Ontvangen Boeken
De zeven gesprekken van Maleachi, door W. Lüthi. Uitg. T. Wever, Franeker. 112 pag.
Dit boekje is een vertaling van de hand van ds. F. F. Fels van een aantal preken, dat in begin '48 door ds. Lüthi te Bern werd uitgesproken. Reeds meerdere geschriften van deze schrijver werden in het Hollands vertaald en uitgegeven, o.a. Het Evangelie van Johannes en Het Onze Vader en over Amos en Habakuk.
Schr. heeft wat te zeggen. Hij staat midden in het leven van vandaag en altijd weer doet hij zijn best om de actualiteit van het Woord Gods ons te doen zien ; het O. T. blijkt een boek te zijn voor het verwarde heden. Allerlei inleidingen bespaart schr. zijn lezers, om zo snel mogelijk naar de wereld van lezers en hoorders te komen. Ik kan niet anders zeggen, dan dat dit boek de lezer een paar goede uren bezorgt. Raak is zijn tekening van het huwelijk als een verbond ; ,,daar is de explosieve kracht van de. zonde zeer groot en daarom is het huwelijk in heel bijzondere zin de plaats van tweespalt en bederf". Met instemming las ik b.v. ook schrijvers opmerking, hoe ook altijd de gerichten de gemeente treffen : ,,als de oordelen komen, zit de gemeente niet droog, totdat het onweder over is". (1 Petrus 4 vers 17). Zo zou heel wat meer aan te halen zijn !
Dat neemt niet weg, dat er wel verscheidene vraagtekens gezet moeten worden bij deze vlotte, soms voor mijn besef al te vlotte verklaring. Schr. zegt: ,,De mensen, tot wie deze Bode gezonden is, noemen we met opzet moedelozen". Is dat nu juist geheel het boek van Maleachi onder dit gezichtspunt te zien ? Ik meen van niet. Ik wil niet beweren, dat die moedelozen in het boek van Maleachi niet worden toegesproken, maar daarnaast zien we ondankbaarheid, verbreking van het Verbond, vergeten van de grenzen tussen kerk en wereld.
Ik weet niet of de vertaler juist vertaalde, maar als ik lees : het uitverkoren zijn van de christelijke gemeente berust niet op zekere intellectuele of materiële voortreffelijkheid, maar op de erkenning van eigen onvermogen en eigen schuld, positief gezegd : op het weet hebben van Gods genade, — dan zeg ik op de eerste helft van de zin van harte ja, maar de grond van de verkiezing is het welbehagen Gods en mijn weten van Gods genade is geen grond, maar gevolg van de verkiezende genade. —- Elders reageert schr. scherp tegen een opmerking van een juffrouw, die vindt dat de ds. de communisten, als ze komen, met de mestvork het land uit moet steken. Och, vindt schr., men kan ze heter bijtijds met de eetvork weg jagen. Immers zegt schr. : Wanneer weduwen en wezen, wanneer de dagloner dat op de eetvork krijgt, wat zij nodig hebben, dan kan geen communisme een volk bedreigen. Hoezeer het van betekenis is, dat ernst gemaakt wordt met de grote sociale vragen - hoe dikwijls is vergeten, dat de Bijbel, denk maar eens hoe Jacobus' volle ernst met de sociale vragen maakt — zó simpel liggen de dingen niet. Alsof niet het grote probleem uiteindelijk de mens is, die vernieuwd moet worden.
De tekst die afgedrukt is, is de vertaling van de Züricher Bijbel. Waarom Maleachi 2 vers 15 uitgevallen is, heb ik niet begrepen.
Meer dan eens is bij een boekaankondiging de opmerking gemaakt, dat de critiek overheerst. Zo bedoel ik het niet ; bovenstaande is een bewijs van de belangstelling, waarmede ik dit boekje van a tot z heb doorgenomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's