De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

ZELFONDERZOEK

6 minuten leestijd

Onderzoekt uzelve of gij in het geloof zijt. 2 Corinthen 13 vs. 5a.

Door dit woord van de apostel Paulus worden wij met de gemeente van Corinthe opgeroepen tot zelfonderzoek. De volle nadruk in dit woord krijgt het zeer persoonlijke uzelve. Hier gaat het om allereerst zich zelf te onderzoeken.

In onze dagen wordt wel eens gemeend, dat wij het zelfonderzoek overgroeid zijn.

Dit zeer persoonlijke is niet alleen voor vroegere dagen gesproken. Het u zelve vraagt ook vandaag ons aller aandacht.

Wat is er een oordeel vellen over anderen. Hoe heel gemakkelijk worden anderen door ons veroordeeld.

Maar hoe noodzakelijk, met het zelfonderzoek. ernst te maken

Hoe dient aan het oordelen van anderen vooraf te gaan het onderzoeken van onszelf.

Bij het zien van de balk in eigen oog, zal de splinter in het oog van onze naaste ons geen oorzaak zijn tot grootspraak.

Hoe huiverig zijn wij vaak om onze geestelijke balans op te maken.

Mijn lezer, eenmaal zullen alle papieren open en bloot komen. De Heere zal openbaar maken, wat door ons verborgen is gehouden.

Door de opheffing van het bankgeheim mag veel aan het licht zijn gekomen, doch eenmaal zullen alle werken der ongerechtigheid klaarlijk worden tentoongesteld.

Niet alleen is in het licht van de Schrift de weg van zelfonderzoek noodzakelijk, maar bovenal ook heilzaam. Heilzaam door in deze weg te voeren naar de barmhartigheden Gods.

Inderdaad hebben we echter zeer voorzichtig te zijn. Velen zijn prooi geworden van wanhoop. Wij moeten niet blind zijn voor de aard van het zelfonderzoek.

Wat hebben we te onderzoeken ? Niet onze vroomheid. Niet onze werken der gerechtigheid. Velen zullen nooit — door bij zichzelf te zoeken, wat niet te vinden is — komen tot waarachtige troost in leven en in sterven. 

Waar de mens niet geworpen wordt op de zee van vrije genade, zal juist in de weg van zelfonderzoek de laatste hoop en de laatste troost hem worden ontnomen.

Wie kan waarlijk getroost worden voor tijd en eeuwigheid, door steunpunten in zichzelf of in de wereld te ontdekken ? Leert het leven der genade niet steeds meer alles van onszelf te verliezen. Voor God kunnen wij niet staan met onze klederen der gerechtigheid. Zelfs de verst gevorderde in de genade zal met al zijn werken en al zijn bevindingen niet in zichzelf kracht en sterkte kunnen vinden.

Eens zei ons iemand : Hoe erg is het, om onze bevindingen te moeten verliezen. Natuurlijk dient deze uitdrukking goed te worden begrepen. Bevinding kan niet gemist worden. Menigmaal echter dreigt de bevinding grond te worden voor de zaligheid. De mens mag niet het van God ontvangene alléén overhouden om op te bouwen en te vertrouwen. In de weg der ervaringen moet de mens God leren overhouden, in Wien alle kracht en sterkte te vinden is. Zelfs moeten we onze bekering verliezen om de God onzer bekering over te houden in ons leven.

Het is levensgevaarlijk, ervaringen elkander tot een wet te stellen. De wegen en de ervaringen zijn in het leven van al Gods kinderen zeer onderscheiden. Wel dienen we oog te hebben voor de aard van het geestelijk leven.

Het onderzoek betreft hier het zijn in het geloof. De geloofshelden van Hebreen 11 waren zeer onderscheiden in wegen en toestanden, maar waren wezenlijk verbonden in een zelfde geloof op Gods barmhartigheden.

Wij hebben te onderzoeken persoonlijk, of wij in het geloof zijn. Van nature zijn wij mensen niet in het geloof, maar in de werken. Hoe is daar een bouwen en een steunen op onszelf. Hoe is daar — denk aan Eva — een luisteren zelfs naar de taal van de verleider, in plaats van naar God.

Juist dit zijn van nature zal — zo God het niet verhoede — ons naar de ondergang voeren.

Tegenover dit zijn van nature tekent ons de Schrift het zijn des geloofs. Dan is daar een niet bouwen op zich zelf, een niet luisteren naar de taal van de verleider, maar een horen naar het vleesgeworden Woord des Heeren.

Het zijn in het geloof is in beginsel een sterven aan eigen kunnen en aan 's werelds mogelijkheden, om zich te werpen op Gods mogelijkheid in Jezus Christus.

Het leven des geloofs is het principieel andere.

Zijn wij persoonlijk ook in het geloof ? Hier gaat het niet over een bepaalde graad van het geloofsleven.

Als in de graad van het geloofsleven de troost moest worden gevonden, zou alle troost hier uitgesloten zijn.

Hoe onvolkomen blijft hier het geloofsleven. Met welk een ongeloof is hier op aarde te kampen. Hoe noodzakelijk menigmaal, veel te moeten verliezen, om niet een sta in de weg te zijn voor het geestelijk leven.

Het lopen moet worden geleerd, maar niet minder is het geloofsleven aan oefeningen onderworpen. Wat is het een zware taak, om niets anders als God alleen te hebben tot heil en sterkte.

Wat hebben wij een goden voor 's Heeren aangezicht, waarop wij vertrouwen en bouwen.

Hoe gans tegen onze natuur in gaat dit zijn in het geloof. Wie zal nog ontkennen, dat geloof geen plant is van eigen akker ?

Waar zal dit zijn des geloofs stof geven tot zelfverheffing en zelfverhoging ?

Het zijn in het geloof is oorzaak tot heilige verwondering en heilige aanbidding van Hem, Die door Zijn genade om niet dit werken wilde in 's mensen hart.

Dit zelfonderzoek leidt bij het vinden van het leven des geloofs nooit tot zelfverheerlijking.

Waar gesproken wordt en geoordeeld wordt vanuit dit zelfonderzoek, is een ander uitnemender achten dan zichzelf. 

Daarom werd de gemeente van Corinthe vermaand tot dit noodzakelijke, heilzame en Gode verheerlijkende zelfonderzoek.

Daarom ook in onze dagen alle reden tot dit geestelijk appèl, waardoor de mens niets wordt en God alles.

Ook wij hebben ons te onderzoeken. Niet óf wij godsdienstig zijn of onder de offervaardigen kunnen worden gerekend.

Wij hebben ons te bezinnen op de laatste en diepste uitgangen van ons hart.

Wanneer wij ten enenmale missen het leven naar God, bidt om de Geest des Heeren door Gods Woord. 

Laat daar zijn een naarstig biddend opgaan onder de verkondiging van het Woord, opdat met Lydia ook bij u een acht geven zij op het verkondigde Woord des Heeren.

Wanneer daar mag worden gevonden een niet te ontkennen uitgaan des harten tot de Heere, moge uw troost in leven en sterven meer en meer zijn of worden Gods ontfermingen om niet, in Jezus Christus.

(Ooltgensplaat)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's