De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Niet kwakzalven maar radicale therapie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niet kwakzalven maar radicale therapie

5 minuten leestijd

In. het confessioneel weekblad ,,De Gereformeerde Kerk" van 12 Mei 1949 schrijft prof. Van Niftrik naar aanleiding van de universiteitsvoordracht van prof. Van Rhijn; Sol iustitiae illustra nos" onder meer het volgende : Een dame zei mij enige maanden geleden : De wijze waarop jullie Barthianen over God spreken, maakt, dat ik als moeder haast niet meer tot God durf te bidden, als mijn kind ziek is". Dit oordeel heeft mij verpletterd. Daarom zal ik het zeggen en blijven zeggen ; Zonder een beetje piëtisme komen wij er niet! En laat nu niemand hieruit een wapen tegen Barth smeden : dit oordeel geldt meer de Barthianen dan Barth !"

Tot zover ,,De Gereformeerde Kerk".

Prof. Van Niftrik is, volgens zijn eigen woorden, verpletterd geworden door een eenvoudige opmerking van een moeder.

Een moeder, die blijkbaar door deze uitlating haar geestelijke nood onder woorden brengt, als ze zit onder de Barthiaanse prediking.

Een moeder, die in haar eenvoudigheid een pijl afschiet en in de roos treft.

Hoe kan het ook anders, de geestelijke gemeenschap, de verborgen omgang met God wordt onder die prediking als ,,een bezit van de vrome mens" weggeredeneerd. God is toch zo oneindig ver weg . . . .

Die moeder zal de enige niet zijn, allerwege hoort men de verzuchting, dat men onder de boven aangeduide prediking zo koud blijft, dat het alles te intellectualistisch, te rationeel, te weinig antwoordend op de persoonlijke geestelijke nood der toehoorders, te steriel, te speculatief, te beschouwend is, etc. etc.

Klachten, die, naar het ons voorkomt, gegrond zijn.

Prof. Van Niftrik heeft het zelf ook aangevoeld, het heeft hem verpletterd en na enige maanden komt hij er mee voor de dag.

Daarin prijzen we hem.

Maar nu de genezing !

Als iets verkeerd is, moet het hersteld worden. 

De remedie van prof. Van Niftrik is : ,,Zonder een beetje piëtisme komen we er niet !"

Er moet dus een beetje piëtisme gemengd worden in de prediking.

De preek begint zo al aardig op een apothekersflesje te gelijken.

Hiervan een weinig, daarvan een weinig en dan maar roeren !

In het officieel orgaan van onze Kerk, ,,Weekblad van de Ned. Hervormde Kerk" van 18 Juni 1949 slaat ds. Van Schouwenburg helemaal de weg in naar de apotheek.

Ook zijn aandacht is gevallen op de uitlating van prof. Van Niftrik in zijn rubriek „Van maand tot maand".

Ds. Van Schouwenburg zoekt de weg naar het juiste midden. Niet het absoluut Barthianisme, niet het absoluut piëtisme, maar van beide wat, en dan maar roeren.

De z.g.n. ,,derde weg".

Beide kanten zijn dan tevreden gesteld en de moeder kan gerust wezen.

Is het niet droevig ?

Is dat zielszorg in de prediking aan mensen, voor een eeuwigheid geschapen ?

Eén woord is voor dit gedoe op zijn plaats : kwakzalven.

We zijn misschien wat scherp, maar de zaak is te ernstig om op die lichtvaardige wijze de zielszorg in de prediking — een der moeilijkste opgaven — te behandelen.

"Wat moeten de gemeenteleden er niet van denken als ze dergelijke uitlatingen lezen : de prediking ? Wel, de prediking is een „mixture" ! Een mengsel van 't een en ander. Nu, geef mij maar tobacco-mixture!

En terecht.

Maar wat is deze remedie verder ook niet irreëel, onwerkelijk!

Want, wat is prof. Van Niftrik in de afgelopen jaren geweest ?

In al zijn boeken en krantenartikels niet anders dan, in navolging van zijn leermeester Barth, de grote vijand van het piëtisme.

En nu staat hij voor de muur van een opmerking van een moeder, een muur, die bijna op hem valt, en zijn enige verweer is : ,,We moeten toch maar weer een beetje piëtisme er in halen".

Simple comme bonjour !

Erg verhelderend voor degenen, die zijn boeken hebben bestudeerd, kan ik dit niet noemen.

Erg wetenschappelijk nog minder.

Eerst wordt het piëtisme als „het bezit van de vrome mens" verketterd en nu wordt het weer ingehaald.

Het lijkt wel regeringspolitiek.

Een teken des tijds.

Maar genezing zal dit niet geven.

Hoe kunnen twee tegengestelde zaken, het Barthianisme en het Piëtisme, worden verbonden tot een eenheid, tot een harmonie ? Afgezien nog van het feit of we in de theologie en in de prediking gebruik kunnen en mogen maken van vermengingen : hiervan een weinig, daarvan een weinig.

Ik zie de prediking heel anders, zie haar meer als een eenheid opgebouwd uit Schriftuurlijke gegevens.

Neen, we moeten niet gaan kwakzalven, de enige oplossing is : de radicale therapie.

Herziening van het standpunt van prof. Van Niftrik.

Een veranderde druk van de uitgegeven boeken.

Herroeping van het standpunt, dat het geloof iets ongrijpbaars, iets onzichtbaars, de opstanding, de nieuwe onaanschouwelijke mens is, dat we maar moeten geloven, dat we geloven, dat het geloof niet in de mens, maar in de hemel is.

Herziening van het eschatologisme, dat alle bevinding, geestelijke gemeenschap met God uitsluit en alleen maar wijst naar het komende in de eeuwigheid.

Herziening van de „Neu-Pradikation", waardoor de rechtvaardiging en heiliging alleen maar is een nieuwe naam, en dat de mens precies dezelfde blijft, ook innerlijk, tot de dood toe.

Herziening van het standpunt, dat het alleen maar gaat in de Schrift om waarderingsoordelen en niet om zijns oordelen.

Herziening van al de caricaturen, die van de Gereformeerde theologie gegeven worden aangaande de wedergeboorte („een nieuw mensje"), de predestinatie („witte en zwarte lijst") etc.

Herziening van de Uitverkiezingsleer, vertolkt in ,,De Beroerder Israels" met als uiteindelijke consequentie blz. 174 : „Maar het komt er wel op aan tot iedere mens als verkondiging van het Evangelie te zeggen : ook gij zijt in Christus verkoren !"

Herziening van zo ontzaglijk veel uitspraken, die in flagrante strijd zijn met de belijdenisgeschriften onzer Kerk, in het bijzonder met de Dordtse Leerregels, hoofdstuk III, IV, 11, 12, 13 en hoofdstuk I.

Het terugleiden der prediking naar de Belijdenis der Kerk is naar onze gedachte de enige weg.

Dit is radicaal, maar dit is ook tegelijk de enige therapie.

Al het andere zal niet baten, maar zal de verwarring der geesten bevorderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Niet kwakzalven maar radicale therapie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's