MEDITATIE
Dronken van de Heilige Geest
En anderen, spottende, zeiden : Zij zijn vol zoeten wijns. Hand. 2 vs. 13.
Het Pinksterfeest roept de gemeente telkens opnieuw tot bezinning! Is de Geest van Pinksteren nog wel in ons midden ?
Waar is dat overvloedige levens des Geestes, dat als een stormwind neerwerpt, maar ook zuivert en leven wekt ? Dat als een vuur verbrandt, maar ook loutert ? Dat de tongen losmaakt om in Godverheerlïjkende taal de lof des Allerhoogsten te verkondigen ?
Het is nodig, dat de gemeente het Pinkstergebeuren telkens weer biddend overdenkt.
Wat is toch geweest die uitstorting van de Heilige Geest ?
De feestgangers in Jeruzalem's straten hebben zich ook deze vraag gesteld, toen zij dat onverklaarbaar gebeuren meemaakten.
Bij sommigen is er ontzetting. Twijfelmoedig vragen zij : ,,Wat wil toch dit zijn ? " Anderen daarentegen staan dadelijk klaar met hun oordeel en spotten . . . . . 't is dronkenschap, zij zijn vol zoete wijn !
Het is opmerkelijk, dat het Pinksterwonder tweeërlei reactie wekte. Enerzijds verslagenheid, gepaard gaande met een diep verlangen om te weten wat dit toch mocht zijn, een begeren door te dringen in dit heilig mysterie, en anderzijds de minachtende afwijzing en spot.
Hier zien wij de reactie, die het spreken Gods tot de mens door alle eeuwen heeft getoond.
Het woord Gods deed Noach de ark bouwen voor zich en zijn gezin, maar de menigte heeft gespot met Gods dreiging.
Lot hoort en verlaat de stad Sodom, aleer het vuur van de hemel allen verteert, maar de schoonzonen van Lot hebben gelachen om de ongerijmdheid van dit goddelijk woord.
En temeer blijkt dit tijdens Christus' omwandeling op aarde. De menigte roept uit : ,,Deze leer is hard, wie kan ze horen ? " En het zijn de weinigen, eenvoudige vissers, enkele vrouwen en een Nicodemus met Jozef van Arimathea, die in Hem de Messias herkenden.
Ach, het natuurlijk hart wederspreckt altijd het goddelijk woord !
Blind voor Gods heiligheid en blind voor de heerlijkheid van Zijn Koninkrijk, spot de mens der zonde met hetgeen hij niet verstaat. Ja, hij houdt degenen, die door Gods Geest zijn aangeraakt, voor dronken.
Zij zijn dronken ! Schuilt in dit oordeel niet waarheid ? Immers de werking van de Heilige Geest is een onverklaarbaar verschijnsel. De wetenschap weet er geen raad mee, omdat het wonder des Geestes behoort tot het terrein van het bovenzienlijke. Daarom zijn degenen, die uit de Geest leven, niet meer normaal. Zij vallen uit de toon. Zij zien, wat de natuurlijke mens niet ziet. Zij doen hetgeen dwars ingaat tegen de menselijke norm. Zij zijn irrationeel in hun denken en handelen. Geen wonder dat de menigte uitroept : ,,Zij zijn dronken !"
Petrus heeft het duidelijk verklaard, dat dit met dronkenschap, door misbruik van wijn, niets te maken had.
Het is precies het tegenovergestelde ! Wie dronken is door wijn, is beneveld. Hij ziet de dingen niet meer in de rechte verhoudingen en spreekt zotte dingen. De dronkaard kan wel vrolijk zijn, maar het is de vrolijkheid der dwazen, die wankelen ten dode.
Maar al wie door de Heilige Geest is aangeraakt, ziet met grote helderheid. Hij schouwt wondere dingen, een hogere werkelijkheid. Hij ziet een bovenzienlijke wereld, schoon en heerlijk.
Want door de Heilige Geest wordt het geloof levend.
En door het geloof gaat de onzienlijke wereld voor hem open. Hij gaat verstaan de rijkdom van het Evangeliewoord. Hij krijgt oog voor het zoenoffer van Christus op Golgotha ; hij gaat kennen de kracht van Christus' opstanding en hij strekt de levende hoop uit naar de komende heerlijkheid. Zo is de christen vrolijk. Hij gaat lofzingen de Heere.
Uit het bovenstaande blijkt reeds, dat ge het werk van de Heilige Geest nooit kunt losmaken van Christus. De Heilige Geest deelt uit al wat in Christus is. Zonder de Geest zou niemand Christus kennen en belijden als zijn Zaligmaker en Koning. Want niemand kan zeggen Christus de Heere te zijn, dan door de Heilige Geest.
De apostel Petrus, door de Geest gedreven, geeft daarom geen openbaring boven hetgeen reeds geopenbaard is, maar hij zet zich in de rij der profeten met de blijde uitroep : „Dit is het, wat gesproken is".
Door de eeuwen heen heeft God reeds gesproken door de mond Zijner profeten en ten laatste spreekt Hij door Zijn Zoon. Ja, Gods Zoon is zelve het Woord dat vlees is geworden. Hij is de vleesgeworden openbaring Gods.
Daarom, waar de Geest werkt, wordt het Woord levend, wordt Christus levend voor het zielsbewustzijn. Daar wordt Christus alles !
Pinksteren is daarom het ingaan van Christus door de Heilige Geest in Zijn gemeente. In Zijn gemeente krijgt Christus gestalte.
De Heilige Geest is dus de Geest van Christus. Al wat de Geest geeft, neemt Hij uit Christus, n.l. de reiniging onzer zonde, eeuwige gerechtigheid en al de volheid der hemelse schatten. De Geest brengt ons tot Christus, maakt ons één met Christus en verzegelt ons dat wij in Christus kinderen des Vaders zijn.
Daarom, dit is de betekenis van Pinksteren, dat de Heilige Geest een gemeente vergadert, die Christus als de Heere kent en aanbidt.
En nu is het zo, dat die Geest nog altijd naar het oordeel van de buitenstaander, de mens dronken maakt. Maar al wie dronken is door de Heilige Geest, spreekt geen wartaal, wanneer hij getuigt van het licht, dat de nacht der zonde doet wijken, wanneer hij een weg ziet geopend in Jezus Christus. Wanneer hij met glanzend aangezicht spreekt van verlossing en vrijmaking van de banden des doods. Wanneer hij roemt in het kruis en Gode lof zingt, ziende op de kroon, die wacht.
Dronken van de Heilige Geest! Ja, al wie de Geest van Pinksteren ontvangt, kent iets van die heilige uitzinnigheid. Want hij ziet, wat boven de zintuigelijke waarneming uitgaat, hij ziet de nieuwe wereld, welke in Christus gaat lichten, het Koninkrijk Gods, dat komende is in volle heerlijkheid. Hij ziet, een lichtende horizont, belovende een nieuwe dageraad.
De Geest, van Pinksteren tilt ons op uit de gebondenheid en stelt ons in de vrijheid der kinderen Gods.
Die Geest doet roemen: „Wij sterven alle dag en zie, wij leven". ,,Wij zijn als niets hebbende, maar toch alles bezittende".
Is dat wartaal ? Neen. . . . . neen ! Het is de taal van het. wedergeboren hart. Het is de taal des geloofs!
Verstaan wij daar iets van ? Misschien behoort gij tot de spotters ! Acht gij het de taal van dwaze dromers, van uitzinnigen ? O, dat gij op deze Pinksterdag in ernst gaat vragen : „Wat mocht toch dit zijn". Hoor nog het goddelijk Woord en bid om licht en genade ! Dat zou reeds werk des Geestes zijn. Die Geest zal u ontledigen, zijnde een arm zondaar, maar dan óok ontvangt gij een volheid van ontferming en liefde, waardoor gij naar het oordeel der wereld dronken zijt. Maar het is de dronkenschap des Geestes, die uw hart vrolijk maakt en doet zingen van Gods goedertierenheên.
Bidt dan om die Geest, opdat de vrucht des Geestes in uw leven openbaar worde.
Bidt om die Geest voor ons vaderlandse kerk, opdat de dwaling en verstarring wijke en van haar kracht uitga temidden van ons volk.
Bidt om die Geest, opdat alle ware belijders één worden en de wereld wete, dat Christus is Koning en alle knie zich voor Hem nederbuige.
(Moerkapelle)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's