BOLLENZONDAG
't Is weer fraai geweest, dit jaar.
Ik bedoel niet de bloeiende bollen, want die waren 's Maandags ook mooi; maar de drukte op Zondag.
Ook de krantenverslagen juichten mede over de drukte en de verkeersmaatregelen. Alleen de Christelijke Pers wees als een eenzame — mij nog te schuchtere, over de drukte op Zondag.
Wat is het bedenkelijke ?
Dit, dat wie deze drukte gezien heeft — dit misbruik van de Zondag met trein en boot en toeterende auto's — en denkt aan de eigenlijke bestemming van de Zondag, beter doet maar niet meer te spreken over Christelijk Nederland.
Dit heeft niets te maken met de omstandigheid, dat er zoveel buitenlanders op de weg waren — er waren genoeg Nederlanders, en onze Overheid had de benzinebesparing van het zondags-rijverbod opgeheven.
Wij zijn ten aanzien van de Zondag verder weg, dan wij ons wel bewust zijn, want zo'n Bollen-zondag is maar één keer per jaar ; de voetbal-festijnen, door duizenden bezocht, zijn schering en inslag geworden.
Wat wij nu willen ?
Dat wij ons heel diep bewust worden, dat wat met de Zondag gebeurt, niet op zichzelf staat, maar een teken is van de ontkerstening van ons volk, welke zich over de gehele linie baanbreekt.
Dan, dat dat terugdringen van het daadwerkelijke Christendom, God als het ware degradeert tot een Heer van secten en ons tot secte-aanhangers.
Hier past geen hoogmoedig schouderophalen en schelden op de wereld, zoals sommigen ten onrechte doen, maar iets anders, wat onszelf raakt. De vraag rijst hier, of wij zelf wel vrij uitgaan ten aanzien van de ontkerstening van het leven.
Is het niet zo, dat er veel meer kracht uitgaat van een kloek en blijmoedig belijden, dan van een gedwongen opsomming van geboden en verboden, waarmede wij ons al te vaak tevreden stellen?
Een Christendom, dat daarin alleen opgaat, heeft met Christendom niet veel meer gemeen dan de naam, straalt geen kracht uit en mist de zegen.
Het gaat niet over dit of dat — het gaat over het gehele leven.
Het gaat niet over het niet meedoen aan Bollen-zondag of Voetbal-zondag, maar het gaat daarom, of wij zo vol zijn van de werkelijke bestemming van de Zondag, dat er geen plaats is voor iets, wat met die bestemming strijdt.
De tegenstander voelt het heel goed aan, of des Zondags de zon schijnt, of dat wij slechts de naam willen hebben dat wij niet van de wereld zijn — en de Zondag binnen doorbrengen, blij, dat het weer spoedig Maandag is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's