confessioneel op dit voorname punt en andere gewichtige stukken van de belijdenis der reformatoren leringen kan aanhangen en verbreiden, welke daarmede ten enenmale in strijd zijn. Voor de samenwerking van gereformeerden en confessionelen is dat een ernstige belemmering.
Zulk een rekkelijkheid geeft aanleiding, dat lieden onder confessionele vlag gaan evangeliseren tegen kerkeraden, die naar hun smaak te strak zijn.
Wij houden er ons van overtuigd, dat er z.g. „confessionele"' evangelisaties zijn, die aan de belijdenis getoetst een flinke dosis kerkelijk of liever onkerkelijk individualisme zouden vertonen.
Mogelijk zal men van confessionele zijde de opmerking maken, dat van zich gereformeerd noemende evangelisaties ditzelfde, kan gelden.
Dat mag zo zijn, maar neemt de kracht van ons betoog niet weg. Wij willen niet beweren, dat alle gereformeerde evangelisaties onberispelijk en volkomen verantwoord zijn.
Ons eigenlijke oogmerk echter is dit, dat wij willen aantonen, dat wij ons artikel van Febr. '47 niet hebben geschreven, omdat wij bereid waren, al wat zich aandient onder confessionele vlag als zodanig te erkennen. En ook niet om aan degenen, die zich confessioneel noemen, een argument in de hand te geven, waarop zij zich zouden kunnen beroepen, om de gereformeerde kerkeraad ter plaatse te bewegen, een confessionele dominé te beroepen.
Veeleer had dat artikel de strekking om de mensen er bij te bepalen, dat een confessioneel man, die zich aan zijn confessie houdt, geen wettig bezwaar kan hebben zich onder een gereformeerde prediking te voegen. En om.gekeerd, dat een gereformeerd man geen wettige reden heeft om zich te onttrekken aan de prediking van de confessionele predikant ter plaatse, indien hij waarlijk confessioneel is.
Zij beiden doen beter de kerkelijke gemeenschap te bewaren dan die te verbreken en te gaan evangeliseren.
De betrokken kerkeraden hebben hier een belangrijke taak. Zo zij een gereformeerde prediking voorstaan, hebben zij zorg te dragen voor de gezonde leer, die naar de Schriften is. Zij mogen geen andere overwegingen laten gelden dan deze en hebben te waken tegen uitwassen, die vreemd zijn aan het waarachtige leven der kerk en ergernis wekken, instede van de gemeente te bouwen.
Maar ook de confessionele kerkeraden hebben te zorgen voor een prediking naar de confessie, waarop de gemeente recht heeft. De gevaren voor afwijking van de gezonde leer, die naar de Schrift is, komen hier van een andere kant. De ervaring leert toch, dat vele confessionelen open staan naar een zijde, van waar het gevaar dreigt de strengen van het Evangelie los te laten. De winst, welke men daarvan verwacht, zal op verlies en schade uitlopen.
Wij zijn dus volstrekt niet van mening, dat het onderhavige vraagstuk zou worden opgelost, indien de kerkeraden zich op het standpunt stelden, dat zij aan de wensen der minderheidsgroepen om een predikant naar hun smaak te beroepen gehoor moeten geven. Indien confessionelen en gereformeerden zich naar de confessie, die zij onderschrijven, voegen, zullen zij de oplossing in die weg niet zoeken. Zonder het verwijt van partijdigheid over en weer tegen elkander uit te spelen, zullen zij tot het inzicht komen, dat zulke minderheidswensen geen halt maken bij confessionelen en gereformeerden. De enige oplossing kan gevonden worden in het streven van confessionelen en gereformeerden om elkander te vinden op de grondslag der confessie en in de onderlinge geschilpunten tot overeenstemming te komen.
Het zou reeds veel betekenen, als zij tot het inzicht kwamen, dat het kerkrechtelijk reeds een niet-confessioneel standpunt verraadt, als men van een kerkeraad, die een gereformeerde prediking op de kansel brengt en de Dienst des Woords in overeenstemming met de belijdenis verzorgt, verlangt, dat hij voor een z.g. confessionele minderheidsgroep een predikantsplaats ter beschikking stelt.
Een waarlijk confessioneel man kan dat kerkrechtelijk niet verdedigen.
En toch zijn er confessionelen, die dit heel gewoon vinden en in de gereformeerde gemeenten zelfs evangelisaties oprichten.
Dit schijnt dus wel te wijzen op een gebrek aan kerkelijk besef, of, men neemt het met de confessie niet zo nauw.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's