Samuël, een zoon der Wet
FEUILLETON
EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA
147)
Is dan mijn begeerte niet uitgegaan paar het goede en naar de gerechtigheid ? Heb ik gewandeld in ijdelheid, of mijn voet gewend tot bedrog ?
Kleeft er onrecht aan mijn handen ? Hij mag mij wegen op de weegschaal, en kleeft er één penning aan zijn knecht, dan mag mijn schaal zinken tot in de Scheool.
Heb ik de dorstige afgeslagen, of een geschenk aangenomen in strijd met de gerechtigheid, zo moge mijn arm van mijn schouder vallen.
Heb ik er genoegen of leedvermaak in ge had, toen het Lemberger kwaad ging met zijn zoon, of mij daartegenover soms verheven ; laat er dan recht geschieden !"
,,Maar wat is er dan, man ; heeft hij zich tegenover jou misdragen ? "
Hij lette niet op haar vraag. „Nu, daar ik tot rabbijn ben gekozen, en ik weer de Thora schrijf; nu, daar ik leer, is het woord des Heeren mij tot een spot en hoon geworden, en gaat het mij als Nehemia, de puttengraver. Zijn leven lang had hij putten gegraven, opdat de Joodse pelgrims, die voor de hoge feesten naar Jeruzalem trokken, onderweg iets te drinken zouden hebben. Maar zijn enige zoon moest sterven van dorst!" Zij hoorde zijn hoofd hard op de tafelkant vallen.
„Vervloekt zij de dag, waarop men mijn vader de goede boodschap bracht, dat hij een zoon had gekregen !"
„Schande, schande ! Man, houd je toch goed, wil je heus je Kaddisch verstoten ? "
,,Verstoten ? Hij heeft zichzelf verstoten. Maar er moet een offer gebracht worden voor de zonde. Hij zelf, en eerst van allen ik !" Met moeite stond hij op van bij de tafel.
„O God, bewaar hem bij het verstand !" fluisterde Suze.
Nu zei hij niets meer. Zij hoorde hem een tijdlang met onzekere handen tasten en rommelen. Toen zette hij zich weer neer om te gaan schrijven. Maar het was niet de rol, waar hij nu aan schreef.
Zijn ogen waren wonderlijk groot en ook kleurloos, mond en wangen zagen er uit als bij een lijk. Hij stelde twee verzoeken om ontslag op, één aan de Moechtar Nathans, en één aan de overheid, en daarin verklaarde hij, dat hij zowel zijn geestelijk ambt als zijn wereldlijk beroep onmiddellijk wenste neer te leggen, omdat hij als pleegvader van een afvallige daartoe niet meer waardig was.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's