JAARVERGADERING
van de Gereformeetde Bond op 21 April 1949 in het gebouw voor „Kunsten en Wetenschappen" te Utrecht
De vergadering werd om half 11 geopend door de voorzitter, prof. dr. J. Severijn.
Na samen Psalm 98 vers 2 te hebben gezongen, las de voorzitter een gedeelte voor uit in Corinthe 15, waarna hij voorging in gebed. In zijn openingswoord sprak hij er zijn blijdschap over uit, dat velen waren opgekomen om de jaarvergadering bij te wonen
Ds. Bout hield nu zijn referaat over : „De Waarheidsvraag ".
Door de voorzitter werd ds. Bout verzocht om zijn referaat persklaar te maken voor De Waarheidsvriend.
Ds. Bout gaf hiervoor zijn toezegging. Aan de bespreking van het referaat werd deelgenomen door ds. J. van Dorp, ds. J. Vermaas en door de heren Slob en Bastmeijer en ds. Kolkert.
Om 1 uur werd de vergadering geschorst en om 2 uur weer heropend met het zingen van Psalm 25 vers 7.
De verdere bespreking van het referaat van ds. Bout werd nu voortgezet. De verschillende vragen werden door hem beantwoord.
De voorzitter sprak zijn hartelijke dank uit voor het referaat van ds. Bout.
De afdeling Utrecht leidde de stemming. Terwijl de stemmen werden opgehaald, kreeg de secretaris gelegenheid om de notulen van de vorige jaarvergadering voor te lezen.
Deze notulen werden onveranderd goedgekeurd.
Daarna kreeg de secretaris gelegenheid om zijn jaarverslag te houden. Hij sprak als volgt :
Geachte Voorzitter en leden van onze Gereform. Bond.
't Is mij een reden tot blijdschap, dat ik als secretaris van onze vereniging een en ander mag mededelen van onze werkzaamheden, die in het afgelopen verenigingsjaar door ons verricht zijn.
Dan wijs ik in de eerste plaats op het grote werk, hetwelk is verricht door een studiecommissie van ongeveer 40 predikanten uit onze Gereform. Bond, die telkens bijeenkwamen om de nieuwe kerkorde in studie te nemen. Ook de ordinantiën werden stuk voor stuk behandeld. Wat een werk is hieraan ten koste gelegd. Verschillende predikanten hebben over de verschillende ordinantiën hun meningen weergegeven. Er volgde dan telkens een geanimeerde bespreking in de commissie-vergaderingen, die steeds werden gehouden in het hotel Terminus te Utrecht. Aan het slot van zulk een vergadering werden alle bezwaren tegen een bepaalde ordinantie geformuleerd en op een volgende vergadering werden ze definitief vastgesteld.
Dan werd door ds. P. Bouw, de secretaris van de commissie, de grootste spoed gemaakt om onze schriftelijke bezwaren aan de Synode kenbaar te maken, opdat deze bij de behandeling der ordinantiën ook met onze bezwaren rekening zou kunnen houden.
Wij zijn aan al die predikanten en aan de heer Schipper, diaken te Rotterdam, die daarvoor zoveel tijd hebben willen geven, grote dank verschuldigd. We willen als hoofdbestuur van deze plaats dit ook gaarne erkennen.
De trouwe lezers van onze Waarheidsvriend hebben reeds veel kunnen lezen over de bezwaren tegen het nieuwe ontwerp van kerkorde. Toch achten we het wenselijk, dat al onze bezwaren tegen het ontwerp in druk zullen verschijnen en tegen de kostende prijs beschikbaar zullen worden gesteld. Dat zal voor predikanten en ouderlingen, die in de kerkelijke vergaderingen over de kerkorde zullen moeten delibereren, tot een grote steun kunnen zijn. En ook de belangstellende leden van onze Gereform. Bond zullen in staat zijn zich op de hoogte te stellen van de bezwaren tegen het nieuwe ontwerp.
„Zou het veel geholpen hebben ? " — zo hoor ik iemand vragen. We hebben de tekst van nog lang niet alle door de Synode herziene ordinantiën onder de ogen gehad. We kunnen dus van het eindresultaat nog niet veel zeggen. Stellig is er hier en daar met onze bezwaren wel gerekend. Toch moet ik tot mijn grote spijt betuigen, dat er in de nieuwe koers, die achter dit ontwerp staat, helaas maar weinig verandering gekomen is. Vandaar dat ook het ontwerp, zoals het daar ligt, eigenlijk voor ons niet aanvaardbaar is. Laten al onze mensen in de kerkelijke vergaderingen straks een zuiver geluid mogen doen horen. Die nieuwe kerkorde komt er — naar de mens gesproken — door, maar laten we er dan nog van trachten te maken, wat er van te maken is.
Grote dank is ons hoofdbestuur verschuldigd aan ds. Bout, ds. Harkema en de heer Van den Berge te Gouda. Deze heren hebben zich beziggehouden met het leggen van contact tussen onze gemeenten die geteisterd zijn door de oorlog en de adopterende gemeenten. Veel mocht door die arbeid reeds worden bereikt. Nóg blijft er veel te doen. We spreken de hoop uit, dat deze heren ook in de toekomst zich met deze moeilijke taak zullen willen blijven belasten. We weten, dat we veel van hen vragen. Dit werk heeft verbazend veel tijd gekost. Woorden zijn eigenlijk niet in staat om daarvoor recht te danken.
Ook de studiecommissie van onze Gereform. Bond heeft niet stilgezeten. Een en dertig studenten konden thans gesteund worden. Dat getal moest eigenlijk verdubbeld worden. Het aantal vacatures is ontstellend hoog, en wat werden ons voorts vele kansen geboden. Van alle kanten vroeg men ons om gereformeerde predikanten. Helaas, we hebben ze niet. Het is daarom, dat ik op deze jaarvergadering de wens uitspreek, dat de penningmeester straks met grote collecten zal worden verblijd. Moge de offervaardigheid onder ons volk vermenigvuldigen. Op dit terrein liggen grote perspectieven. De Heere geeft ons in onze kerk nog rijke kansen om het aloude. Evangelie uit te dragen.
Ook het radio-vraagstuk had onze belangstelling. Vorig voorjaar zonden we aan ~ 300 van onze kerkeraden een verzoek om adhaesie te betuigen aan ons request aan Z. Ex. de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, om aan de Gereform. Bond ook op Zondag zendtijd te geven. Het is te betreuren, dat niet alle gemeenten aan ons verzoek voldaan hebben. Het request is nog steeds niet verzonden. Nog altijd kunnen dus die kerkeraden, die tot hiertoe niets van zich heten horen, nog schriftelijke adhaesie betuigen aan ons plan. Middelerwijl vergaderden we met een commissie uit het hoofdbestuur van de Ned. Chr. Radio Vereniging om het radio-vraagstuk onder de ogen te zien. Ook had ons hoofdbestuur een onderhoud met de Synodale Commissie, waarin onze bezwaren tegen het I.K.O.R. werden geopperd. Gelijk bekend is, worden door 't I.K.O.R. ook vrijzinnige predikdiensten van Remonstrantse, Doopsgezinde en Lutherse kerken uitgezonden. De N.C.R.V. weigert echter krachtens haar statuten om vrijzinnige predikdiensten uit te zenden.
Ziedaar het conflict.
Het hoofdbestuur zit thans midden in deze kwestie en zal zich over een en ander beraden.
De Waarheidsvriend stond natuurlijk in het middelpunt van onze belangstelling. Het blad kon gelukkig worden vergroot. Meerderen waren bereid om aan de redactie mee te werken. Persoonlijk was het mij als secretaris een reden tot grote blijdschap, dat ik ook in het afgelopen jaar weer verscheidene honderden lezers aan het bestaande getal mocht toevoegen. Ik breng hier mijn hartelijke dank aan de vele trouwe helpers, die door het verspreiden van proefnummers lezers hebben gewonnen. Opnieuw doe ik een beroep op uw aller medewerking. We konden best duizend lezers méér hebben !
Als de predikanten en de afdelingsbesturen er zich maar even voor willen geven. Het is aan sommige predikanten gelukt om 20, 30, sommigen zelfs om 40 nieuwe lezers te winnen !
Het aantal leden is in het afgelopen jaar ook weer vermeerderd. Toch moesten we er duizenden méér hebben. Er moeten ook nog veel meer afdelingen worden opgericht. Dit jaar werd er één nieuwe afdeling opgericht te Terbregge. Deze nieuwe afdeling mag er, wat het ledental betreft, wezen.
Mag ik van de gelegenheid gebruik maken om alle afdelingssecretarissen vriendelijk te verzoeken om mij zo spoedig mogelijk een schrijven te doen toekomen, inhoudende de veranderingen in de ledenlijst, door bedanken, sterfgeval of verhuizing ? Ook hoop ik op tal van nieuwe leden.
Van uw hulp hangt het af, of mijn kaartensysteem up to date zal blijven.
Van de Bond van Evangelisaties op Gereform, grondslag ontving ons hoofdbestuur een schrijven, inhoudende het voorstel om met verschillende Bonden op Gereformeerde grondslag in onze kerk tot samenwerking te komen in het voeren van gemeenschappelijke actie. De besprekingen hierover zijn nog steeds aan de gang.
Het hoofdbestuur trad bemiddelend op in verschillende gemeenten van ons vaderland, waar het gereformeerd beginsel in het gedrang dreigde te komen. Hier en daar werden de pogingen door de Heere gezegend. Het behoort, strikt genomen, wel niet tot het vorige verenigingsjaar, maar we willen het toch hierbij naar voren brengen, n.l. het besluit om te komen tot de uitgave van een nieuwe prekenserie door ds. Timmer, ds. Vermaas en de heer Mons, te Harderwijk, Ook dat besluit heeft mij zeer verheugd. Binnen weinig tijd zal de eerste preek verschijnen. Het verheugt mij, dat tot de uitgave kan worden overgegaan. Ik hoop, dat er zóveel lezers van deze prekenserie zullen komen, dat er winst aan de penningmeester kan worden afgedragen ten bate van het Studiefonds.
Hoog nodig is ook het verschijnen van allerlei propagandamateriaal. Ook daarop moeten we ons bezinnen. Het verheugt ons, dat er van de hand van ds. Vermaas een zeer verhelderend geschriftje mocht verschijnen, inhoudende de hoofdbezwaren tegen het nieuwe ontwerp van de kerkorde. We zijn voor de verschijning ds. Vermaas zeer erkentelijk.
Zo waren we op onze vergaderingen met velerlei bezig. Allerlei vragen vroegen onze aandacht. Wat is ons een gewichtige taak op de schouders gelegd : de verbreiding van de Waarheid in onze diep vervallen kerk.
Wie is tot al deze dingen bekwaam ?
Ziende op onszelf, zijn we onwaardig om medearbeiders Gods genaamd te worden. Deed de Heere naar recht, dan kon Hij Zijn hand van het werk van onze Gereform. Bond aftrekken.
Moge Hij ons genadig zijn. en het licht niet van de kandelaar nemen in de erve van onze vaderen. Make Hij ons getrouw om pal te staan voor Gods Woord en voor de belijdenis onzer vaderen.
Laat het gebed mogen opgaan tot de God des hemels, die het alleen ons kan doen gelukken, dat onze kerk weer terugkere tot Gods Woord en tot de belijdenis.
Blaze daartoe God de Heere met Zijn Heilige Geest door de gelederen van onze Bond en daardoor ook door onze kerk, opdat er nieuwe vruchten van bekering en waarachtige levensvernieuwing tot openbaring mochten komen in deze bange eeuw van Godsverzaking en afval.
Ik heb gezegd.
De secretaris,
Naar aanleiding van de mededeling van de secretaris over de verschijning van de nieuwe prekenserie, merkte de heer Bout, uitgever te Huizen, op, dat hem en anderen geen gelegenheid was gegeven om in aanmerking te komen voor deze uitgave.
De secretaris antwoordde hierop, dat het hem onaangenaam aangedaan had, toen de heer Bout bij een bezoek aan hem te Harderwijk, mededeelde, dat er reeds een tweede redactie gevormd was om binnen desnoods 8 dagen met de uitgave te beginnen. Ds. Van Dorp, die een van de redactieleden zou worden, verklaarde, dat het geen ogenblik zijn bedoeling was om de bestaande actie te schaden. Twee uitgaven naast elkaar zouden niet best renderen. Het verheugt hem, dat de uitgave tot stand zal komen. Ds. Vroegindeweij, van Veenendaal, klaagde er over dat er inzake het Radiovraagstuk geen samenwerking was tussen hoofdbestuur en de commissie van de heer Notenboom.
De secretaris antwoordt hierop, dat hij wel terdege een bezoek heeft gebracht aan de Heer Notenboom te Hilversum en toen het radio-vraagstuk met hem heeft besproken. De heer Notenboom, die ter vergadering was, erkende dit en deelde voorts mee, dat hij behalve een briefkaart over een eventuele samenkomst met mr. Roosjen, verder nooit iets van de zaak vernomen had.
De secretaris erkent dat dit juist is, en deelt mede, dat het hoofdbestuur, eerlijk gezegd, geen oplossing van het vraagstuk wist. Een paar weken geleden heeft het hoofdbestuur informatorisch zich in verbinding gesteld met de N.C.R.V. en met de Synodale Commissie. Of het inderdaad komen zal tot een actie op dit gebied, weten wij nog niet. Mocht dit wèl het geval zijn, dan zal het hoofdbestuur van de Gereform. Bond natuurlijk gaarne de samenwerking zoeken met allerlei instanties, die bij deze zaak belang hebben. We hebben alsnog niets anders gedaan dan het terrein te verkennen.
Hierna kreeg ds. Goslinga, onze penningmeester, het woord. Uit zijn verslag bleek, dat de staat onzer financiën gunstig mag worden genoemd. Er is aan collecten voor het Studiefonds bijna ƒ23.000.- samengebracht. Nog nooit is dit bedrag zó hoog geweest. Aan het eind van zijn verslag deelde ds. Goslinga mede, dat hij reeds 75 jaar oud geworden is. De Heere heeft hem de laatste tijd laten gevoelen, dat hij er aan moet gaan denken om veel van de arbeid, die hem lief is, te beëindigen. We zullen dan ook ds. Goslinga voor de laatste maal in zijn kwaliteit van penningmeester hebben gezien.
De voorzitter dankt ds. Goslinga hartelijk voor al de ijver en nauwgezetheid, waarmee hij het penningmeesterschap heeft vervuld, en dat God, de Heere, hem aan de avond van zijn leven tot een Licht moge zijn.
De uitslag van de stemming was als volgt: ds. J. Goslinga 163, ds. J. H. F. Remme 172, prof. J. Severijn 276, ds. L. Kievit 65, ds. H. Harkema 106, prof. Van Wijngaarden 2, ds. A. Vroegindeweij 22, ds. Oostenbrug 20, ds. Jonker 1 ; blanco 2 stemmen.
Prof. Severijn nam de herbenoeming gaarne aan en adviseerde ook ds. Goslinga dit te doen, teneinde in de loop van het jaar de zaken van het penningmeesterschap rustig te kunnen overgeven.
Aan ds. Remme, die de vergadering reeds had moeten verlaten, zal bericht van herbenoeming worden gegeven. zijn
Bij de rondvraag maakte ds. Van Dorp er op attent, dat de jonge predikanten, die de pastorie ingaan, slecht van boeken voorzien zijn. Hij gaf in overweging om de studenten — zo mogelijk — aan meer goede boeken te helpen.
De heer Schooneveld verzoekt om meer gereformeerde voorlichting in de onderwijsvakbladen.
De heer Schouten, van Harderwijk, wijst opnieuw op de noodzakelijkheid om te komen tot de oprichting van een Herv. Geref. Kweekschool voor onderwijzers.
De voorzitter deelde mede, dat bij een poging in Amersfoort en omstreken zich slechts één bevoegde leerling had opgegeven. Gaarne zal de voorzitter dit punt opnieuw aan de orde stellen in de vergadering van het hoofdbestuur.
Ds. Kolkert, van Vlaardingen, merkte op, dat de secretaris nog wel eens moet ondervinden dat hij, die aan de weg timmert, veel bekijks heeft. Daarom voelde hij zich gedrongen om ds. Timmer toch ook nog eens hartelijk dank te zeggen voor het vele werk, dat hij voor de Geref. Bond gedaan heeft. Hierop volgde een applaus uit de vergadering.
Na het zingen van Psalm 3 vers 2 sluit de voorzitter de vergadering.
De secretaris,
J. J. TIMMER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's