De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

CHRISTUS LEEFT

9 minuten leestijd

Maar nu, Chvistus is opgewekt uit de doden. 1 Cor. 15 vers 20a.

Gedreven door warme Zendingsliefde, was Paulus de heidenwereld ingetrokken. Overal verkondigde hij Jezus Christus en Die gekruisigd. En over al schier, waar hij kwam, plantte hij in Gods kracht de kruisbanier van Koning Jezus. Ook in de in de oudheid beroemde stad Corinthe. Stichtte daar een gemeente, die al haar hoop en verwachting stelde op de opgestane Christus.

Maar ook daar komt onkruid tussen de tarwe, want nauwelijks was Paulus uit de gemeente weg, of hij vernam tot zijn grote droefheid, dat er mensen in Corinthe waren die de gemeente dreigden te verwoesten. Want ze loochenden de opstanding uit de doden. En ontkenden daarmee dus ook, dat Christus leeft.

Paulus voelde zich geroepen die dwaling te weerleggen. Vandaar, dat wij in het 15e hoofdstuk van de eerste Corinthenbrief lezen, hoe Paulus de leugenleer ontzenuwt en met klem getuigt van de opgewekte Christus.

Zeker, Christus is gestorven, want Hij is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften. Zeker, Hij is ook begraven. Men had Zijn graf bij de goddelozen gesteld en Hij is bij de rijke in Zijn dood geweest. Maar de dood moest zijn prooi loslaten. Hij is opgewekt ten derden dage naar de Schriften.

Christus leeft dus. Paulus staaft dit niet het getuigenis der Apostelen. Christus leeft, want Hij is gezien. Gezien van vélen. Van Petrus, de twaalve, 500 broederen op éénmaal. Jacobus, en ten laatste ook van Paulus zelf.

,,En indien Christus niet opgewekt is". — Stel eens, wil Paulus zeggen, dat die dwaalgeesten gelijk hebben ! Als er nu geen opstanding zou zijn, zou Christus nog in het graf zijn. Maar ijdel is immers ook de prediking van het Evangelie. IJdel 't geloof in een dode Christus. Dan zijn wij ook bevonden valse getuigen Gods te zijn, want wij hebben getuigd, dat Christus van God is opgewekt. Al de Apostelen zijn dus leugenaars. Ze hebben dus ook niet langer te bidden van Christus' wege om zich met God te verzoenen. Want waar zal dan het verzoenend offer zijn, dat Gode volkomen behaagt. Het offer van Christus heeft dan immers geen kracht. Het is alles dan nutteloos geweest. Zijn bloed heeft Hij tevergeefs gestort. Hij heeft als Borg voor ons Zich wel tot zonde laten maken. Als Borg is Hij dan wel gestorven voor onze zonde en begraven in onze zonde. Maar als Hij de dood nu niet heeft kunnen teniet doen, in de dood is gebleven, niet is opgewekt, ligt Hij nog in onze zonde. Maar dan ligt ook ieder, die in Hem geloofd heeft, nog in de zonde. Want dan is er geen verzoening, geen ware vrede met God; Nergens zal er dan een volk zijn, dat van de vloek en het oordeel over de zonde kan verlost worden. De gehele schuld wordt dan ieder zelf toegerekend. O, wat zijn wij dan nameloos ellendig. Dan is er ook nog verdoemenis voor die in Christus Jezus zijn.

Verloren, alles. Verloren ook zij, die in Christus zijn ontslapen. De dood, in al zijn verschrikking, heeft nog het laatste woord. Zijn prikkel is niet weggenomen. De hel triumpheert dan.

Zou het waar zijn ? Zouden die dwaalleraars gelijk hebben ?

God zij dank niet! Christus lééft. Het wonder der opwekking uit de doden is geschied, al gaat het boven de bevatting dier mensen in Corinthe.

Geen dode Christus. Neen, gelukkig niet.

„Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden". Het is, alsof Paulus zich haast om de levende Christus te stellen tegenover de onwaarheid der leugenaars.

Maar nu ! In die zinswending legt Paulus de blijde  geloofszekerheid.

Maar nu, Paulus leeft zelf door de levende Christus. Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij, en wat ik nu leef, dat leef ik Gode!

In het troostvolle ,,nu" van de opgewekte Christus mag hij lopen de loopbaan, die hem is voorgesteld. Jaagt hij om Christus hoe langer hoe meer te leren kennen en de kracht Zijner opstanding.

Maar nu, Christus leeft! Ook van Paulus gezien. Al is het dan hem tebeurt gevallen ten laatste van allen en ,,als een ontijdig geborene".

Christus leeft. Hij is opgewekt. Wij lezen in de Schrift nu eens, dat Christus is opgestaan, dan weer op een andere plaats dat Hij is opgewekt. Het ene wijst ons op de actieve daad van de Zone Gods zelf, het andere op de daad des Vaders.

De Engel zeide : „Hij is hier niet. Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft".

Christus als de Koning der koningen triumpheerde over dood en hel. Hij betoonde te zijn, de opstanding en het leven.

Hij heeft de dood overwonnen. Het leven is in onverderfelijkheid aangebracht.

Gods kind heeft een machtig Koning, Die het spreekt: ,,Ik leef, en gij zult leven " Hij is de Levensvorst, die macht heeft het leven af te leggen en het weder op te nemen. Hij is ook machtig, te redden uit het geweld en de heerschappij des doods. Hij is in staat de banden des doods te verbreken.

Zoekt gij het reeds bij Hem, of meent gij u zelf te redden ? Dwaas, die gij dan zijt. Hoe zult gij in eigen kracht ontkomen aan de macht des doods ?

Hij wil, en kan, en zal in nood. Zelfs bij het nad'ren van de dood. Volkomen uitkomst geven.

Maar nu, Christus is opgewekt. Paulus gebruikt dus het woord ,,opwekken" en wijst daarmee op de daad des Vaders.

Deze heeft Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar heeft Hem overgegeven in de dood. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

Die Zoon was bereid de wil des Vaders te volbrengen en is gehoorzaam geweest tot de dood, ja, de dood des kruises, opdat Hij als de Middelaar Gods en der mensen een volkomen verzoening zou teweeg brengen voor gans Zijn Kerk. Ingegaan is Hij in de vloek en schuld van Zijn volk. De toorn Gods gedragen. Klagen moest Hij aan het kruis : ,,Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten". Hij heeft de lijdensbeker gedronken tot de laatste druppel toe. Het klinkt over Golgotha : „Het is volbracht".

En de Vader ziet in gunst neer op de Zoon. Volkomen bevredigd. Het offer van de Zoon behaagt Hem. Het recht heeft zijn loop gehad. Het bloed der verzoening heeft gevloeid. Hij wekt de Zoon op uit de dood. En tekent daardoor de quitantie met voldaan. Aan Gods gerechtigheid is genoeg gedaan.

Christus is opgewekt! Sion mag zingen, ziende op Zijn borgwerk :

De schuld Uws volks hebt G' uit uw boek gedaan. Ook ziet Gij geen van hunne zonden aan. Gij vindt in gunst en niet in wraak Uw lust. De hitte van Uw gramschap is geblust.

Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden. Wie zal zeggen, wat het geweest is, voor de Christus, te moeten verkeren in het rijk der doden. Hij is het immers, die geen zonde gekend, noch gedaan heeft. Hij is de reine, rechtvaardige mens, die Gods wet geheel vervulde en het verdiende rechtstreeks op te varen naar de hemelse gewesten.

Toch wilde Hij de dood als bezoldiging der zonde smaken, opdat Hij zo teniet zou doen alle geweld des doods.

Hij is in het graf geweest, opdat Hij ook het graf zou heiligen en het maken zou tot een doorgang tot de eeuwige heerlijkheid. Christus leeft! Hij is dood geweest, en zie — zegt Hij Zelf''— ik ben levend in alle eeuwigheid. En ik heb de sleutels der hel en des doods.

Niet verloren zijn zij, die in Hem ontslapen zijn. Hun lichaam rust in zalige hope tot de jongste dag.

Niet ijdel de prediking, niet ijdel het geloof.

Maar nu. Er is een blijde geloofszekerheid voor al Gods gunstgenoten. Ze hebben geen dode Jezus, maar een levende Christus.

Ook gij ? Een levende Profeet en Leraar, om hen te onderwijzen in al de weg. Ja, hen wijs te maken tot zaligheid. Een levende Priester, die een verse en levende weg heeft gebaand door Zijn eigen bloed. En nu nog steeds een Voorbidder en Pleitbezorger is bij de Vader. Kinderkens, indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige. Hij is een verzoening voor onze zonden.

Maar ook een eeuwige Koning, die hen door Woord en Geest regeert en beschut. Hen bewaart voor struikelen en vallen. Hen beschermt tegen het woeden der vijanden. En het nooit zal gedogen, dat de poorten  der hel Zijn gemeente zullen overweldigen.

Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden ! Wat een troost! Christus leeft! I In al uw nood en zorg kunt gij u op Hem verlaten. In dit leven, dat zo vol moeite is ; en strijd, wil Hij zijn uw Schutsheer en Behoeder. Maar ook in het uur van sterven wil I Hij u geleiden.

O, wat heerlijk, die Christus te bezitten als uw Heiland en Zaligmaker; Door het geloof met Hem verbonden te zijn.

Maar wat armzalig uw leven, als gij nog buiten die Christus voortleeft. Want dan ligt gij nog in uw zonde. Staat gij nog voor eigen rekening.

Verontrust u dat niet ? Wat ik u dan bidden mag van Christus' wege : laat u toch met God verzoenen ! Het is de welaangename tijd, de dag der zaligheid. Zo gij Zijn stem dan heden hoort, verhardt u niet, maar laat u leiden.

Christus leeft! Hij hoort ook het geroep van hen, die roepen uit de diepte der ellende. Hij neigt het oor. Want Hij is nabij de ziel die tot Hem zucht. Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht.

Christus leeft. Hij is opgewekt! Zalig, door Zijn kracht opgewekt te zijn tot een nieuw leven. Want er is geen verdoemenis voor die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.

Ook hier dan nog wel veel strijd, veel moeite, maar wij hebben goede moed, want wij weten, dat Hij ons ook in de hemel een woonplaats bereid heeft. Hij is de oudste Broeder. De eersteling dergenen, die ontslapen zijn.

Zijn opstanding is ons dan tot pand, dat wij eenmaal met Hem zullen zijn.

Ook ons lichaam zal wel gezaaid worden in verderfelijkheid, maar het wordt opgewekt in onverderfelijkheid. Met ziel en lichaam eeuwig Hem toebrengen lof en dank!

(Hei- en Boeicop)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's