Geen binding aan de belijdenis
Van vrijzinige zijde is er op gewezen, dat het ontwerp-kerkorde een orthodox ontwerp zou zijn. Daartegenover staat het oordeel aan gereformeerde zijde, hetwelk daarmede allerminst instemt en het ontwerp onaanvaardbaar acht. De gronden daarvoor zijn in den brede en herhaaldelijk aangegeven. Wij laten in het midden, in hoeverre de vrijzinnige in de orthodoxie van het ontwerp aanleiding vindt om het onaanvaardbaar te achten.
De waardering orthodox is toch in menig opzicht subjectief en het is mogelijk, dat de een orthodox acht, wat in het oog van de ander op zulk een waardering slechts gedeeltelijk aanspraak kan maken.
Voor ons geldt nog steeds als kerkelijk orthodox, wat met de confessie overeenkomt. De kerkelijke confessie behoort o. i. als norma normata te gelden voor de kerkelijke handelingen. De kerkorde behoort dientengevolge die confessie te onderstellen en daarvan uit te gaan. Dat is ten enenmale het enig objectieve standpunt, dat orthodox kan worden genoemd.
Wij willen niet ontkennen, dat artikel X dat over het belijden handelt, met een zekere mate van welwillendheid zo zou kunnen worden geïnterpreteerd en zou kunnen worden gehanteerd. Dit neemt niet weg, dat de huidige redactie de binding aan de belijdenis vermijdt en gegeven het feit, dat onzerzijds werd aangedrongen op een korte en duidelijke omschrijving in die geest, terwijl de Synode geen aanleiding heeft gevonden artikel X in die zin te wijzigen, moet men aannemen, dat de Synode zulk een binding niet wil.
Bepalen wij ons slechts bij dit artikel, om er op te wijzen dat de beslissing der Synode ten aanzien van de voorlopige eindredactie niet zo onschuldig is, als velen schijnen te menen, die het ontwerp, zoals het er ligt, voor een belangrijke vooruitgang houden in vergelijking met de Synodale Organistatie van 1816.
Dergelijke inzichten hangen uiteraard samen met de begrippen, waarvan men kerkelijk meent te kunnen uitgaan, en van de gedachten, die men koestert omtrent de betekenis van de belijdenis.
Wij zijn van oordeel, dat van een verandering, welke tevens een verbetering zou zijn, geen sprake kan wezen, reeds op grond van artikel X, hoewel dit niet ons enige bezwaar is, zoals men kan weten.
Het oude Reglement schreef althans nog voor, dat de besturen de leer zullen handhaven. Welke die /eer is, is geenszins twijfelachtig. Dat is de leer der kerk, zoals die is vastgelegd in de Formulieren. De handhaving der leer was dus voorgeschreven, zelfs als de taak der besturen! Derhalve was binding aan de belijdenis stilzwijgende onderstelling. De publieke opinie omtrent het kerkbegrip was destijds blijkbaar nog sterk genoeg om een en ander gewoon en normaal te vinden, althans om het formeel zo te stellen.
De toenmalige leidslieden zijn echter in het geheel niet van plan geweest de leer in kerkelijke zin te handhaven, en dat is ook niet gebeurd. De wijze, waarop zij handhaving verstonden, was van die aard, dat deze practisch op leervrijheid neerkwam.
Intussen heeft men de kerk beroofd van een kerkelijke ontwikkeling der belijdenis. Deze kan eerst ontgaan, als binding aan de belijdenis en haar handhaving niet als ijdel spel, maar ernstig voorden genomen. Noch de binding aan de belijdenis, noch de handhaving der confessie zijn onder de synodale organisatie van 1816 ook maar enigermate tot haar recht gekomen.
Het resultaat daarvan kon geen ander zijn dan dat de confessie in brede kringen werd genegeerd en spoedig niet meer werd gekend, nog minder begeerd. Het kon zelfs voorkomen, dat predikanten, reeds enige jaren in dienst zijnde, de Catechismus nog nooit hadden ingezien, laat staan geleerd.
Op zich zelf genomen, is dit tot grote schade geworden voor het kerkelijk leven en een van de oorzaken, die de ontkerstening in de hand hebben gewerkt.
Doch, zoals gezegd, ook de ontwikkeling van de kerkelijke leer in de natuurlijke, dat is in de kerkelijke weg, werd onmogelijk gemaakt, juist door deze negatie en onkunde.
Wat daarvoor in de plaats is gegroeid gedurende ruim een eeuw, is als een. wilde plant en kan zeker niet op de naam kerkelijke theologie bogen, om de eenvoudige reden, dat zij niet in de kerkelijke weg is ontstaan, uit het leven der kerk niet is opgekomen en met het geloof der kerk slechts in verwijderd verband staat. Zij draagt dientengevolge in verschillend opzicht een revolutionair karakter.
In de theologische reacties van de huidige tijd komt die revolutionaire geest niet zelden uit. Wij denken aan de verdedigers van het Barthianisme, die niet zonder hartstocht de gereformeerden en de gereformeerde leer zoeken te treffen — en te corrigeren !
Ondanks dit alles, heeft men tijdens de synodale organisatie van 1816 de belijdenis gelaten voor wat zij was en zoals zij was. Men heeft haar niet gehandhaafd, maar men heeft haar ook niet aan de kant gezet. Er zijn ook altijd belangrijke groepen geweest, die de confessie levend hebben gehouden, voor haar opgekomen zijn en op haar handhaving hebben aangedrongen. Dientengevolge is de belijdenis nog altoos de belijdenis der Ned. Hervormde Kerk.
Maar daarom kan ook niemand ontkennen dat Hervormd zijn alleen dan zuiver genomen wordt, als men deze confessie als de Hervormde belijdenis erkent en aanhangt.
Sommigen schijnen met ,,Hervormd" een kerktype naar hun smaak te bedoelen en maken misbaar om het anderen op te dringen. Dit echter ten onrechte. Hervormd is hij, die de Hervormde, d. i. gereformeerde belijdenis aanhangt.
De ervaring leert, dat de mensen, die op dit kerktype naar eigen smaak, het merk ,,Hervormd" zouden willen drukken, veelal slechte handhavers der Hervormde belijdenis zijn en daaraan geenszins gebonden willen worden. Zij zijn kerkelijke vrijbuiters, die aan een werkelijke sanering van het kerkelijk leven in de weg staan, want, hoewel zij zich ,,Hervormd" noemen, hebben zij het veelal niet verder gebracht dan tot protestant tegen de belijdenis.
Zij zouden ons willen diets maken, dat het zestiende-eeuwse geloof verouderd is in de twintigste eeuw, althans dat de belijdenis van dat geloof niet meer zou kunnen worden verstaan door de mens van heden en om hervorming (en correctie) roept. Zij maken inderdaad veelal de indruk, dat zij zelf ook die belijdenis niet verstaan, en zo ja, dat zij afkerig tegenover haar staan.
Sommigen spreken van een opnieuw belijden, als ging het om een voor deze tijd belijden van een oude waarheid, maar anderen spreken zonder blozen van een nieuw belijden. Hoe dat er uit zou zien, kan uit sommige kerkelijke en niet-kerkelijke publicaties duidelijk worden.
Al deze mensen verzetten zich tegen de binding aan de belijdenis en bewijzen daarmede, dat zij niet Hervormd zijn, ofschoon zij zich met een bij uitstek ,,Hervormd" verfje willen tooien.
Daar zijn er óok nog, die de binding aan de belijdenis niet wensen, hoewel zij daartegen geen redelijk bezwaar hebben en er in hun hart ook vóór zijn. Maar zij doen het niet, omdat zij weerhouden worden door de vrees voor de tucht ! Zij zijn beducht voor al te grote moeilijkheden, die daaruit zouden voortvloeien.
Dezulken versterken intussen het kader van de eerstgenoemden, die in geen geval binding aan de belijdenis willen. Als deze mensen de overhand verkrijgen en het ontwerp-kerkorde in dit opzicht niet wordt gewijzigd, zal er op de dag, dat het wordt aangenomen, een verandering hebben plaats gehad waarvan men de betekenis eerst later zal ervaren.
Instede van de binding aan de belijdenis, zal de vrijheid tegenover de belijdenis door de officiële kerkorde als kerkelijk standpunt zijn vastgelegd, waarmede de kerk en haar belijden aan de willekeur van de geest van de tijd zal worden prijsgegeven.
In dat opzicht zal dit ontwerp, indien een en ander ongewijzigd blijft, een achteruitgang en verslechtering betekenen bij de organisatie van 1816. Daarom achten wij het in het belang der kerk en van het kerkelijk leven, dat dit ontwerp óf principieel gewijzigd, of verworpen wordt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's