De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Schrijven aan de Raad der Ministers aangaande de processie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schrijven aan de Raad der Ministers aangaande de processie

5 minuten leestijd

Het Contact in Overheidszaken van de Oecumenische Raad, omvattende : de Ned. Hervormde Kerk, de Evang. Lutherse Kerk, de Herst. Evang. Lutherse Kerk, de Doopsgezinde Gemeenten, de Rem. Broederschap, de Oud Katholieke Kerk, de Unie van Bapt. Gemeenten, de. Bond van Vrije Evang. Gemeenten met de Gereform. Kerken, de Chr. Gereform. Kerken, heeft zich met het volgend schrijven gericht tot de Raad der Ministers :

,,In de laatste tijd doet zich in de Rooms Katholieke kring het streven gelden om op ruimere schaal dan tot dusverre binnen de grenzen van artikel 177, tweede lid, der Grondwet geschiedde, processies te houden. Van de formele moeilijkheden, welke de handhaving van het Grondwetsartikel oplevert, wordt zoveel mogelijk partij getrokken om de Grondwettelijke bepaling te frusteren, maar ook in gevallen, waarin de handhaving niet op formele bezwaren behoeft af te stuiten, moet' overtreding van de bepaling worden geconstateerd.

De hiervoren genoemde kerken achten zich verplicht in verband daarmede Uwe Excellenties de ernstige bezwaren van principiële aard te doen kennen, welke tegen deze ontkrachting van het processieverbod bestaan.

Dit verbod heeft een eigen grond. Een verwijzing naar het voor ieder geldende recht van demonstratie, meeting, straat-evangelisatie of politieke optocht, kan hier niet ter zake doen. Deze uitingen van activiteit zijn niets anders dan vormen van een oproep of verkondiging, al dan niet gesaeculariseerd, die slechts bedoelen de aandacht van het straatpubliek tot zich te trekken.

De voorbijganger kan zich aan deze oproep onttrekken en doorlopen. De vrijheid van houding en van het daaraan beantwoordende gedrag blijft open en is aan het wezen van dit soort appèl adhaerent. Hij, die dat appèl doet, rekent daarmede. Men wordt er niet door gedrongen en niet door gekwetst. De straat blijft straat.

De processie echter is van geheel andere aard. Wij behoeven daartoe slechts te verwijzen naar de regeling daarvan, door de R. K. Kerk zelve in Boek IM titula XVII Canon 1290—1295 van de Codex juris canonici vastgelegd.

Canon 1290 geeft een omschrijving : ,,Nomine sacrarum processionum significantur sollemnes supplicationes quae a populo fideli, duce clero, fiunt eundo ordinatim de loco sacro ad locum sacrum, ad excitandam fidelium pietatem, ad commemoranda Dei beneficia eique gratias agendas, al divinum auxilium imploradum". (Met de naam heilige processies worden aangeduid plechtige smekingen, die door het gelovige volk, onder leiding van de clerus (de geestelijkheid), geschieden door in optocht te trekken van heilige plaats naar heilige plaats, met het doel om de vroomheid der gelovigen aan te wakkeren, de weldaden Gods te gedenken en Hem dank te bewijzen, en de Goddelijke hulp af te smeken). Voorgeschreven wordt, dat door allen bij de processies de nodige reverentie bewezen wordt.

Canon 1295 luidt: ,,Curent ordinarii, ut sacrae processiones, exstirpatis si qui sint malis usibus, ordinate procedant eaque modestia ac reverentia ab omnibus perficiantur, quae piis ac religiosis huiusmodi actibus maxime concenit". (De bevoegde bisschoppen moeten zorg dragen, dat de heilige processies met uitroeiing van eventuele verkeerde gebruiken, regelmatig voortgaan en met die ingetogenheid en reverentie door allen volbracht worden, welke vooral bij dergelijke vrome en godsdienstige handelingen betaamt), cf. ook de uitspraak van het Trentse Concilie over de Eucharistie (sessio XIII caput 5, waarbij o.m. bepaald wordt, dat het sacrament vereerd zal' worden en ,,ut in processionibus reverenter et honorificö illud per vias et loca publica circum ferretur" (en dat het bij processies eerbiedig en met onderscheiding over wegen en openbare plaatsen rondgedragen wordt).

Hierin ziet men, hoezeer de processie meer is dan een proclamatie. Zij stelt niet voor een beslissing, maar legt een reeds gevallen beslissing aan anderen op, een beslissing, die de ruimte van het openbare leven naar een bepaalde theologische visie wil vullen en; beheersen. Hetgeen men redelijkerwijze mag verwachten van iemand, die de besloten ruimte van een bepaalde ere-dienst vrijwillig binnengaat, wordt nu bij een processie op de straat verwacht of gevraagd. Wie daaraan niet voldoet, wordt tot een afwijkende en afwijzende houding gedwongen en gevoelt zich zowel zelf gekwetst als anderen ergernis gevend. Zo wordt de straat — het terrein, dat alle burgers gemeen is — tot een kerkgebouw gemaakt en aan de vrije staatsburger een visie opgedrongen in lijnrechte tegenspraak met de normen der geestelijke en staatsrechtelijke vrijheden, die niet alleen voor grote groepen van ons volk een onaantastbaar erfgoed zijn, maar zelfs aan de Nederlandse natie het aanzijn gegeven hebben.

Het processie-verbod is met deze vrijheden niet in strijd. Integendeel, de processie brengt de ontkenning daarvan. Niet de tegenstand tegen een opheffing van het processie-verbod is intolerant, maar juist het verzoek om opheffing zelf.

Een vrijheid om op de straten van Nederland processies te houden, zou de vrijheid der anderen opheffen om op de straat zich zelf te zijn. Uit dit oogpunt bezien, is er eerder reden de uitzonderingen op het processie-verbod te betreuren, dan het bestaan van dit verbod.

'Tegen elke uitbreiding van deze uitzonderingen hebben de Kerken zich te verzetten, de Overheid er aan herinnerende, dat zij de handhaafster is van de ware vrijheid in het publieke leven. Het gaat hier niet om een leeg en formeel vrijheidsbegrip. Ook een land, waar allen vrij zouden zijn om alles te doen, verliest de ware vrijheid.

De Kerken, hierboven genoemd, vertrouwen gaarne, dat deze uiteenzetting Uwe Excellenties duidelijk moet zijn, dat de kerken met kracht moeten aandringen, dat het bestaande verbod naar zijn materiële inhoud worde gehandhaafd. Zij doen daartoe op Uw Raad een dringend en ernstig beroep".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Schrijven aan de Raad der Ministers aangaande de processie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's