De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Puritein van de Hertenpolder

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Puritein van de Hertenpolder

FEUILLETON

3 minuten leestijd

7)

Het bruggetje lijkt hun een val in de diepte.

Janus is uitgeput. Dat rennen is hij niet gewend. Hij bezint zich en neemt zich voor, verder maar geen haast te maken.

Achterdochtig kijken de schapen om. Komt hij hen nog weer achterop? Ze dachten nu van hem af te zijn !

De ram zet heel grote ogen op en zijn blik is zeer verontwaardigd.

~ Kum jonges, nodigt Janus, nog één keer veur 't zelfde geld.

Stug volgen ze het pad langs de sloot. Echt grimmig is de ram.

Daar is het bruggetje. .

Janus loopt weer wat om. Daar staan ze. Tot op eens, is het of er één een ogenblik het verstand van een mens krijgt. Het kleinste schaap, een kittig ding, stapt zo ineens uit het kringetje en wandelt het bruggetje over.

En als bij toverslag zijn allen gewillig en volgen het kittig schaap, dat vrolijk de weide inholt.

Nu moet Janus toch even verwonderd staan toe te kijken. Daar kreeg hij nu aanschouwelijk onderwijs. Het spreekwoord in beeld. Zo duidelijk en zo klaar.

Nu weten ook de dieren dat het goed is. De drijver is tevreden. Ze weten 't. En ze grazen zo rustig alsof ze er reeds weken gelopen hebben.

Janus haalt het bruggedek omhoog en haakt het kettinkje aan, een spijker van de paal.

Hij is vergenoegd nu.

Mia, die de toedracht gezien heeft, is ter hulp willen komen, maar staat halverwege het weipad stil.

— Kijk eens. Janus, roept ze, zie die ram eens vinnig zijn, dat stomme dier.

De ram stond Janus nog even beledigd na te starogen.

— Zeg dat wel, Mia, dat stomme dier.

Ik bedoel 't heel goed mit hum.

— Ik dacht, ik zal je helpen jö, maar 't was niet nodig.

— 'k Bin blie dai me helpen wou, 't ha nodig kunne zin.

Janus legt z'n arm om Mia's schouder. — Mooi is 't land, zeg, merkt ze op. — Maarge gaan de koen de stal of, Mia.

Bie ons thuus zin ze d'r al uut.

Het wijde land ligt breed onder de blauwe hemel. De zon maakt de Meidagen tot een weids voorportaal van de zomer.

Statig glijden de zwanen over het water van de brede sloot.

Bij het groene hek zit de lapjespoes op een paal te spinnen. Zeldzaam tevreden over de verwisseling der jaargetijden. Zij ademt de lentelucht in en vangt van baldadigheid naar haar staart, die vervaarlijk wordt gedraaid.

Op de werf loopt een man.

Mia kent hem al uit zijn manier van lopen. Het is de vreemde Aldert. Maar niemand die hem luidruchtig zo noemt.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Puritein van de Hertenpolder

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's