De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ontvangen Boeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ontvangen Boeken

6 minuten leestijd

Thuisvaart — door Henk Mondria. Uitg. J. H. Kok N.V., Kampen.

De tweede druk van dit boek, thans uitgegeven in de Gouden Poortreeks, vertelt ons over het leven van de Zuiderzeevissers vóór en tijdens de droogmaking. Sterke figuren, en een levendige beschrijving van de moeiten en gevaren in de strijd om het bestaan, dat ze, hoe hard het ook is, toch prefereren boven het leven op de boerderij, of in de fabriek.

C. S. S.

De Christelijke School, 2e Jaargang, .no. 11, 1 April 1949. Uitg. van H. Veenman & Zonen, Wageningen.

Redactioneel gedeelte : Onze kleuters — De letterkunde van de moderne talen in de middelbare school (III), J. H. Schouten Schoolradio, Anth. v. d. Berg — School en toekomst (I), ds. H. G. Groenewoud — Gesprekken met lezers —Gevalletjes (IV), X — Periculum in Mora (III), C. J.v.Milligen —Folklore en onderwijs, Jos van Gemert Smits Jr. — Sprookjesland (I), A. L. van Hulzen — Leestafel.

De vreze des Heeren in het Oude Testament, door B. J. Oosterhoff,  135 pagina's.

Dit boek diende de schrijver, ds. Oosterhoff, Predikant van de Chr. Gereformeerde Kerk te Utrecht, als proefschrift ter verkrijging van de graad van Doctor in de Godgeleerdheid aan de Universiteit te Utrecht.

Hoewel dit boek ons niet werd toegezonden, menen wij, onze lezers een dienst te doen, door een bespreking ervan in ons blad op te nemen.

Het gaat de schrijver er om, vast te stellen, welke de inhoud, het motief, het karakter en de betekenis is van de vreze des Heeren, zoals we haar telkens als religieus verschijnsel in het Oude Testament ontmoeten.

Het eerste hoofdstuk geeft een korte — mijns inziens al te korte ~ beschouwing van de vrees voor de goden in de Babylonische religie.

Of het juist is, te zeggen, dat aan de godvrezendheid in Babel elke zedelijke diepte ontbreekt, is op z'n minst voor bestrijding vatbaar. (Ik denk b.v. aan het werk van G. Widengren : „The Accadian and Hebr. Psalms of lamentation as religious documents").

Na een nauwkeurige opsomming van de verschillende woorden, die in het Oude Testament ter aanduiding van de vreze des Heeren genoemd worden, gaat schrijver na, wat in de Pentateuch, in de historische boeken, in de profetische boeken, in de Psalmen enz., over de vreze des Heeren geschreven staat. Schrijver komt tot de conclusie, dat reeds in de Aartsvaderperiode we een geweldige distantie aantreffen tussen God en de mens : God is de absoluut meerdere in hoogheid en macht, tegenover Wie de mens met vrees wordt vervuld. Deze vrees gaat gepaard met een gevoel van nietigheid en vergankelijkheid en een zich buigen onder de wil van God, waardoor zij ook een zedelijke betekenis ontvangt. Terecht be­ strijdt schrijver de mening, dat de idee van de vreze des Heeren in 't Oude Testament geen motief zou zijn voor het zedelijke leven.

Van groot belang zijn ook de conclusies, waartoe de schrijver komt op grond van zijn materiaal, gevonden in de Profetische Boeken. Ik heb er respect voor, dat schrijver zoveel stof uit het Oude Testament heeft bijeengezocht. Eigenlijk had dit mijns inziens nog meer moeten zijn ; de moeilijkheid bij een studie als van de schrijver is n.l., dat, waar menigmaal het woord niet genoemd wordt, de zaak zelve wèl aanwezig is. In dit geval dus zijn er nog veel meer uitingen van en momenten in de vreze des Heeren, dan schrijver heeft genoemd. Om slechts één voorbeeld te noemen : schrijver noemt in de Heiligheidswet de vreze des Heeren als principe van sociale gerechtigheid en citeert uit Lev. 19 slechts de verzen 14 en 32, maar ook vele andere woorden uit Lev. 19 worden beheerst door het beginsel van de vreze des Heeren, al wordt de vreze des Heeren daar niet uitdrukkelijk genoemd. Ditzelfde zoude kunnen worden uitgewerkt in de beschouwing van de Profeten, b.v. Jeremia, waardoor nog meer materiaal; dan reeds nu de schrijver ter beschikking, stond, door hem zoude moeten zijn onderzocht.

Met genoegen las ik, hoe schrijver de merkwaardige opvatting van Volz, als zou Mozes een cultusloze religie gebracht hebben, bestrijdt, en laat zien, hoe een religie zonder cultus niet wèl denkbaar is.

Het zou te ver voeren, om de gehele inhoud van het boek dat-ongetwijfeld de hartelijke belangstelling van onze theologen verdient, met onze lezers door te nemen.

Komende tot zijn slotbeschouwingen, verdedigt schrijver de stelling, dat het wezen van de mens voor God haar primaire of enige oorzaak niet vindt in Gods toorn of straf, waarmee Hij komt over de mens, maar in Hemzelf als zodanig. De primaire oorzaak van de vreze des Heeren is Gods Heiligheid, het qualiteitsverschil tussen God en mens.

Sterk bestrijdt schrijver de bewering, dat de vreze des Heeren louter om het voordeel, dat er aan verbonden is, zou moeten worden beoefend.

De onbaatzuchtigheid van de vreze Gods blijkt op véle plaatsen in het Oude Testament. Wel wordt in het Oude Testament geleerd, dat aan de vreze des Heeren loon verbonden is. De vreze des Heeren heeft betekenis voor het lichamelijke en het geestelijke, voor het tijdelijke en het eeuwige ; door haar bereikt het leven een hoogste waarde en z'n grootst geluk.

Ziehier een greep uit de rijke inhoud van deze dissertatie. Al lezende zijn bij mij heel wat quaesties gerezen ; moeilijkheden, waar schrijver wel z'n standpunt noemt, maar dit op generlei wijze motiveert. Zo spreekt schrijver op pag. 32 over de z.g. Heiligheidswet (Lev. 17 : 26). Dit z.g. is op pag. 132 misschien bij vergissing uitgevallen, maar dit neemt niet weg, dat bij mij wel de vraag opkwam : ,,Meent schrijver dus, dat wij hier een zelfstandig wetscorpus hebben in het boek van Leviticus ? "

Zo rezen' heel wat meer vragen over de Inleiding.

Schrijver meent, dat Jesaja 40 en volgende van een schrijver zijn uit de. tijd van de Ballingschap. Toen ik dat las, dacht ik: ,,Hoe denkt schrijver dan over Jesaja 13 en 14, en, om niet meer te noemen, over Jesaja 24—27 ? Is dat ook van een anonyme Profeet uit de Ballingschap ? " Het Boek van de Profeet Jona wordt aan het eind van de Profeten behandeld, na Maleachi. Sluit schrijver zich hierbij aan aan de datering uit de late na-exilische tijd?

Ik weet wel, dat 't niet zo eenvoudig is, op deze vragen antwoord te geven, maar van grote betekenis voor wie vasthouden aan de belijdenis der vaderen inzake het stuk van de Heilige Schrift, zijn ze zonder enige twijfel.

In de slotconclusie wijst schrijver er op, dat de vreze des Heeren in het Oude Testament betekenis heeft voor het tijdelijke en het eeuwige leven. Dit geloof ik met de schrijver, alleen, alle bewijs en nadere motivering, hoe de vreze des Heeren in het Oude Testament van betekenis is voor het eeuwige leven, miste ik volkomen.

Slechts een enkele opmerking over de vorm. Benadrukt is een germanisme : pag. 37 ; komt openbaar is een contaminatie : pag. 30.

Al met al een boek, dat onze theologen en belangstellende gemeenteleden, voor wie de Hebreeuwse passages geen al te grote moeilijkheid zullen geven, om de inhoud te verwerken van het geheel, met genoegen zullen doorwerken en waardoor zij zich stellig zul­len verrijken.

Bt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Ontvangen Boeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's