Voorlichting ?
Onder de titel: ,,de Gereformeerde Gezindheid" schrijft K. D. in „Bouwen en Bewaren", orgaan van de Bond van Meisjesverenigingen op G.G. in Nederland, een artikel over de Confesssionelen en de „Gereformeerde Bonders'', dat niet zonder reden ergernis heeft gewekt in onze kringen.
Rakende aan de verschilpunten tussen de beide genoemde groepen, gaat de schrijver in deze toon voort :
Terwijl de ,,confessionele" prediking vroeger zocht naar een combinatie van Schriftvertolking en volksprediking, waarbij het accent vaak al te zwaar op het laatste kwam te liggen, en tegenwoordig bij velen de Barthiaanse kant uitgaat, begeren de mensen van de Geref. Bond een meer „zware", bevindelijke prediking ; zij leggen de nadruk op wat Gods Geest aan en in onze zielen doet; tal van hun dominees (gelukkig niet allen), zijn in de valsmystieke wateren verzeild geraakt en vertonen veel overeenkomst met de oud-Gereformeerden ; ze vinden ons veel te licht, en in hun preken overheerst de zware klank van het oordeel.
Dit werkt in alles door.
De Confessionelen hebben geen bezwaar tegen het zingen van gezangen; de mensen van de Geref. Bond wel.
De eersten staan niet afwijzend tegen de uitbreiding van de liturgie ; de laatsten moeten er niet veel of niets van hebben.
De eersten zijn, wat het leven en onze verhouding tot de cultuur betreft, nog al ruim ; de laatsten nemen een veel nauwer standpunt in (al heerst in sommige kerken van deze groep een benauwend antinomisme), en eisen dat dit zelfs in de kleding uitkomt.
Wel kan dit laatste niet meer worden volgehouden en doen deze kerkleden ook aan de mode mee (de zwarte kousen maken al plaats voor de gekleurde), maar in heel zware Bondsgemeenten is nog een levenstoon, die somber en gedrukt is ; de blijdschap van het christelijk leven wordt vaak gemist.
En wat de regorganisatie van de Hervormde Kerk, die zich na 1945 voltrokken heeft, betreft, doen de Confessionelen over het algemeen mee, maar de Bondsmannen zijn nogal verdeeld ; in deze kring wordt een critiek openbaar, die wij in de meeste punten kunnen onderschrijven.
Hoe moet nu onze houding zijn ?
Laat ik dit vooropstellen, dat wij met zeer velen uit beide kringen hartelijk samenwerken op het terrein van het christelijk onderwijs, op dat der barmhartigheid, in de christelijk-sociale strijd enz., en dat op politiek terrein een groot deel van de Geref. Bonders met ons mee optrekken in de gelederen der A.R. Partij ; de Confessionelen zijn meestal Christelijk- Historisch ; waar het enigszins mogelijk is, moeten we deze eenheid zoeken en vasthouden.
Wat het kerkelijk standpunt betreft, staat het ideaal van de Geref. Bond het dichtst bij het onze ; ook wij wijzen de idee van de volkskerk af en begeren een vrije Geref. Kerk, die belijdt en haar belijdenis ook in de tucht handhaaft.
Maar wat verder de practijk van het christelijk leven aangaat, gevoelen we ons over het algemeen meer verwant met de rechtse Confessionelen, al leggen wij in de prediking het zwaartepunt op de uitlegging en toepassing der Heilige Schrift; we keren ons enerzijds tegen het Barthianisme en aan de andere kant tegen alle mysticisme.
Wij wijzen op een zinsnede als ,,tal van hun dominees (gelukkig niet allen) zijn in de vals-mystieke wateren verzeild geraakt".
Wij zouden met K. D., indien hij althans de man is, die wij achter deze letters vermoeden, wel eens een discussie wensen over bevinding, en over ware en valse mystiek. Immers, indien wij hem aan zijn oordeel houden, dat tal van onze dominees in de wateren ener valse mystiek zijn verzeild geraakt, kan het wel eens wezen, dat hij een gezonde, Schriftuurlijke mystiek voor valse mystiek houdt.
En voor zover zijn oordeel met reden dominees treft, die een valse mystiek prediken, zou een betere kennis van zaken hem tot het inzicht brengen, dat hij zich bij het schrijven van dit artikel door onjuiste voorstellingen heeft laten leiden, wijl hij aan Bondsdominees als algemeen toeschrijft, wat hij mogelijk heeft ontdekt in enig bijzonder geval of bij niet-Bondsdominees.
,,Dit werkt in alles door" —, zo gaat hij verder, en dan komt de gezangenkwestie.
Wat moeten wij hiervan denken. Is de tijd zo lang achter, dat de Gereformeerde Kerken zich ook bepaalden tot de liturgie van Dordt ? Waren zij toen ook in een valse mystiek verzeild ?
Voorts weet de schrijver van een benauwend antinomisme in sommige kerken van deze groep en van ,,zwarte kousen", en onderscheidt ,,heel zware Bondsgemeenten".
Gelukkig is de puriteinse geest nog niet overal verdwenen, en aan een wettische vroomheid ontbreekt het hier en daar ook niet, zelfs zonder het kenmerk van de zwarte kous. Daaraan zijn bezwaren verbonden en zelfs gevaren, dat weten wij wel, maar de levenstoon kan ook zó vrolijk worden, dat men aan wereldgelijkvormigheid moet denken.
,,De reorganisatie, die zich in 1945 voltrokken heeft''. Dat is op zijn minst al te optimistisch gesteld. Want het was slechts een eerste stap. En hoewel er ook nog wel Bondsmannen zijn, die niet zo critisch tegenover het ontwerp Kerkorde staan, deelt de grote meerderheid, op deze enkelen na, de bezwaren, welke dezerzijds ter kennis van de Synode werden gebracht.
Wij willen op alle slakken geen zout leggen en laten hetgeen K. D. zegt over ,,het kerkelijk standpunt" en ,,verder de practijk van het Christelijk leven", maar voor zijn verantwoording.
Het zou echter aanbeveling verdienen, dat hij zich beter informeert, indien hij de jeugd van zijn kerk voorlichten wil over de toestand bij anderen. Een voorlichting als deze is niet alleen onjuist, maar kan weinig bijdragen tot het inzicht van de zondige verdeeldheid van hen, die uit dezelfde belijdenis begeren te leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's