Samuël, een zoon der Wet
FEUILLETON
EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA
152)
Vol angst keek vooral Mahnia hem aan, zij had geschreid, maar toen zij zijn vreugde en zijn kalmte zag, en een lange blik vol liefde van hem ontving, was zij getroost. Hij zag er in werkelijkheid uit, alsof hij de overwinnaar was, en alsof de anderen waren verslagen, en zij daar zo boos om waren. Terwijl zij met de anderen volgde, hoorde zij nu, dat die mannen onophoudelijk tegen hem spraken, en hem niet toelieten om te antwoorden.
Zij zag, hoe zij hem voor de deur van de Thoraschrijver vast hielden, alsof hij een vluchteling was, en dat zij de oude man toen naar buiten riepen. Deze kwam voor de dag, maar zij schrok van hem. Hij was in zijn doodshemd en hij droeg de wit linnen muts als op de Grote Verzoendag. Met glazen ogen keek hij voor zich uit, — toen naar Samuel, en hij scheen zich zijner niet zo dadelijk te herinneren. Zijn knieën knikten,
,,Hier hebt ge uw zoon, Reb Sinai! Wij weten geen raad met hem. Hij sprak het Schemah uit in het geloof aan die man, en verbeeld u, hij wil het vloekhout naast de Thorakast hebben !"
De zachte, matte stem van de oude man verhief zich schreiend: ,,Ik hoopte niet dan vreugde aan jou te beleven, en ik heb even veel aan je opvoeding ten koste gelegd, als een werkelijk vader. En ik hoopte eigenlijk nóg meer van je, — nóg iets anders." Hij was zó gebroken, die man, dat Samuel er van begon te schreien.
„Mag ik binnenkomen, vader ? " ,,Kom maar !"
De aangeklaagde keek nu naar de anderen, alsof hij zich wilde overtuigen, dat zij hem niet volgden. Maat zij bleven toch hier nog staan om te betuigen, dat zij hem aanhingen, en wachtten af.
Toen de deur achter hem dicht was, zei hij ootmoedig : „Gij wilt mij verstoten — en de anderen hebben mij gestenigd en geslagen, alleen omdat ik Christus heb aangeroepen. Gelooft u nu, dat de Joden hem gedood hebben ? "
Bij het horen van die naam, liep er een rilling langs de rug van de oude man. „Zij hebben hem terechtgesteld, en moeten daarom ook terechtstellen allen, die hem volgen. Kom nu eens hier, en ga eens zitten, en lees uit dit boek, wat ik je zal aanwijzen, luid en duidelijk. — En jij vrouw, ga naar buiten, want dit zou voor jou teveel zijn."
De blinde stond op, en haalde met haar beide armen haar zoons hoofd naar haar toe. „Ik weet, dat jij Hem ons brengt. Ik heb nooit vergeefs gehoopt, " fluisterde zij, — jij blijft altijd mijn Samuel!" Toen ging zij weg, en ging zij onder de boom zitten, waar ook al de jongelui zaten of lagen.
Tulpenbloesem schoof hem een boek toe, toonde hem met zijn vinger de bladzij, en herhaalde : ,,Langzaam en duidelijk, als het je blieft!".
En hij las : ,,Volgens besluit van de engelen, en volgens de raad van de heiligen verbannen, verstoten, vervloeken en verwensen wij — — — — — met de ban en met al de vloeken, die geschreven staan in de Wet. Vervloekt zei hij, als hij zich nederlegt, en vervloekt zei hij, als hij opstaat.
(Slot volgt).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's