De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Barth Gereformeerd?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Barth Gereformeerd?

5 minuten leestijd

In de ,,Gereformeerde Kerk" heeft dr. J. Ch. Kromsigt enige artikelen geschreven over de theologie van Karl Barth.

Bij het lezen van deze artikelen kan ik mij niet aan de indruk ontworstelen, dat — met enige reserve — Barth in zijn opvattingen, in grote lijnen althans, door dr. Kromsigt gelijkgesteld wordt met de Reformatoren.

Die beschouwing leest men meer : Earth's theologie is een verdieping van de Reformatorische en geen afbuiging.

Vooral in de kringen rondom de ,,Gereformeerde Kerk" worden die klanken nogal eens gehoord.

Toch zullen wij zeer voorzichtig moeten zijn, wil men geen onjuiste conclusies maken.

Het is de verdienste van dr. J. J. Louët Feisser geweest, dat hij in zijn proefschrift ,,De strijd tegen de analogia entis in de theologie van Karl Barth'' ons gewezen heeft op het uitgangspunt, van waaruit de critiek op Barth kan worden uitgeoefend en van waaruit men, naar zijn oordeel, de lijnen bij Barth ziet afbuigen van de Reformatorische theologie, in 't bijzonder van Calvijn.

Hij meent het uitgangspunt te zien in de kenotische Christologie : Christus is mens en God. Er is geen wezensovereenkomst tussen Christus als Koning en de schamele gestalte, waarin Hij in deze wereld is verschenen, veeleer een tegenstelling, zodat God verborgen gaat achter Zijn mensheid.

Nu geldt deze volstrekte scheiding ook van de Heilige Schrift.

De Heilige Schrift is een mensenwoord, waarachter God Zich verbergt en dat Gods Woord kan worden op Gods tijd. De Bijbel KAN Gods Woord WORDEN.

Nu schrijft dr. Kromsigt in zijn artikel ,,Openbaring in de verborgenheid" in de ,,Gereformeerde Kerk" van 28 April 1949, ook over de Schriftbeschouwing van Karl Barth en meent dat die beschouwing dezelfde is als onze Kerk belijdt in haar confessie. Wij citeren : 

,,Hetzelfde belijdt onze Kerk in haar confessie (art. 5) als het daar van de Schriften wordt gezegd dat „de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten dat ze van God zijn".

Wanneer nu K. Barth betoogt, dat de H. Schrift voor ons Gods Woord moet worden, bedoelt hij, naar ik meen, datzelfde. (Cursivering van ons, H. J.). Hij ontkent dan niet, dat de H. Schrift naar haar wezen als Christusgetuigenis Gods Woord is, maar wij krijgen het levend besef hiervan, zodat we Gods stem en boodschap, tot ons gericht daarin beluisteren, alleen door de H. Geest, die oren, ogen en harten daarvoor opent en het geloof ons schenkt en sterkt etc.''

Met wat dr. Kromsigt hier schrijft, kunnen wij ons van harte verenigen : dit is de Gereformeerde opvatting van het verstaan en geloven van de H. Schrift.

Maar dit is niet de visie van K. Barth.

Ten aanzien hiervan meen ik, dat dr. Kromsigt K. Barth te veel ziet in het licht van de Gereformeerde theologie.

Er is een machtig verschil tussen de Schriftopvatting van Calvijn en K. Barth.

Ik kan er hier niet over uitweiden, daar onze Hoofdredacteur in zijn artikelen op deze zaken reeds heeft gewezen.

Kort samengevat stellen we het zo : Calvijn zegt : De Bijbel is Gods Woord, echter de mens is van nature blind voor dat Woord, maar verlicht door de H. Geest, leert hij de Bijbel als Gods Woord erkennen, geloven en belijden.

Barth zegt: De Bijbel moet Gods Woord worden, het Apostel- en Profetenwoord is als zodanig niet Gods Woord, maar een mensenwoord. Dit mensenwoord wordt Gods Woord als God door dit mensenwoord gaat spreken, door de H. Geest. Christus verschijnt dan door de gesloten deuren van het feilende en feilbare mensenwoord. Het goddelijk Woord moet in de Bijbel actueel, actief, worden en brengt zo een mens tot het geloof.

Bij Barth ligt de geloofsbeslissing bij het actualisme van de Openbaring van het Woord.

Bij Calvijn bij de verlichting door de H. Geest van het subject (de hoorder), die de Bijbel als Gods Woord gaat erkennen, de Bijbel, die Gods Woord blijft, ook bij ongeloof.

Ik moge tenslotte nog wijzen op datgene, wat dr. Louëtt Feisser aangaande deze kwestie in zijn proefschrift opmerkt. Ook hij ziet een aanmerkelijk verschil tussen de Schriftbeschouwing van Barth en die der Reformatie. Hij schrijft, biz. 91 :

„Dat de Bijbel (bij Barth) Gods Woord is, blijft er van afhankelijk, of het Woord Gods zich door het apostolisch en profetisch getuigenis bekend maakt en is nooit met dat woord van apostelen en profeten als zodanig gegeven of gegarandeerd. Men lette wel: hier is m e e r in het geding dan de alleszins reformatorisch verantwoorde poging om onze kennis van de Bijbel als Gods Woord duurzaam afhankelijk te stellen van het werk van de Heilige Geest in ons hart, waardoor zulks eerst subjectief mogelijk wordt gemaakt en de mechanisering van het geloof in de verbale inspiratie van de Bijbel vermeden wordt. Het gaat hier om de Bijbel zelf als voorwerp van Gods openbaring aan ons.

Duidelijk staan de beide opvattingen hier tegenover elkaar. De reformatie leert: het getuigenis van de apostelen en profeten is Gods Woord. De theologie van de openbaring in de verborgenheid (Barth) leert: het getuigenis van apostelen en profeten is de in zichzelf incommensurable gestalte, waarvan het woord Gods schuil gaat en doorbreekt, wanneer het Hem behaagt. Dus : niet het getuigenis van apostelen en profeten als zodanig, maar de vrijheid van het woord Gods, voor zover het door het apostel- en profetenwoord ons in de Kerk aanspreekt, wordt maatstaf waar alles om draait. Het is ook deze tegenstelling tussen het menselijk getuigenis in de Bijbel en datgene, waarvan getuigd wordt, n.l. Gods woord, welke op elkaar betrokken zijn als openbaring in de verborgenheid, waardoor het merkwaardig actualisme in Barth's openbaringsleer veroorzaakt wordt".

Tot zover dr. Louëtt Feisser.

Uit dit alles volgt, dat Barth bij zijn Schriftbeschouwing een andere weg bewandelt dan de reformatie en onze belijdenis. Het is dus onjuist, om met dr. Kromsigt beide beschouwingen zonder meer gelijk te achten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Barth Gereformeerd?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's