De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Nieuwe Verkondiging

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nieuwe Verkondiging

6 minuten leestijd

De invloeden van Karl Barth komen in onze Kerk, helaas, steeds meer openbaar. Door Hervormde hoogleraren op het theologisch terrein in onze Kerk binnen gevoerd, komen zijn beschouwingen èn in de theologische geschriften èn in het Hervormde kerkewerk èn in de nieuwe kerkorde steeds meer tot uitdrukking.

Terecht schrijft ds. Van Schouwenburg in het Weekblad : „Wij zouden de Zwitserse Theologie misschien beter langzamerhand een Nederlandse kunnen noemen, omdat Barth een profeet is, die in eigen land minder graag gehoord wordt, dan binnen ,,onze grenzen".

Velen, ook Confessionelen, zwenken om en bewegen zich op het Barthiaanse spoor. Ook in de officiële Hervormde kerkelijke pers wordt zijn leer uitgedragen. Dat blijkt telkens weer.

Tegenwoordig spreekt men graag over „Hervormd" als een aanduiding van een bepaalde, eensgezinde, kerkelijke openbaring, b.v. Hervormde levensstijl. Hervormde Zondagsviering, Hervormd Kerkewerk, etc.

Voor ons blijft alleen dat Hervormd, wat is naar de Belijdenis van de Hervormde Kerk.

Dat is fundamenteel.

En dan blijkt, dat heel wat als Hervormd zich voordoet en als Hervormd bestempeld wordt, wat fundamenteel niet Hervormd is, maar soms Barthiaans.

Een voorbeeld.

Ds. Van Schouwenburg schrijft in het Weekblad der Ned. Hervormde Kerk van 18 Juni 1949 aangaande de verkondiging van het Evangelie tot de moderne mens : ,,Indien de arbeiders nu niet anders doen dan tegen de moderne mens zeggen, wat zij nooit hebben gehoord : dat zij oogst zijn, geeft dat dan niet een totaal andere instelling, vanuit het geloof in het wonder, jegens hen, die ,,er nog niet bij horen", omdat zij er bij horen, maar het niet weten ? "

Dit wordt Hervormde verkondiging genoemd.

Dit moeten de Hervormde arbeiders zeggen.

Ongetwijfeld is het waar, dat dit de moderne mens nog nooit gehoord heeft, daarin heeft de schrijver gelijk.

Een nieuwe verkondiging.

Echter, we kunnen niet zeggen, dat deze verkondiging Hervormd is, louter en alleen omdat deze opvatting van de verkondiging in strijd is met de belijdenis van de Hervormde Kerk.

Hier wordt een. praedestinatieleer gehuldigd, die wel Barth, maar niet de Hervormde Belijdenis leert.

Wel beluister ik in deze uitlating : Van Niftrik, en in Van Niftrik : Barth.

Prof. Van Niftrik schrijft in „De Beroerder Israels" o.m. : blz. 174 : „Maar 't komt er wel op aan tot iedere mens als verkondiging van het Evangelie te zeggen : ook gij zijt in Christus verkoren".

Blz. 172 : „Deze prediking der Kerk zal altijd het karakter moeten hebben van een direct getuigenis : gij zijt verkoren ! De prediking mag geen bebouwing geven over groepen van mensen - de prediking mag nooit een beschouwelijk karakter dragen : zij spreekt immers in Gods naam de mens aan : gij zijt bedoeld ! gij zijt die man ! gij zijt verkoren !"

Blz. 170 : ,,Nu is het ons ook na de overwinning van Gods predestinatie in het verzoeningswerk van de Zoon, die de verwerping voor ons droeg en. wegnam, nog wél mogelijk ons zo in godeloze zin als enkeling zonder en tegen God als verworpene te gedragen en te leven, maar het is ons niet meer mogelijk deze verworpene ook werkelijk te zijn, want da( het werkelijk verworpen zijn, heeft God in en door de praedestinatie van Jezus Christus met alle consequenties. Zichzélf toebedacht".

,,Het is ons niet meer mogelijk de mens de mogelijkheid toe te kennen een verworpene te zijn. Hij kan zich als zodanig gedragen — hij kan zo leven, maar hij kan geen verworpene meer zijn".

Blz. 171 : „Uit dit alles volgt, dat de verkoren gemeente van Christus zich tot ieder mens moet wenden met de belofte en toezegging, dat ook hij een verkorene is".

Wij constateren, dat de achtergrond van ds. Van Schouwenburg's nieuwe verkondiging is de Van Niftrik—Barth-beschouwing over de uitverkiezing. 

Wij constateren in de tweede plaats, dat deze beschouwing in strijd is met het Reformatorisch belijden, iets,  wat prof. Van Niftrik ook zelf erkent in zijn boek, en in het bijzonder in strijd is met de belijdenis der Hervormde Kerk, zoals die uitgedrukt wordt in Zondag 21 van de Heid. Catechismus, art. 16 van de Ned. Geloofsbelijdenis en Hoofdstuk I van de Dordtse Leerregels.

Wij willen nu niet ingaan op de theologische motieven, die tot deze prasdestinatieopvatting leiden en die ongetwijfeld in verband staan met Barth's visie op de mens, zijn openbaringsbegrip, de vrijheid God, het ,,neen" der verwerping overheerst door het ,,ja" van Gods liefde, maar willen alleen opmerken, dat de uiteindelijke consequentie van dit standpunt is de algemene verzoening. Deze consequentie tracht prof. Van Niftrik inconsequent te ontwijken.

Wij willen thans ook opmerken, dat Barth's beschouwing over de verworpenen .— de consequentie van zijn praedestinatieleer — nergens in de Schrift geleerd wordt. Waar wordt aan de uitverkoren gemeente opgedragen tot ieder mens te komen met de toezegging, dat hij een uitverkorene is ? 

Christus, Die Zelf de hoogste liefde is, spreekt steeds met diepe ernst over het eeuwig oordeel (Mare. 3 vs. 29), over het eeuwig en onuitblusselijk vuur (Matth. 3 vs. 12; 18 vs. 8; 25 vs. 41), over de eeuwige pijn (Matth. 21 vs. 46), over de brede weg, die tot het verderf leidt en over velen, die door deze ingaan (Matth. 7 vs. 13) en meerdere plaatsen.

Barth wil geen numerus clausus, geen afgesloten groep van uitverkorenen, maar de H. Schrift leert dit wel (Joh. 6 vs. 37, 40, 44, 65 ; 10 vs. 26, 29 ; 17 vs. 2, 6, 24). Jezus bidt niet voor de wereld, maar voor degenen die de Vader Hem gegeven heeft. De verkiezing is tevens persoonlijk, waardoor we naar het „zovelen als" in Hand. 13 vs. 48, naar het „die" in Rom. 8 vs. 29, naar het ,,Jakob" in Rom. 9 vs. 10—12 en naar het „ons" in Efeze 1 vs. 4 verwijzen. (Polman, ,,Onze Ned. Geloofsbelijdenis).

Er zijn nog veel meer plaatsen te noemen, maar het is genoeg. Wij houden ons aan de „oude" verkondiging van de twee wegen, ten dode en ten leven : wij houden ons aan de separerende prediking — een separatie, die niet wij, mensen, maar God Zelf door Woord en Geest maakt — wij houden ons aan 't woord van Johannes 3 vs. 36 : „Wie in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven, maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem".

Een machtige waarheid, die tegen ons  menselijk willen en denken, tegen ons menselijk speculeren ingaat, maar die is Gods waarheid en die daarom ook aan de moderne mens gepredikt zal moeten worden. En daarom houden wij ons verre van de „nieuwe" verkondiging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Nieuwe Verkondiging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's