De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Over de Hulpactie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over de Hulpactie

8 minuten leestijd

voor de door oorlogsgeweld voor de door oorlogsgeweld GETEISTERDE GEMEENTEN

't Was voor de gemeente van Wijk een bijzondere dag, toen op de 1ste Juli velen vanuit de gemeente, maar naar 't wel leek nog meer mensen van buiten de gemeente, zich op die Vrijdagmiddag hadden opgemaakt naar het kerkgebouw, dat prachtig hersteld, na de zware schade, die het door het oorlogsgeweld had opgelopen, aan de kerkeraad zou worden overgedragen. Des avonds zou er een dankdienst zijn voor de gemeente; des namiddags was de officiële overdracht aan de kerkeraad. Het was mij een voorrecht en een vreugde, dit samenzijn met vele genodigden mee te maken. Van die overdracht wil ik hier onze lezers iets vertellen. Zij hebben destijds eenige foto's van de vernielde kerk gezien in ons blad en ik weet, dat zij met belangstelling van de herbouw zullen hebben kennis genomen.

't Was goed half 3, toen de oude br. Kok, pres.-kerkvoogd der gemeente, de kansel beklom. Hij liet zingen Psalm 36 vers 2, las uit het tweede boek van de Kronieken, hfdst. 6 vers 16—37, en ging in den gebede der gemeente voor. Na een welkom aan de vele vertegenwoordigers, b.v. van het Ministerie van Kunsten en Wetenschappen, van de Algem. Synode der Ned. Hervormde Kerk, van het Provinciaal en Classicaal Bestuur, waaronder Wijk ressorteert, enz. enz., ik weet niet, hoevelen nog wel genoemd werden, sprak br. Kok van de grote blijdschap over de herbouw der kerk. Het is hem groot, dat hij in hoge ouderdom dat nog beleven mag. Hij richt zich tot de architect, heeft het over de Bouw- en Restauratiecommissie en richt zich ten laatste tot ds. Harkema, die wel het leeuwenaandeel gehad heeft bij dit grote werk : de Heere vergelde u deze uwe weldadigheid, die gij aan de gemeente van Wijk hebt bewezen.

Hierna geeft br. Kok de kerk aan de kerkeraad over in gebruik.

Ds. Harkema beklom toen de kansel, liet zingen Psalm 122 vers 1. De grondtoon van het woord van ds. Harkema was verwondering over de goedheid Gods : de Heere is onzer gedachtig geweest. Neen, het spreekt niet vanzelf, dat dit schone kerkgebouw gereed is gekomen voor de dienst des Woords en der Sacramenten. Hij herinnert aan de gemeenten van Klein-Azië; wat is er van overgebleven ? Zijn ze niet weggevaagd ? Spr. vraagt zich meer dan eens af : zullen deze gemeenten er weer boven op komen ? Ze liggen op de grens van Noord- en Zuid- Nederland ; Rome schuift op naar het Noorden ! Maar de Heere laat niet varen het werk, Zijner handen.

Gaarne aanvaardt de kerkeraad dit schone gebouw ; in deze tijd van de opbouw der Kerk is iets aan de dag gekomen van de gemeenschap der heiligen. Spr. denkt daarbij aan de hulp en bereidvaardigheid om te helpen, zowel in als buiten de gemeente. Heel de gemeente verblijdt er zich in, dat br. Kok deze ure mag beleven als een kroon op zijn ijveren voor het huis des Heeren. Spr. verheugt er zich over, dat bij de herbouw geen inbreuk is gemaakt op de eigen stijl en sfeer van het kerkgebouw. Het heeft er wel even naar uitgezien, dat de kansel aan de zijkant kwam te staan, maar dat is gelukkig niet geschied. Spr. ziet Romaniserende invloeden in de kerkbouw van deze tijd, maar hier hebben we een Protestantse kerk, een kerk, waar 't gaat om de dienst des Woords. Om dat Woord gaat het.

De echte aanvaarding van het kerkgebouw zal een biddende aanvaarding moeten zijn. En de gemeente mag nooit vergeten, dat we niet klaar zijn, als er maar een kerk in het dorp staat. De onheilige dingen worden niet heilig door de aanraking met het heilige. (Zie Haggaï 2 vs. 13, 14). De gemeente moet zijn een heilig huis ; innerlijk moet het hart gereinigd, om de Heere te mogen dienen in geest en in waarheid.

Nadat nog gezongen was Psalm 122 vs. 3, speelde een lid van het personeel van de fa. Van Leeuwen, aan wie de herbouw van het orgel was toebetrouwd, op het orgel, 't Moet gezegd worden : een prachtig orgel.

Een lange rij van sprekers voerde hierna het woord. De burgemeester der gemeente, mr. Landweer, wenste de gemeente geluk met de voorspoedige restauratie der kerk ; de toren is nog wel een ruïne, maar spr. heeft goede hoop, dat ook de toren eerlang zal kunnen worden herbouwd.

Ds. Harkema, die vele instanties heeft moeten bezoeken en de zaak van de kerkbouw dan hier, dan weer daar heeft moeten bepleiten, geeft bij zijn dankwoord aan de burgemeester de raad, om te blijven aanhouden; dan gaat er wel een deur open.

Namens de ambachtslieden uit Wijk, die allen hebben meegewerkt aan de herbouw, sprak de heer Vos. Daarna voerde de heer Bilderbeek het woord, die de historie van het kerkgebouw ophaalde en vertelde, hoe aanvankelijk plannen bestonden om de kerk in de oorspronkelijke stijl van de Middeleeuwen te herbouwen, maar daar de Commissie voor Monumentenzorg dat niet wilde, was de kerk nu gerestaureerd naar de vorm, die het gebouw in het eind der 18de eeuw had verkregen. Hij gewaagde van de grote medewerking, die hij van alle kant bij de restauratie van de kerk had ondervonden.

Ds. Wolfensberger van Amsterdam sprak namens de Algem. Synode van de Ned. Hervormde Kerk. Inderdaad is de ingebruikname van een kerk zaak der gehele Kerk. Hij heeft soms wel eens het gevoel, dat de Synode meer gevoel heeft voor de gemeenten, dan de gemeenten voor de Synode. Ds. Wolfensberger herinnert aan de schone vorm van hulp, die door de Adoptie-actie aan de geteisterde gemeenten gegeven is en eindigt, aanknopende aan jeugdherinneringen uit de pastorie van Heusden, met te spreken over de voorbede ook voor de gemeente van Wijk.

Ds. Anker sprak namens het Prov. Kerkbestuur van N.-Brabant en Limburg en ds. Moll namens het Glas. Bestuur van Wijk. Namens de Commissie Hulpactie van de Geref. Bond sprak ondergetekende. Ook de heer Van den Berge, van Gouda, die met ds. Harkema mede in deze commissie zit, was aanwezig. Ik kon mij zo goed voorstellen, dat de dagen van oorlogsgeweld en van evacuatie voor de gemeenteleden in die ure herleefden ; wat een dag van gedenken, van wat Gods hand over dit volk bracht. Maar na het zure gaf de Heere het zoete ; nu mag de gemeente door Gods goedheid weer een kerk in het midden van haar hebben. Er is in deze wereld zoveel afgebroken, stuk gegaan door de oorlog ; er is zo ontzaglijk veel geestelijk ontwricht, en in zulk een wereld mag de Kerk staan : in een wereld van puinhopen een Kerk, die naar Boven wijst. Als een mens teruggeleid wordt, kan de ure komen, dat hij dankt voor de nood, dankt voor puinhopen, ook voor vernielde kerken. Ik dank U, Heere, dat Gij toornig op mij geweest zijt. Ik heb er aan herinnerd, dat de Commissie zoveel mogelijk zichzelf overbodig zoekt te maken, "Waar de zaak van de Adoptie loopt, horen.wij niets.

Namens de adopterende gemeenten sprak ds. Cuperus. Doornspijk, Oldebroek, Elburg, Wezep, Oosterwolde, hebben zich ingespannen om zoveel mogelijk de gemeente van Wijk, die niet alles alleen kon dragen, bij te staan. Vele vertegenwoordigers uit die gemeenten waren aanwezig. Namens hen. , allen sprak ds. Cuperus, van Doornspijk, die zoveel voor de hulpverlening van Wijk heeft gedaan en zeide : ds. Harkema, ere wie ere toekomt! Ds. Cuperus gewaagde van de bewonderenswaardige wijze, waarop in de gemeenten met Wijk is meegeleefd : er is nog liefde in een koude wereld. De gemeenten zullen Wijk niet vergeten en binnenkort zullen de tastbare bewijzen daarvan gezien worden. Spr. getuigt van het grote wonder van de indaling van Gods liefde in deze wereld. Wat zal het groot zijn, als de gemeente onder de hand des Heeren leven mag : onder die hand is leven en veiligheid, genezing en bescherming. Het is een rein, eenvoudig Godshuis ; maar wat zijn we arm, als we niets anders hebben. Uiteindelijk gaat het om het Woord van God en de zuivere prediking daarvan ; wat hebben we anders aan prachtige gebouwen. Spr. hoopt, dat veel zegen gezien mag worden in het midden der gemeente en dat de kerk vele jaren mag dienst doen. Maar liever dan dat dit Godshuis een tempel zou worden voor het atheïsme — hetgeen de Heere genadiglijk verhoede — worde het een puinhoop.

Hierna sloot ds. Harkema deze samenkomst, die niet naliet diepe indruk te maken op de aanwezigen, met dankgebed, waarna nog gezongen werd Psalm 150 vers 1. Dat was de grondtoon, waarop de toespraken werden ingesteld, geen mens verheerlijking, maar de lof van Hem, Die het werk van Zijn handen niet laat varen.

Wij hopen, dat de hulpverlening aan de gemeenten krachtig mag worden voortgezet. We weten heel goed, dat er veel gevraagd wordt, maar vele kleintjes maken één grote. Er moet nog veel geschieden, zal de schade kunnen worden hersteld. Wijk was een bemoediging, dat het werk des Heeren voortgaat, ondanks alles, mocht ook daar treffend worden ervaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Over de Hulpactie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's