Een stem van „Kerk en Wereld”
II. (Slot).
In het tweede deel behandelt de auteur — zoals gezegd — het Herderlijk Schrijven van de kerkeraad van Eindhoven. Dit stuk wordt ons eerst geciteerd. Bij de bespreking hiervan wordt grote nadruk gelegd op de sohdariteit van Kerk en Wereld. Met grote instemming wordt K. Barth aangehaald — ook overigens de dominerende theoloog in dit boek — dat de uitoefening van helpende solidariteit in de uitwendige levensnood van de samenleving een wezenlijke functie is van de Kerk. Geen ogenblik afstand nemen van het onreine volk! Dat is Christelijke sohdariteit ! Daarbij moeten Christelijke beginselen 't geweldig ontgelden. Christus schenkt geen beginselen, maar telkens weer een begin ! Ook de uitverkiezings gedachte is voor die Christelijke solidariteit een hinderlijke sta in de weg. „Geloven wij, dat God een soort boeman is, met streken, een God, die ze achter de mouw heeft, en naast het genadige aanbod van de veel gepredikte Christus er nog een soort besluit op na houdt, waarin is vastgesteld, wie dit geloof op zijn stamkaart kan krijgen en wie niet ? Juist omdat deze uitverkiezing wordt verworpen, is het de roeping van de Gemeente om uit te zwermen in de wereld in Christelijke solidariteit om op alle terreinen des levens, in alle crisissituaties vlak naast de medemens te gaan staan.
Hierin is de uitverkiezing tot een caricatuur gemaakt. Zodra de mens hiervan een these maakt in plaats van een geloofsuitspraak, komt men tot eenzijdigheden. Dat doet de bijbel nooit en toch kent Gods Woord zeer beslist de uitverkiezingsvoorstelling. Hier immers moet het geloof, het zich volstrekt van God afhankelijk weten, eindigen. Let wel, eindigen. Wie er mee zou beginnen, komt tot valse lijdelijkheid en doemt zijn evangelisatiearbeid, indien hij daartoe nog lust zou gevoelen, tot mislukking. Dat is het juiste in Dippel's betoog. Maar dit neemt niet weg, dat Calvijn de uitverkiezing toch het hart der Kerk noemt. Er loopt door deze wereld een scheidslijn, waarvan de verborgen oorsprong in God ligt. „Ik bid voor hen ; Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn Uwe". (Joh. 17 vs. 9). En we bewijzen aan de kerstening der wereld in Christelijke solidariteit wel een heel slechte dienst, als we met de caricatuur ook de schriftuurlijke waarheid zelf verwerpen, zoals dr. D. hier doet.
Voorts moet het Christelijk Nationaal Vakverbond het erg ontgelden. Het bestaan van dergelijke Christelijke verenigingen en bonden was een gevolg van de functie-overname door de Christelijke organisaties van de taak der Kerk. Allemaal vrucht van de zogenaamde Christelijke wereld, om door eigen activiteit zich een heiligmaking te veroveren ! De hele problematiek van het tegenwoordige Christelijke leven kan samengevat worden in de tegenstelling : zelfheiliging en heiligmaking door het geloof alleen. In deze (Luthers beïnfluenceerde) kringen legt men grote nadruk op het sola fide. Dat klinkt erg schrifturlijk, paulinisch. Toch doet het ons soms meer denken aan het pseudo-paulinisme, waartegen ide Jacobusbrief waarschuwt. De Lutherse voorstelling over de verhouding rechtvaardigmaking en heiligmaking, is een andere als de Calvinistische. En de lijn Luther—Kohlbrugge— Barth—Dippel een andere als die van Calvijn—Dondtse vaderen-confessie onzer Kerk. Hier is sprake van een innerlijke vernieuwing, gewerkt door de Heilige Geest. Dat dit heel wat anders is dan onbijbels activisme, kan ieder die van de Gereformeerde belijdenisgeschriften kennis wil nemen, duidelijk zijn. Alle leven moet zich openbaren, juist in het nü en heden, omdat het waarlijk leven is. Anders is het met dit zogenaamde leven slechts dood in de pot!
Ook 't Christelijk politieke beginsel staat bij schrijver in een slechte reuk. Want zulk een beginsel bedoelt een algemene regel te stellen, waaraan men in critische perioden houvast heeft en waarvan leiding uitgaat, onafhankelijk van de moeilijke toespitsing in de bijzondere situatie.
Dit is een uiterst belangrijk punt in dit boek. Geen Christelijke beginselen ! Alleen Gods concreet actueel spreken in de concrete situaties. Gods belofte toegepast op onze zakelijkheid.
Het is prof. Berkouwer, die hier een parallel trekt tussen de Buchman-beweging en het Barthianisme. Door dit actuele en concrete spreken — zo wordt ons met nadruk verzekerd — krijgt de mens geen eigen menselijke, zedelijke mogelijkheden, die ons zichtbaar onderscheiden van anderen. Hier stoten we weer op hetzelfde probleem, de bekende Barthiaanse ontkenning van het herstel van Gods Beeld in de mens, met alle consequenties daarvan voor het staatkundige, maatschappelijke en kerkelijke leven en tevens voor de zo hoog geroemde Christelijke solidariteit met de wereld. Vanuit dit Barthiaanse gezichtspunt moet vanzelfsprekend ook de antithese het geweldig ontgelden. Vooral prof. Dooyeweerd wordt hier aangevallen. Bij de antithese-mensen worden afgeleide beginselen, die de Christelijke kring isoleren, bedenksels van mensen, gepromoveerd tot goddelijke voorschriften. Een verwenst sacraal-collectivistisch streven ! Met instemming wondt een woord van prof. Miskotte aangehaald, ,,de zegen kan niet zo breed zijn, of de vloek is groter, indien men de Naam Gods vulgariseert, het heil Gods banaliseert, de Gemeente Gods verbaliseert door de onduldbare vereenzelviging van gebod en beginsel, van belijdenis en inzicht, van geloof en politieke beslissing, van trouw aan Christus en een naar papendecreet ingevuld stembiljet". Nu de Kerk weer gaat ontwaken, moeten de Chr. partijen en groeperingen hun plaats in Christelijke solidariteit gaan innemen, zonder separatistische allures, in de grote verbanden. Christelijke beginselen zijn er alleen in de Kerk, waar de Boodschap wordt gehoord. Heftig fulmineert de schrijver tegen het mislukken van de arbeiders-solidariteit, die na de oorlog zoveel beloofde. Maar helaas, later zijn socialisten, orthodox-protestanten en Rooms-Katholieken weer naar hun eigen sacrale hokjes teruggekeerd. Dr. D. meent, dat er voor een Christen niets in de weg staat om lid te worden van het N.V.V. Hij wil één machtig solidair arbeidersfront. Daardoor zal de ontmoeting en vorming der meningen in de arbeiderswereld niet — zo als nu — plaats vinden aan de top, wanneer de bestuursleden der verschillende bonden met elkaar confereren, maar op het brede discussieterrein der leden, daar, waar in alle verborgenheid de meningen worden gevormd. Menselijk gesproken, behoren de gelovende arbeiders in dat arbeidsfront. Denk echter niet, dat ge daar moet gaan zitten om te evangeliseren. Ge moet er gaan zitten om doodgewoon als arbeidend mens met anderen te overleggen en gezamenlijk mening en wil te vormen. Dan komt de rest vanzelf!! Nodig is, dat een groot aantal Christelijk gelovende arbeiders met of zonder hun leiders het waagstuk ondernemen om in het N.V.V. te springen, hier doodleuk en doodnuchter zakelijk mee te gaan doen. Het rapport van de Herv. Synode over de vakorganisaties is dan ook volgens schrijver veel te zwak. In feite zou onze Synode de Christelijke Vakbeweging aanvaarden. Zelfs het afwijzen van de E(enheids) (V(ak) C(entrale) door de Herv. Synode, was een zeer eenzijdige daad ! Op een samenkomst bleek — ook volgens het oordeel van Christenen — dat de bereidheid en de liefde tot de arbeid en het heimwee naar een rechtsorde van de arbeid, bij de Communisten het sterkst aanwezig was !
Toen ik dit betoog zo las, dacht ik aan de grote worsteling der Christelijke Kerk in de eerste eeuwen van haar bestaan. Ze stond toen ook in even moeilijke positie als nu. Een minderheid te midden van een heidense wereld. Een wereld, die toen nóg niet en die nu niet méér het Christendom aanvaardde. Toen stond de Kerk voor de verleiding van keizercultus, neo-platonisme, mysteriëncultus en gnostiek. Sprongen tóén de Christenen ook doodleuk in al die sodalicia om daar niet te evangeliseren, maar zakelijk over allerlei te praten en mee te doen ? Menselijkerwijs gesproken zou de Kerk dan zeker zijn ondergegaan en de naam Christen nu nog alleen bekend zijn aan historievorsers! Men zegt misschien, ja, maar tóén waren het uitgesproken heidense cultus- of wijsgerige groepen. Nu gaat het om zakelijke doelstellingen. Maar geeft dr. Dippel zelf niet toe, dat het geestelijke primair is ? Wie zou durven ontkennen dat ook onze zogenaamde neutrale vakbonden uit geestelijke praemissen zijn geboren ? Is neutraliteit geen geweldig stuk heidendom, of misschien nog erger dan dat ? Het voorbeeld der oude Kerk, waarin nog zoveel geestelijke krachten werkzaam waren en waarin de geloofsbeslissingen zijn genomen, die de eeuwen zouden verduren, spoort ons dus niet aan de roepstem van de moderne doorbraak-mensen te volgen. Het derde geslacht was gehaat, omdat het „niet meedeed" !
Iets beter dan de Christelijke Vakbeweging komt het Christelijk Onderwijs er af. De Kerk heeft te strijden tegen de neutrale openbare school, waaruit alleen maar slachtoffers kunnen voortkomen van willekeurige geest. Maar evenzeer heeft de Kerk aan het volk profetisch en priesterlijk duidelijk te maken, dat geen enkele Christelijke School als zodanig waarborgen kan geven voor het voortbestaan van de opvoeding in aansluiting aan de opvoeding in het gezin. De Kerk heeft de Overheid op te roepen het kind op de Openbare School in aanraking te brengen met het Christendom. De Christelijke School is een idool voor vele Christenen. Echter, ook het Christelijk onderwijs behoeft grondige vernieuwing. En de Christelijke onderwijzers moeten grote achting en steun geven aan hum collega's, die zich uit overtuiging geven aan het openbare onderwijs en hen niet als plichtsverzakers behandelen ! Het idegal van de schrijver is een school, die openbaar is met onderricht in Bijbel en Christelijke Kerk, een school waar sterker gebroken wordt met het 19de eeuwse intellectualisme dan op vele Christelijk-nationale scholen, minder verpolitiseerd en minder conflicten gevend tussen school en Christelijk gezin. Voor de Hervormde Kerk moet de ware schoolstrijd nog beginnen. Ook hier de Barthiaanse afkeer van. de Christelijke aanschouwelijkheid. Tegen de bewuste of onbewuste dualistische achtergrond van hun theologisch systeem past de openbare school beter dan de Christelijke, waar veel meer beginselen heersen, waar veel meer Christelijke aanschouwelijkheid heerst. Alsof de Franse revolutie Christelijker zou zijn dan onze beginselen !
En dan volgt tenslotte nog het derde deel van 't boek : het concreet-politiek antwoord. Hier wordt ons de totale democratie aangeprezen. Daarbij wijst de schrijver ons op drie essentiële elementen : mede-verantwoordelijkheid, wezenlijke persoonlijke vrijheid en gelijkheid van allen ten aanzien van de primaire rechten en plichten. De totale democratie wil de verantwoordelijkheid, de .vrijheid en de macht delen met alle leden van het volk. We moeten dus niet alleen democratie op politiek gebied, maar totale democratie, dus ook op economisch, sociaal en cultureel gebied. Immers ligt de kern der huidige samenleving in de maatschappelijke vormen en daarom moet wezenlijke democratie vooral sociale democratie zijn. Dit alles werkt hij in dit deel dan verder uit. Hij acht de enige zichtbare, belangrijke vernieuwing na de oorlog de overgang van de oude S, (D.A.P. naar de Partij van de Arbeid. Maar deze laatste is hem nog lang niet radicaal genoeg. Ze leunt veel te veel aan tegen de in politicis een mintum vormende Katholieke Volkspartij. Aan het communisme zitten veel gevaren en bezwaren. Vooral dat de prioriteit van de geest boven de materie wordt ontkend, maar over Rusland c.s. zijn we eenzijdig en slecht ingelicht. Als we het geheel doorlezen, krijgen we uit zijn maatschappelijke reform- strevingen de indruk van een gematigd communisme, dat onder geestelijke leiding van de Kerk staat, in die Kerk haar verborgen krachtbronnen moet vinden. Daarbij zou het dan de Heilige Geest zijn die de ware gemeenschap vormt in de Kerk en die door de Kerk de wereld moet begeleiden. Begeleiden wil zeggen : de wereld wijzen op de wonderen, op de genade, op het uitzicht en de noodzaak, op de juiste verhoudingen in de concrete situaties.
De tegenwoordige preken der dominees zijn over het algemeen dodelijk vervelend, men verlangt naar het einde en de kerk verlatend zegt men ,,met genoegen" geluisterd te hebben. Dat komt omdat Gemeente en dominee te veel horig zijn aan de bovenpersoonlijke daemonische machten die beslag leggen op de menselijke geest. Gemeente en dominee plegen overspel, ze sanctioneren de spelregels onzer individualistische kapitalistische maatschappij-vormen. Kerk en dominees collaboreren. De Kerk zal radicale vernieuwing moeten prediken. Een nieuwe geest in nieuwe vormen. Een Gemeente-opbouwgeest in een Kerk die spiritualistischmystisch geleid wordt en haar geestelijke sanctie geeft aan een socialistisch, kryptocommunistisch staatsbestel.
Ziehier de hoofdzaak van het boek van dr. Dippel. We moeten de schrijver dankbaar zijn dat hij ons dit lijvige boek heeft geschonken. Hij spreekt daarin een visie uit die er leeft in menig hart. Er zit dan ook een geestelijke verwantschap achter Barthianisme en socialisme. Het is geen toeval dat Barth socialist is, geen toeval ook dat we in dagen leven waarin het objectivistische Barthianisme, en het gemeenschap-zoekende socialisme hun triumfen vieren. Hier hebben we een boek waarin de idealen van deze mensen ons klaar voor ogen worden gesteld. Hun geest is niet die der reformatie en niet die onzer confessie. Hij. die wars wil zijn van principia als de idolen der separatisten, betaalt zelf zijn tol aan de principia waaruit het neomodernisme is opgekomen. En in deze Barthiaanse geest, waardoor de innerlijk- reformerende. Heilige Geest wordt uitgebannen, wil dr. Dippel Kerk, samenleving, staat en school reformeren. Hier is geen dam tegen het communisme te vinden. Geen dam in een evangelie dat verspiritualiseerd wordt, geen dam in een ultra-socialistische staatsbeschouwing. Ook hier zal de idee streven naar haar consequentie. Hozeer, gesmaad, blijft van kracht : tegen de revolutie baat alleen het evangelie !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's