De Puritein van de Hertenpolder
FEUILLETON
8)
— Daar is Aldert van Janna, zegt Mia.
Ik heb je daar weleens van verteld. Janus.
- O zo, is hij dat! antwoordt Janus begrijpend, niet afkerig van een ontmoeting met hem.
Aldert ziet het jonge echtpaar lachend aan.
— Is dat je man, Miao ? vraagt hij.
— Ja Aldert, dat is de nieuwe boer van ,,Amazone". En wat denk je ?
~ 't Zal wel een goeie voor je weze. Je hebt een goeie verdiend
Dan lacht hij en wijst naar de lucht. Warmte ligt er tussen het huis en de schuur. Aldert is zich de aantocht van de zomer bewust en wil er de jonge boer op wijzen.
Hij legt het er op aan, kennis met hem te maken. Daarom heeft hij zijn schreden naar de kleine hoeve gericht. De man van Mia boezemt hem belang in. Hij wil wel met hem het land in om de groei van het gras te bezien ; en wanneer de koeien naar buiten kunnen.
Janus let enige tijd op deze naïeve mens en schouwt in hem een goed hart. Hij merkt dan dat hij veel beter is, dan de mensen die zijn kinderlijkheid verachten.
— Willen we eens even over 't hek kaiken, zegt hij.
Mia knipoogt tegen Janus.
— Wel jao, lowwe us gaon kieken, stemt Janus toe.
De jonge boer - is ontvankelijk voor een belangstelling, die gaaf is. Hij wil kennis maken met deze ouwe jongen, waarvan Mia hem verteld heeft, dat hij zijn moeder zulk een goed hart toedraagt.
Op 't groene hek leunt hij met de ellebogen. Peinzend staart hij in de verte.
— 't Land is hier goed, boer, begint hij. Je hoeft niet te mesten, 't groeit hier evenwel. En als je er mest, groeit er dubbel zoveel . . . ..
— 'k Wou op dit spul varkes houwe, Aoldert. De mest van keuen is zeldzaom goed veur de grond hier, gleuf ik.
— Boer, daar zeg je wat! Ik zal 't nakaike. Daar zul je wat van beleve!
Opeens draait Aldert zich om. De onno-zale Aldert, en toch nog zo gek niet. Hij vat de bedoeling van Janus Veldstroo en meent z'n plannen te doorzien. Daarom wil hij met z'n gedachten alleen zijn, om daar in zijn eenzaamheid over te malen. Wat dat worden zal, als de boer werkelijk varkens gaat houden. Er een schuur bij aanlegt. Als een wijs boer gaat werken . . . . .
Janus is hem kwijt. Daar gaat hij. Dat is te belangrijk om niet voor alleen te zijn.
Als Janus naar binnen gaat, zien de vrouwen hem na door het keukenraam.
— Wat is het. Janus, dat je Aldert zo gauw bent kwijt geraakt ? vraagt Mia.
— O, we hebben wat gepraot over 't een en aander, en toen ik 'm zei da 'k doch um nog us varkes te houwe hier, toen von ie dat zoi reuze idee, dat hie daor alleen us veerder over prakkizeren mos.
— Ja, zegt Moeder Wiedeling, het is een vreemde Aldert, maar met een hart van goud. Dat zal de tijd je wel leren.
— Zo zo, antwoordt Janus, en drinkt het blauwe kopje leeg, dat Mia hem heeft volgeschonken.
Dan komt Janus met z'n plannen voor de dag.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's