De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ONZE AFGODEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONZE AFGODEN

8 minuten leestijd

Il (Vervolg).

De godsdienst van Babylon richtte onze aandacht op de sterrenhemel met zijn ijzeren orde en wetmatigheid, om aldus door te dringen tot het geheim der hogere machten, dip het menselijk leven bepalen.

De godsdienst van het oude Egypte ziet niet omhoog, maar naar beneden. Het houdt zich vooral bezig met het eeuwige raadsel van leven en dood, en heeft blijkens zijn „Dodenboek" met name zijn aandacht gericht op die éne, door al wat mens is gevreesde macht, die steeds ons leven bedreigt, het voortdurend beïnvloedt en straks aan het einde een sluier doet vallen over onze eeuwige toekomst, ondoordringbaar voor de mens als een ,,ijzeren gordijn" : de dood.

Het is dan ook geen wonder, dat juist in Egypte op een zeer hoog peil stond de medische wetenschap. Haar taak is immers juist: het voorkómen, afweren en genezen van ziekte, die anders ons voert in de dood. Geen wonder : nog steeds staat de medische wetenschap in hoge ere. Want er is niets, dat de mens zozeer vreest, als de dood. Welk een groot gedeelte van het menselijk leven en van de energie der mensheid wordt niet verbruikt door de angst voor de dood, door het afweren van en het strijden tegen de dood ! Dit alles is nog uitermate actueel.

Het huiveringwekkend geheim van de dood en van het leven hiernamaals, heeft de oude Egyptenaren wel heel sterk bezig gehouden. Er is geen religie, waar de doden zulk een grote plaats innemen, als in Egypte. De beroemdste monumenten uit Egypte zijn graven : de graven van koningen en rijksgroten. De geweldige: pyramiden zijn niets anders dan koningsgraven. De belangrijkste literatuur van oud-Egypte heeft betrekking op het leven hiernamaals : de pyramidenteksten, het Dodenboek, de doodkistteksten. Over het lot van de dode in het hiernamaals bestonden in Egypte tal van voorstellingen naast elkaar, waarvan de voornaamste zijn ; de dode leeft in het graf, hij leeft in het paradijs van Osiris, of hij zit met de zonnegod Rê in de zonneboot.

Doch hoe men zich het lot der doden ook denkt, overal komt de gedachte aan een herleving, aan een leven na de dood, aan de dag.

De god van het dodenrijk is Osiris, de rechter der doden. Doch merkwaardigerwijze is Osiris tevens de god van het ontwakende leven. Hij behoort tot dezelfde groep van goden als de Babylonische god Tammoez (Ezech. 8 vs. 14), de Phoenicische Adonis, de Griekse Orpheus en Demeter, de god Dionysos in Thracië, Zagreus op Kreta en Attis in Phrygië. Dit zijn de goden van de plantengroei, die in het najaar wegsterft, doch in het voorjaar herleeft. Dit sterven en herleven van de plantengroei op aarde werd belichaamd in de god, die sterft en herleeft. De dood van de god Osiris of Tammoez, of hoe hij ook heten mag, wordt beweend en in klaagliederen bezon­ gen in de herfst. Enzijn herleving in het voorjaar wordt met ibel en lofzangen en grote feesten begroet.

Zo is het te verklaren, dat een god als de Egyptische Osiris niet slechts vereerd wordt als de god van het ontwakende leven, maar ook als de doden-god. Osiris is het gepersonifieerde natuurleven, dat doorbreekt . en opstaat uit de dood. Hij is het levensbeginsel, dat sluimert in de dood, zoals het winterkoren sluimert in de dorre, „dode" winteraarde; Osiris is overal, waar leven ontstaat. Zo is Osiris de mystieke naam voor het oerwater, dat de wereld omgeeft, en waaruit alle leven ontspringt. Hij is ook de vruchtbaarmakende rivier de Nijl, ook de levenvoortbrengende aarde, ook. het ontkiemende koren ; ook de nachthemel, die straks de zon baart, ook die telkens zich vernieuwende maan. Osiris is dus de sluimerende levenskracht der natuur, die overal tot uiting komt, waar de Egyptenaar de strijd tussen leven en dood in gang ziet.

Wanneer deze Osiris dan ook is de god van het dodenrijk, dan is het volkomen duidelijk, dat zich hier uitspreekt de hope op een leven uit de dood, op een overwinning van de dood door dit eeuwige levensbeginsel.

Want de Egyptische mens wist zich, evenals wij, begrepen in dat onophoudelijk proces van leven en sterven  — en herleven ! Ook de mens. is immers deel van die altijd herlevende natuur. En zoals de dode winteraarde haar uiterlijke vorm behoudt, zo bewaart de Egyptenaar de uiterlijke vorm van zijn doden door hun lijken te balsemen en tot mummies te maken, die de eeuwen verduren. En zoals door tal van plechtige handelingen in het voorjaar het nieuwe leven uit de dood wordt gewekt, zo bewerken de opstandingsriten het herleven van de dode mens. De mysteriën van de god Osiris (en van de godin Isis) dienen dus gelijkelijk om de dode natuur tot nieuw leven te brengen en om de dode mens te doen herleven. De mummie is de in de aarde gezaaide graankorrel : de verborgen woonplaats van het leven. Zaaien is begraven, begraven is zaaien, en beide geschieden met dezelfde ceremoniën. Het herinnert in de verte aan 1 Cor. 15 vers 35—53.

Zo wordt in de Egyptische Osiris-dienst het heelal gezien als één groot dodenrijk, waaruit aldoor het nieuwe leven geboren wordt: op aarde plant en dier en mens, aan de hemel zon en maan en al de sterren. Een onophoudelijke strijd tussen leven en dood. Al wat leeft, meet sterven. En al wat gestorven is, herleeft. In de diepte van de kosmische dood zijn de tegenstellingen verzoend : het dodenrijk is het levensland !

Zo is de godsdienst van Egypte in wezen niets anders dan één geweldige poging om te onderzoeken, te doorzoeken en tot op de bodem te peilen het diepe geheimenis van leven en dood.

Doch evenals wij het zagen in de godsdienst van Babylon, zo blijkt ook hier : dit onderzoeken en door zoeken van leven en dood heeft niet slechts ten doel om te wéten. Kennis is macht ! De mens wil het geheim van leven en dood niet slechts wéten en kennen, doch door zijn kennis wil hij het beheersen. De mens wil heersen en macht hebben over leven en dood.

Dit blijkt ook duidelijk uit Werfel's verhaal van de tocht door het Egyptische dodenrijk, het Amenti. De meest angstwekkende gestalten bedreigen de mens, die daar wil doortrekken naar het oord der zaligheid. Maar hij, die, zoals de priester Cher-Hep, de naam van deze gedrochten wéét, heeft niets van hen te vrezen : hij heeft macht over hen. Of iemand veilig wordt doorgelaten, hangt niet af van de vraag, of hij goed of kwaad, rein of onrein is. Het is alleen de vraag, of hij wéét. Want dat weten geeft macht, daardoor heerst hij over leven en dood. Ook als hij straks voor Osiris, de rechter der doden komt: ook dan komt het er slechts op aan, de juiste formules op de juiste wijze te wéten en uit te spreken.

Wat zullen wij zeggen van zulk een godsdienst ? Stellig niet, dat dit alles primitief, kinderlijk-naïef en belachelijk is ! Het is minstens even geraffineerd als de moderne psychiatrie, die de geheimenissen van het verborgen zieleleven des mensen tracht te doorgronden.

Wij kunnen ook niet zeggen, dat deze godsdienst oud en verouderd is. Misschien in vorm, maar zeker niet in wezen. Het vreemde geheim van leven en dood houdt de moderne mens niet minder bezig dan de oude Egyptenaar. En ook in onze tijd gaat het de mens in diepste grond niet om het wéten-zonder-meer. Nog steeds heeft de mens een heimelijk en diep-geworteld vermoeden, dat kennis is macht.

Doch hij beseft niet, dat hij in zijn onderzoek zich al te zeer laat leiden door de influistering van de verzoeker en mensenmoorder van de beginne, die de mens door zijn leugen ten verderve wil voeren : „Gij zult als God zijn, kennende .." leven en dood.

Het doorgronden van het geheim van leven en dood heeft God Zich voorbehouden. Hij kent beide, leven en dood, en Hij beheerst beide en heeft macht over beide. De mens, die beide tracht te kennen en te doorgronden, komt in de dood terecht. En ik heb een sterk vermoeden, dat ook de moderne psychiatrie dit méér moest bedenken, dan zij wel doet.

Het is een merkwaardig feit: een mens, die door een ongeluk de dood in de, ogen heeft gezien, die b.v. tegen een tram of .auto opgereden is en bewusteloos voor dood opgenomen wordt — straks, als hij weer tot bewustzijn wederkeert, herinnert hij zich niets meer, tot enkele minuten of seconden vóór het ongeluk gebeurde. Men noemt dit met een technische term : de retrograde anamnese, d.i. de terugwijkende herinnering.

't Is, alsof God, die de Heere is van leven en dood, ons daarmee wil zeggen : Het geheimenis van de dood te weten, is de mens niet gegeven, niet geoorloofd — dat behoud Ik Mij voor!

Niet de mens is God. De Kerk des Heeren heeft ook nu haar profetische taak te vervullen door het uit te roepen : „Hoort ook gij, Amenti, gij Dodenrijk : de Heere is onze God, de Heere is enig !"

Wij zullen niet de dood doorzoeken, noch het leven na de dood. Wij zullen horen naar Hem, Die zegt : „Zoekt Mij, en lééft. Want Ik ben het leven. Allen, die Mij haten, hebben de dood lief. Maar de dood is verslonden tot overwinning !" Gode zij dank, die ons de overwinning gééft door onze Heere Jezus Christus ! Hij is wel dood geweest, maar zie. Hij leeft in eeuwigheid, en belooft de Zijnen : „Ik leef, en gij zult leven !"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ONZE AFGODEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's