Ontvangen Boeken
De Heilige Geest. Onder redactie van prof. dr. J. H. Bavinck, dr. P. Prins, prof. dr. G. Brillenburg Wurth. Uitg. J. H. Kok N. V., Kampen, '49. Geb. ƒ 9.25.
Dit werk geeft een verzameling opstellen over de Heilige Geest van verschillende schrijvers. De onderwerpen zijn goed gekozen en vormen tezamen een goed geheel.
Na de inleiding van prof. dr. J. H. Bavinck, volgt een exegetisch deel, daarna een dogmatisch dogma-historisch deel, vervolgens een practisch deel, en ten slotte een epiloog van de inleider.
Verschillende hoofdstukken hebben wij met veel genoegen gelezen. Hier wordt een veelzijdig werk geboden over een belangrijk onderwerp, dat aller belangstelling verdient.
Zoals het „Woord vooraf" aankondigt, wordt de lezer hier onderricht omtrent de Heilige Geest en Zijn persoon en werk, in verband met allerlei vragen en op grond van nieuwe theologische onderzoekingen.
Dit werk is zodanig geschreven, dat ook gemeenteleden daarvan kunnen genieten.
Nog een boekje over de Heilige Geest verscheen van ds. G. Woelderink.
Op zichzelf verheugen wij er ons over, dat ook in de kring van Hervormd gereformeerden over dit onderwerp wordt geschreven. Vergeleken bij het bovengenoemde werk, dat de arbeid van een eerbiedwaardige staf van medewerkers biedt, maakt het weliswaar een bescheiden indruk en het draagt in menig opzicht een persoonlijk karakter.
Van de Heilige Geest en Zijn werk. Uitg, Guido de Brés. 's Gravcnhage 1948.
Juist dat persoonlijke kunnen wij tot ons leedwezen n; et altijd waarderen. Als ds. W. er de nadruk op wil leggen, dat de Heilige Geest ook deel neemt aan het verlossingswerk, — hetwelk volgens hem te veel uit het oog wordt verloren — is dat volkomen gerechtvaardigd. In alle werken. Gods zijn de Zoon, het Woord en de Geest betrokken. Zij zijn, om met Calvijn te spreken, als de handen Gods.
Ds. W. gaat echter te ver, als hij de Heilige Geest de meerdere noemt niet van de Zoon, maar van de Middelaar Gods en der mensen, de mens Christus Jezus. (blz. 13). Hij wil dit bewijzen op grond van de voorstelling, dat Hij, die schept en formeert, de meerdere is van Hem, die geschapen en geformeerd wordt. (blz. 14). Daarin is een dubbele onjuistheid.
Ten eerste kan men van de mens Christus Jezus niet op en voor zich zelf spreken, omdat men Zijn mensheid niet kan losmaken van de goddelijke Persoon des Zoons, welke niet mag worden gesubordineerd aan de derde Persoon, de Heilige Geest. Wie trouwens van de mens Christus Jezus spreekt, spreekt van het Woord, dat bij God was en God was, het Woord, dat vlees geworden is.
Ten andere is het slechts in zoverre juist van de Geest Gods als Schepper en Formeerder te spreken, als de Geest in alle werken Gods deelt, maar Johannes zegt, dat het Woord alle dingen gemaakt heeft, en hij zegt niet, dat de Geest alle dingen gemaakt heeft. Dit Woord is vlees geworden.
Ds. W. neigt er toe om de Middelaar als een Schepsel des Geestes voor te stellen, terwille van de arbeid des Geestes in de vleeswording. In die visie wil hij dan de Geest tot de meerdere van de Middelaar maken, waarbij de zelfstandige daad van de Zoon om de gestalte eens dienstknechts aan te nemen, over het hoofd wordt gezien.
Op die wijze wordt de Middelaar tot een schepsel gemaakt, in hetwelk de Geest woning heeft genomen, om het verlossingswerk te volbrengen, (blz. 14). Feitelijk wordt de Heilige Geest tot Verlosser gemaakt en treedt de Zoon op de achtergrond.
In zijn ijver om voor de Godheid van de Heilige Geest op te komen tegenover de dwalingen, die hij wil bestrijden, zinkt de Godheid van de Middelaar in de nevelen van Zijn mensheid weg. Wij zijn geneigd te vragen, of de invloed van de nieuwe theologie zich hier verraadt.
Gods Geest kan nooit worden vereenzelvigd met onze geest. (blz. 15). Dat is juist. Maar de Zoon, blijft ook in Zijn vleeswording, Gods Zoon. En Hij zegt niet, die Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien, omdat de Heilige Geest in Hem woont, doch krachtens het feit, dat Hij het Beeld des onzienlijken Gods is. De Heilige Geest gaat dan ook mede van de Zoon uit.
Ook de betekenis van het beeld Gods als door ds. W. geschetst, is niet duidelijk. Hij wil het beeld Gods zien als een woonstede Gods. (blz. 20). Dat Adam naar het beeld Gods geschapen werd zou dan betekenen, dat de Heilige Geest in hem woonde. Door de zonde heeft de Heilige Geest dan het mensenhart verlaten, en dat wil dan zeggen, dat het beeld Gods radicaal is uitgewist. Onze verlossing zou dan daarin bestaan, dat de Heilige Geest wederkeert in het hart, dat Hij verlaten heeft. Zo zou Christus het Beeld Gods zijn, omdat de Geest Gods in Hem woont. (blz. 20 v.v.). Geen wonder, dat de tegenstelling van de psychische mens Adam en de hemelse mens, de Heere uit de hemel, wordt genivelleerd, (blz. 22).
Deze voorstelling zou er op neerkomen, dat de mens als mens een neutraal wezen ware, een huis, waarin de Heilige Geest woont; of waarin de daemonen rondspoken. Maar het huis zelf dan ?
Wij denken aan Luther's woord, dat de mens een paard is, waarop nu eens God en dan weer de duivel rijdt. Hier zou dus de mens het paard zijn, zoals hij bij ds. W. het huis is. Een neutraal iets.
Luther zou dit ten slotte toch niet toegegeven hebben, en wij vertrouwen, dat ds. W. ook niet toegeeft, dat de mens een neutraal iets zou zijn.
Maar waarom zegt hij dan zulke vreemde dingen ?
Op die wijze wordt ook de zonde niet ernstig genomen en men vraagt zich af, waarvoor het offer op Golgotha nodig is geweest, als het er alleen op aan kwam de duivel uit te bannen uit een ingenomen huis. wederrechtelijk.
Wat is er dan in Genesis 3 gebeurd, toen God Adam opzocht ?
Ds. W. staat trouwens op het standpunt, dat Christus ons niets nieuws heeft verworven, (blz. 23). Zo is er meer, en het zou veel te wijdlopig worden, als wij op alles ingingen.
Wanneer hij meent op deze wijze een overigens afkeurenswaardig mysticisme te bestrijden, is er aanleiding om te vrezen dat het middel erger zal blijken dan de kwaal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's