De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Puritein van de Hertenpolder

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Puritein van de Hertenpolder

FEUILLETON

4 minuten leestijd

10)

Janus staat er verbaasd voor  te kijken.

— Heb je daar ook nog aandacht voor ? vraagt Delvenaar.

— Ja zeker, antwoordt Janus. Wat ik in 't bereizen van de wereld tekort gekomme bin, het ik in de boeken een weinig vurgoed gekrege. Een weinig, da begriep je vanzelf wel.

— Ja, zeg dat wel, een weinig.

— An kennis hè 'k altiet gebrek gehad, Delvenaar. Ik zie dai je nog een paor waarke van Dostojewski het ók.

Janus leest de rugtitels : Schuld en Boete, De gebroeders Karamazow.

— Mag ik er één uutpakke, vraagt Janus.

— Ga je gang hoor, lacht Delvenaar. Janus pakt een deel van de gebroeders Karamazow, Slaat het open en leest: Men wil tegenwoordig niet inzien, dat de ware veiligheid van het individu niet in zijn kapitalistisch isolement, niet in zijn persoonlijke geïsoleerde kracht bestaat, maar in zijn samenhang met de ganse mensheid. Doch stellig is het zo, en het uur zal komen, waarin deze verschrikkelijke isolering ophouden zal en plotseling zal men begrijpen, hoe onnatuurlijk het was, om zich zo- van elkander af te zonderen.

— Het is zo, zegt Janus, dat in de wereld van denkende minsen er vaok gedocht is, als men spreekt van Russische mystiek, over uutgemaargelde fakirs en asceten, enzovoorts. Dostojewski het mit zien boeken bedoeld, ons in te lichten over de wezenlijke gesteldheid van de Russische volksziel en dat zij meer van de Westerse ideeën kent, dan wij vermoeden konden.

~ Ik snap je goed, Veldstroo. Ik heb ze ook gelezen, antwoordt Delvenaar, en weet nu meteen dat de nieuwe boer van „Amazone" niet onontwikkeld is.

Als ze de kamer uitlopen, klopt Delvenaar Janus op de schouder en zegt: Vader Cats sprak over de wijsheid van een boer en de schoonheid van een hoer, en dat die niet geacht waren, maar laat hem maar kletsen, vind je ook niet ?

— Vader Cats ! daor he'k altiet mien petje veur ofgevat. In de liest van zien tiet was hie meest geacht en veul bemind. Mer ik denk dat da rimpje toe meer actueel was as noe, teminste wat de eerste regel betreft. Vandaog an de dag kan ur nie zozeer over de domheid van een boer gevalle worre, in vurgeliek mit aandere gewone minse, da spreekt vanzelf.

In de keuken maken ze nader met elkaar kennis. 

— 't Is wel duidelijk te horen, zegt vrouw Delvenaar, dat jij hier niet geboren bent.

— Jao, ik het een Gelders taoltje. Misschien da 'k da hier vurleer.

— Ik denk van niet zo gemakkelijk, Veldstroo, meent Delvenaar. Want ik heb boeren van geboorte van hier en nu al twintig jaar gunder wonend, gesproken, maar ze praten nog net as de mensen hier.

Dan begint Janus over t' doel van z'n tocht.

— 'k Heb nog tienduizend stenen in de loods. Daar kunnen we aardig mee vooruit, vertelt Delvenaar.

- Da dunk me ók.

Janus komt met Delvenaar tot een vergelijk, 't Komt hem op ongeveer tweeduizend gulden. Het transport der materialen neemt hij zelf op zich. Hij overlegt, dat hij de tijd heeft.

Dan stapt hij op.

Er wordt nu spoedig werk van gemaakt, weet hij. Delvenaar was niet bizonder druk. Zo bouwt Janus aan zijn varkensschuur. Bij de naaste buurman fietst hij de dam in. Zij hebben zo weinig werk gehad, met hem uit 't Gelderse te halen, dan kunnen ze 't nu zó goed maken.

En hij heeft succes. Boer Steenveld noemt hem enkele dagen in de week, dat hij paard en wagen lenen kan.

Zo komt hij welgemoed op de kleine hoeve terug. En Mia staat juist op de uitkijk.

III. Een vriendendienst.

Het is nu enkele maanden geleden, dat Aldert bij Janus kwam, om even kennis te maken. Het heeft Janus verwonderd, dat hij niet eens eerder gekomen is, dat hij zó lang heeft kunnen wegblijven. Zijn belangstelling was hem toch onverdacht voorgekomen.

Maar het is waar, de in zichzelf gekeerden leven niet zo snel, als de vooruitstrevenden, de oppervlakkigen. Zij hebben hun eigen tijd en wijze. Zij haasten zich niet, dan alleen naar de plaatsen, waar zij hun denkleven kunnen bevredigen.

Aldert van Janna heeft goede woorden over Janus Veldstroo gesproken.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Puritein van de Hertenpolder

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's