De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Israël

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Israël

7 minuten leestijd

Het is schier onbegrijpelijk, dat de christenheid na de grote heiden-apostel Paulus zich zo weinig bekommerd heeft om het volk der Joden. Ieder christen kent de geschiedenis van dit volk, dat uit Abraham is voortgekomen. Wij weten van hun onderdrukking in Egypte, van hun reis naar het beloofde land, van hun ongehoorzaamheid en straffen, maar ook van de genade, die God telkens weer aan dit volk bewees, wanneer zij riepen om ontferming. Ieder weet van de Babylonische ballingschap en hun terugkeer naar Palestina, toen zij Jeruzalem moesten herbouwen onder de voortdurende bedreiging van de vijanden, zodat ieder zijn zwaard had aangegord.

Dan verlopen er na Maleachi vier eeuwen, waarvan wij slechts een en ander weten uit de apocriefe boeken.

Doch daarna treden de Joden weer voor het volle voetlicht in de tijd van het Nieuwe Testament. Hun Messias is gekomen, maar zij hebben Hem verworpen. Een gebeuren, dat Paulus later een „verborgenheid" zal noemen, omdat God het Evangelie niet beperkt wilde zien tot dit volk maar alle volkeren wilde doen delen in de heerlijkheid daarvan.

Totdat in het jaar 70 na Christus Jeruzalem verwoest is door de Romeinen en de grote zwerftocht van dit wondere volk een aanvang heeft genomen. Niet in het minst door toedoen van de Joden zelf is er in het begin der christelijke Kerk een grote tegenstelling ontstaan tussen Joden en christenen uit de heidenen. Vooral Paulus heeft veel tegenwerking van hen ondervonden bij zijn zendingswerk onder de heidenen.

Misschien is het mede daaraan te wijten, dat Kerk en Israël van elkander vervreemd zijn, terwijl tijdens de Middeleeuwse kruistochten ook vele Joden ten slachtoffer zijn gevallen aan een verkeerd gerichte liefde voor de Koning der Kerk, Jezus Christus.

Toch blijft het bevreemden, dat de geschiedenis van het Joodse volk na het jaar 70 na Christus de christenheid zo weinig heeft bewogen, daar de voorgeschiedenis van dit volk toch ten nauwste samenhangt met ons christelijk geloof, aangezien Jezus Christus toch uit dit volk is voortgekomen, zover het vlees aangaat. Bovendien blijft Christus' woord tot de Samaritaanse vrouw gesproken toch van kracht: ,,wij aanbidden wat wij weten, want de zaligheid is uit de Joden!" (Joh. 4 : 22). 

Voorts blijft ook de vermaning van Paulus aan de christenen van Rome voor ons van kracht, dat wij steeds moeten bedenken, dat wij eigenlijk maar wilde takken zijn, die geënt werden in hunne plaats. (Rom. 11 vers 17). 

Ik meen, dat deze vermaning door de christelijke Kerk in het algemeen maar al te veel vergeten is !

In de oorlog is het mij opgevallen, dat er christenen waren, die al het leed over dit volk uitgestort, van zich lieten glijden via de gedachte, dat zij immers zelf geroepen hadden : ,,Zijn bloed kome over ons en onze kinderen".

Doch ik vraag u, heeft zulk een houding nog iets te maken met Christus' wenen over Jeruzalem, wanneer Hij in de geest reeds de verwoesting en ellende, die over Israël komen zou, aanschouwde ? En Zijn bede aan het kruis dan : ,Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen". En waarom werd Petrus dan inzonderheid de apostel der Joden om hun het Evangelie te verkondigen ! En wat heeft deze houding nog te maken met Paulus' woord in Rom. 9 : 2, dat hij zelf wel van Christus verbannen zou willen zijn, terwille van zijn broeders naar het vlees (de Joden dus) !

Gelukkig hebben vele anderen barmhartigheid bewezen aan de Joden in hun verdrukking onder Hitler. En gelukkig hebben ook de Kerken geprotesteerd tegen de mishandeling van dit oude volk.

Maar waarom hebben diezelfde Kerken toch gezwegen, toen vele Joden in Europa, die ternauwernood aan de dood ontsnapt waren, na de oorlog probeerden een toevlucht te zoeken in Palestina en hierin op allerlei wijze werden tegen gewerkt, niet door het nationaal-socialisme, maar door zogenaamd christelijke landen ?

Was toen reeds de belangstelling voor dit volk weer gedoofd of zijn wij allen enigermate besmet met de ziektekiem van het antisemitisme!

Zou het misschien waar zijn, dat de diepste oorzaak van dit antisemitisme ligt in ons verzet tegen de God van Israël!

Het is wel opmerkelijk, dat door heel de geschiedenis van het Joodse volk onder de oude zowel als de nieuwe bedeling sprake is van Joden-pogroms, vervolgingen ook in de gekerstende landen van ons werelddeel.

Vervolgingen, die ongetwijfeld hun hoogtepunt hebben gevonden in de duivelse haat van het nationaal-socialisme, waardoor zes millioen Joden het leven verloren. Dit is voorzover bekend wel het grootste gericht, dat over dit volk gegaan is, want het betekent, dat twee vijfde deel van dit volk is uitgeroeid. Toch hebben al die volken, die Israël wilden vernietigen zelf de ondergang gevonden. Schemert hier toch nog het Woord Gods door : ,,Ik zal zegenen, die u zegent en vloeken, die u vloekt" ?

In ieder geval is in deze vreselijke jaren, die achter hen liggen een hartstochtelijk verlangen bij vele Joden ontwaakt om weer een eigen land, een eigen tehuis te bezitten. Het Zionisme streefde reeds jaren lang naar de terugkeer tot het heilige land. Reeds met de Balfour-verklaring van Engeland in 1917, hoopte men dit ideaal te kunnen verwezenlijken.

Intussen is hun ideaal nu werkelijkheid geworden. Sedert 1947 is er weer een Staat Israël in Palestina en deze is erkend als lid van de U.N.O.

Wat deze teruggekeerde Joden daar in enkele jaren tot stand gebracht hebben, grenst aan het ongelooflijke. Zij doen „de woestijn bloeien als een roos" en dit alles heeft de oprechte bewondering der wereld gewekt, evenals hun heldhaftige strijd tegen de Arabische Liga.

Weer hebben deze teruggekeerde ballingen moeten werken met troffel en zwaard om het oude land uit zijn vernedering op te heffen.

Door deze gang van zaken wordt de christenheid echter voor een grote vraag gesteld. Wat heeft dit alles te betekenen. Er is iets bijzonders gaande. Na 70 na Christus is zoiets nimmer geschied. Na negentien eeuwen staat dit oude volk weer voor ons als een zelfstandige grootheid, die in de toekomst nog zeer veel kan betekenen in het Midden-Oosten, waar verwacht wordt, dat in een volgende oorlog zulke grote dingen zullen gebeuren.

Wat heeft God ons hiermede te zeggen ?

Mede door deze vraag gedreven is tijdens de Wereldraad van Kerken, te Amsterdam vergaderd, dit punt aan de orde gekomen. Ook in onze eigen Kerk is er een Raad voor Kerk en Israël, die tot taak heeft zich nader te bezinnen op de houding der Kerk tegenover dit oude Bondsvolk.

Israël staat thans als een levend vraagteken voor ons en nu wreekt het zich, dat men zich in de loop der eeuwen in de theologie betrekkelijk weinig rekenschap heeft gegeven van deze zaak. Het waren meer de secten en chiliastische bewegingen, die zich voor deze dingen interesseerden.

In de eerste plaats komt de oude vraag of Israël ooit weer in Palestina zou terugkeren in een nieuw licht te staan. Het blijkt nu, dat men voorzichtig moet zijn met het al te gemakkelijk vergeestelijken van Gods Woord. Ook dit kan een aanranding zijn van het Woord des Heeren, hoe vroom ook bedoeld. Wij leven zo snel en de laatste oorlog heeft schier alle vastigheden omvergeworpen. Misschien kunnen wij beter zeggen : God leidt de wereld met steeds sneller vaart naar het einde. Want hoe wij er ook over mogen denken, vast staat, dat de terugkeer van een deel van Israël in Palestina een feit is en dat dit zeker niet buiten Gods voorzienig bestel omgaat. Misschien heeft de Heere mede daartoe Hitler als een gesel der volkeren willen gebruiken, opdat Hij Zijn plan met Israël in de toekomst zou verwezenlijken. Alleen reeds het feit, dat dit volk ondanks voortdurende vervolging nog altijd bestaat, geeft ons te denken aan Gods bewarende hand.

Zo komt opnieuw de vraag naar voren van Zending onder Israël.

Wie zich voor deze dingen interesseert leze het Juli-nummer van ,,Wending", dat geheel aan Israël gewijd is en waarin vele leerzame dingen gezegd worden, o.a. door Joden, die zelf tot het geloof in Christus gekomen zijn.

Wij willen ons nu bezig houden met enkele gedachten van de apostel Paulus over de verborgenheid van de verharding, die gedeeltelijk over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal zijn ingegaan. Al bedoelt dit geenszins een exegetische studie zonder meer te zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Israël

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's