MEDITATIE
HET ENE NODIGE
Maar één ding is nodig. Lukas 10 vers 42a.
De nieuwe vertaling heeft op grond van een andere lezing : maar weinige (dingen) zijn nodig of slechts één ding.
In de verklaring ziet men soms deze tegenstelling : Martha dacht aan veel spijzen, Jezus vond één spijze genoeg. Dan wordt ons hier matigheid en soberheid bij de maaltijden geleerd. En Martha zou met die ene spijze dan ook niet zo druk zijn. Ze had dan de hulp van Maria niet nodig, en kon zelf ook bij Jezus gaan zitten, om Zijn woord te horen, zoals Maria reeds deed.
Hoewel men ook met deze verklaring tenslotte aan de voeten des Heeren terecht komt, en het verband van de tekst haar schijnt te begunstigen, is het toch niet waarschijnlijk, dat de Heere zich over de spijze zal uitgelaten hebben. Indirect leiden Zijn woorden wel tot matiging, ook in de spijzen, maar onder het éne nodige heeft Hij toch wel geen spijze verstaan, of het moet zijn de spijze, die; niet vergaat, maar blijft tot in het eeuwige leven, welke Hij als de Zoon des mensen geven zal. (Joh. 6 vs. 27).
Van Maria wordt gezegd, dat zij ook, zittende aan de voeten van Jezus, Zijn woord hoorde, (vers 39). En dat zij het goede deel had uitgekozen, dat van haar niet zou weggenomen worden, vers 42. Toen haar het grote voorrecht tebeurt viel, dat de Heere Jezus onder haar dak kwam, wilde zij niet dienen en geven, maar door Hem gediend worden, en van Hem ontvangen. Het geestelijke had nu bij haar de voorrang. Weliswaar was Martha geen ongelovige. Joh. 11 VS. 27, en wilde zij met haar maaltijd Jezus dienen, maar uit het zacht verwijt, dat de Heere haar doet, blijkt toch duidelijk dat zij wel verre van haar plaats was, voornamelijk toen zij meende dat die maaltijd nummer één was, dat Maria's gedrag afkeuring verdiende, en dat zelfs de Heere Jezus niet geheel vrijuit ging, daar Hij Maria liet begaan, vers 40. Zij stelde het geestelijke nu toch wel ten achter bij het stoffelijke. Zij behandelde de hoofdzaak als bijzaak, en de bijzaak als hoofdzaak, terwijl Maria's bekommering was om het éne nodige, maakte Martha zich bezorgd om de vele dingen, die minder nodig waren en op dit ogenblik desnoods wel konden blijven rusten. En zij deed dit met een innerlijke bezorgdheid en met een uiterlijke werkzaamheid, en drukte, als ging het om het hoogste; waarvoor alles moest wijken. Martha ! Martha !
Martha had dus wel die terechtwijzing verdiend: maar één ding is nodig. Maria had dat ingezien, maar Martha niet. Maar wat was dat éne nodige ? Uit het verband moeten we oordelen, dat het was wat Maria deed : zo spoedig de gelegenheid zich aanbiedt, met terzijdelating van al het overige, en met gespannen aandacht, als leerling luisteren naar het woord van Jezus. Van een gesprek is hierbij geen sprake, maar veeleer van een prediking. Het gaat dus niet om wat Maria zou vragen of spreken, want zij heeft veeleer gezwegen. Maar alleen om de persoon en het woord van Jezus. En verder om de hartsgesteldheid van Maria, de hoorderes. Of er nog meer personen zaten te luisteren, kan hier buiten beschouwing blijven. Als een mens predikt, is het 't beste, dat hij als persoon wegvalt voor de hoorder, al zijn de gaven en het geestelijk leven van de prediker niet onverschillig. Maar hier is de prediker de Heere Jezus Zelf, de Zoon Gods en de Zaligmaker der wereld. Zijn Persoon mag voor de hoorders niet wegvallen, daar Hij God Zelf is, de Mond der Waarheid en Zichzelf predikt: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven ; niemand komt tot de Vader dan door Mij. Ook spreekt Hij als Machthebbende en niet als de Schriftgeleerden. Zijn woord is de openbaring van God en Zijn raad. Als Profeet verkondigt Hij de zaligheid, die Hij als Priester zal verdienen, en als Koning zal toepassen. Hij zal tot Maria over Zijn werk. Zijn lijden en de vruchten daarvan gesproken hebben.
En Maria heeft geluisterd naar de levende woorden, de woorden der genade en der zaligheid. Want zij kon luisteren. Zij was door genade een heilbegerige ziel. Zij geloofde in de Heere Jezus als Gods Zoon en de beloofde Christus. Zij had Hem lief boven anderen, en zag dieper dan Martha in de bedoeling van Zijn komst, zoals blijkt uit het feit, dat zij de Heere zalfde tot een voorbereiding ter begrafenis, Marcus 14 vs. 8. Zij verkoos dan de Heere Jezus te horen en bij Hem te zijn, door Hem onderwezen en in de waarheid ingeleid te worden. Zij hunkerde naar de genade, die op Zijn lippen was uitgestort en leefde bij het woord, dat uit Zijn mond uitging. Zij zocht bij deze hemelse Medicijnmeester de genezing harer ziel. Immers wist zij, dat Hij macht had op de aarde de zonden te vergeven ; en dat Hij gekomen was om te zoeken en zalig te maken wat verloren was. In Jezus en in Zijn woord vond zij de vervulling van de noden harer ziel. Aan Hem, aan Zijn woord en aan Zijn werk, gevoelde zij meer behoefte, dan aan iets anders. Zonder Hem en Zijn heil kon zij leven, noch sterven, want haar oog was ontsloten voor het verderf, dat overal buiten Jezus woedde, en dat Hij alleen ook van haar kon afwenden. Zo was Jezus haar het éne nodige.
En dit toonde zij door zo haast als de Heere in haar huis kwam, de arbeid te staken en tot Hem te gaan. Jezus was haar Schat. Waar Jezus was, daar was dan ook haar hart, Matth. 6 vs. 21. En nu had zij maar de inspraak van haar hart te volgen en zich aan Zijn voeten neder te zetten. Wat het zwaarste was, liet zij ook het zwaarste wegen. Dat gaf bij haar vanzelf de doorslag. De martelaar, die voor Jezus sterft, toont het, dat Jezus hem meer is dan het leven en handelt zo in overeenstemming met zijn geloofsbelijdenis. Zo gaf ook de handelwijze van Maria er bewijs van, dat zij de Persoon, de waardigheid, de gemeenschap, het onderricht des Heeren hoger schatte dan al het overige, en zo drukte zij ook op haar geloof in Hem het zegel der waarheid door haar daden. Niets kon haar nu boeien dan Jezus en Jezus alléén. Zij wendde nu de ogen van de ijdelheden af en liet ook de dingen, die anders nodig en nuttig waren, varen voor Jezus. Zij luisterde nu niet naar Martha, noch naar enige andere stem, dan die van haar Zaligmaker en God. Dit éne was haar nu genoeg. Het was haar goed, nabij God te zijn, en de hele wereld was haar vergeten. Nevens Hem had zij nu niemand omhoog en lustte haar nu niets op de aarde, want God was nu de Rotssteen haars harten en haar deel in eeuwigheid. Dit was zeker wel een goed deel, een zeer gewenste zaak, want het woog op tegen de gehele wereld, ja, het ging die ver te boven, maar de Heere wijst er op, dat dit niet alleen een begeerlijk, een goed, een nuttig deel is, maar Hij noemt het een nodige zaak, het éne nodige. Maria en Martha konden dit niet derven, zonder eeuwig om te komen. Daarom was het zo berispelijk, dat Martha het nu achterstelde; en daarentegen zo te prijzen en goed te keuren, dat Maria het de voorrang gaf.
Dat ons maar één ding nodig is, volstrekt nodig, zó nodig, dat daartegenover al het andere schier als onnodig verschijnt, en dat dit éne nodige de kennis van God en Zijn raad is, in en door Christus geopenbaard, lijkt ons wellicht vreemd. En toch is dit het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige en waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt. Joh. 17 vs. 3. Hoewel voor een heilige de kennis van God, Vader, Zoon en H. Geest, genoeg zou zijn tot het eeuwige leven, moet voor ons zondaren, hierbij gevoegd worden de kennis van Jezus Christus, de Zaligmaker en Middelaar, Die de gelovigen met God verzoent en verenigt. Dit éne nodige vindt echter niet steeds de erkenning, waarop het aanspraak maakt en die het verdient.
Hoewel de mens een godsdienstig wezen is, is het hem in zijn gevallen staat toch niet mogelijk in God zijn heil en zijn hoogst geluk te> beschouwen. Hij is goddeloos en zorgeloos, en dient zichzelf, de zonde en de wereld. Het zijn de vele dingen, waarover hij zich bekommert en verontrust in zijn natuurstaat. De hedendaagse mens verzuimt bij alles wat hij najaagt en bereikt, het éne nodige. Bewonderenswaardig zijn de prestaties van de wetenschap en de techniek, maar de ziel wordt verzuimd. In ruime mate worden de goederen der natuur en der cultuur genoten, maar God wordt vergeten. Men verwacht het heil van de staatkunde, van de maatschappijvorm van het menselijk vernuft, maar men ziet niet op naar de hemel. Men werkt, men loopt, men draaft, men confereert, men sluit verdragen, men vreest, men bekommert zich en men verontrust zich, men versterkt zich, men zoekt zijn toevlucht bij de atoombom, maar men bidt niet. Zoals de groten doen, doen ook de kleinen. Het is schier overal : God is dood. Leve de mens ! Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij. Zij roepen om brood en spelen, om bioscoop en dans, om wijntje en trijntje, maar gaan de kerk voorbij. Zij zijn allen wijs bij zichzelf, maar verachten de wijsheid, die van Boven is, die in de Bijbel tot ons komt. Zij vertreden de heilige geboden en leven naar het goeddunken van hun hart. Vele dingen acht men nodig, maar het éne nodige acht men niet.
Dit doet wèl de heilige vergadering der Christgelovigen, die allen hun zaligheid verwachten in Christus, zijnde gewassen door Zijn bloed en gereinigd door Zijn Heilige Geest. Voor hen is Gods goedertierenheid beter dan dit tijdelijk leven, en Zijn gunst versterkt hen meer dan de uitgezochtste spijze. Doch niet altoos wordt dit door hen beleefd. Zie het aan Martha, die met de spijzen bezig zijnde, en die uitzoekende voor Jezus, zozeer door dit tijdelijke leven in beslag werd genomen, dat zij het éne nodige vergat en verstootte. De vele dingen eisten haar aandacht op en drongen zich op de eerste plaats. Dit herhaalt zich nog dagelijks in de kerk des Heeren. Hoe vaak wordt de blik van Gods kinderen beneveld door aardse zorgen en bekommeringen. In menig huishouden is een lieve Martha werkzaam, die de handen uit de mouwen steekt, aan de maaltijd alle zorg besteedt, op haar huishouding goed acht geeft, en zich verdiept in alle stukken van haar goddelijk beroep. En wie zal zeggen, dat dit niet nodig is, of dat wij zulke Martha's zouden kunnen missen ? Wat zou er van de gezinnen, de ziekenhuizen, de winkels enz., terecht komen zonder haar ? Hoe nodig en belangrijk echter al die arbeid is, en hoezeer wij ons ook verheugen mogen dat er alom nog zulke werkzame Martha's gevonden worden, toch leert de tekst ons, dat al het nodige het éne nodige niet mag verdringen en dat er geen excuus geldt, wanneer dat toch geschiedt. Niet alleen de vrouwen, maar óok de mannen dwalen in dit opzicht telkens af. Het is daarom zo nodig, gezet de Bijbel te lezen en geregeld naar de kerk te gaan. Dan worden wij gedurig vermaand eerst het Koninkrijk Gods te zoeken en Zijn gerechtigheid. De bijzaken, die licht te hoog gewaardeerd worden, moeten dan weer achteruit gezet worden, opdat de hoofdzaak de voorrang hebbe. God en Christus, de ziel en de zaligheid, het Woord Gods en de dienst Gods, moeten dan weer het eerste voor de ziel zijn.
In die luisterende Maria en in die werkzame Martha hebben we niet te zien het voorbeeld van een innig en van een werkdadig Christendom. Maria toont ons de Christin, die bekommerd is om het éne nodige, en zich daaraan overgeeft, terwijl Martha, ofschoon niet vreemd aan de zaak, op 't ogenblik, dat Jezus bij haar inkeerde, zich uitsloofde om Jezus te dienen met het hare, inplaats dat zij de tijd uitkocht om van Jezus gediend te worden met het Zijne. Zo verliep ze zich in bijzaken en verzuimde zij de gelegenheid haar ziel te voeden met het brood des levens, meer werkende aan de spijze, die vergaat, dan óm de spijze, die blijft tot in het eeuwige leven.
Men mag haar niet te hard vallen, alsof zij een dienaresse der wereld was en op één lijn stond met de boven geschetste mensen. Wat zij deed, deed zij uit liefde tot Jezus. Het verwijt des Heeren is dan ook zacht, maar het leert ons toch, hoe gemakkelijk ook Gods kinderen, soms met de beste bedoelingen, het goede spoor verlaten en het éne nodige uit het oog verliezen en verdwalen in hun eigen werken. Vanzelfsprekend wordt Maria ons voorgesteld, opdat wij zouden doen als zij. En Martha's voorbeeld strekt ter waarschuwing van wereldvrienden en gelovigen.
De Heere sprak van het éne nodige, Maria behartigde dat, maar Martha kon op die tijd niet vrijgepleit worden van gebrek. Indien wij Maria en Martha, de wereld en de kerk, de naamchristenen en de oprechten nu laten rusten, en tot onszelf komen, hoe zullen wij staan tegenover het éne nodige ?
De Heere zet alle grote en kleine dingen, alle hoofd- en bijzaken van de mensen aan de kant en leert ons, dat er één zaak is, waarop het aankomt voor allen : heilbegerig luisteren naar Jezus ! Alleen wat Hij heeft te zeggen is belangrijk, want dat beslist over ons eeuwig wèl of wee. Alleen dat is volstrekt nodig, „want Mozes heeft tot de vaderen gezegd : De Heere uw God, zal u een Profeet verwekken uit uw broederen, gelijk mij ; Die zult gij horen, in alles wat Hij tot u spreken zal. En het zal geschieden, dat alle ziel, die deze Profeet niet gehoord zal hebben, uitgeroeid zal worden uit den volke". Hand. d. Ap. 3 vs. 22, 23.
Dit is dus het éne nodige.
Wie Hem niet hoort, is verloren.
Wie Hem wel hoort, maar niet gelooft, is verloren.
Wie Hem wel hoort, en in Hem gelooft, maar Hem achterstelt, verdient Zijn verwijt.
In deze wereld, die ten ondergang neigt, staan wij als zondaren, die aan de verdoemenis zelve zijn onderworpen. Daar omringt ons aan alle zijden : het véle. Daar zijn alle zaken : bijzaken. Door de H. Schrift spreekt •de Heere Jezus tot ons van het éne nodige. Wij moeten ons van dat vele afwenden en tot dat éne doordringen, om ons daaraan over te geven. Maar nu kleeft ons hart, zelfs na ontvangen genade van geloof en bekering, nog zeer en telkens weer aan het stof, d.i. aan het véle. Hoe hoog begenadigd zijn we dan, wanneer we als Maria dat éne nodige aankleven. Dat mogen we danken aan de Heilige Geest, door Wie Christus ons trekt. Hoe wijs zijn we dan geworden. Welk een heerlijk deel en bestendig goed hebben we dan ontvangen. Het zal niet van ons weggenomen worden, vers 42.
Welnu, hebben wij de kennis van het éne nodige ?
Hebben wij het gekozen ?
Hebben wij de wereld er voor prijs gegeven ?
Is het verwijt aan Martha ook aan ons gericht ?
Is Jezus ons genoeg ?
(Hoogeveen)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's