Wat baat het?
Matth, 16 : 26. Want wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel ? Of wat zal een mens geven tot lossing van zijn ziel ?
Het is wel een zeer ernstige vraag waarmede Jezus Christus in dit woord tot ons komt. Maar het is ook een vraag, waar dikwijls zo heel weinig aan wordt gedacht.
Wij mensen zitten soms zo midden in de vragen van dit aardse, dit tijdelijke leven, dat het andere wordt vergeten. Altijd druk. Altijd voort. Geen tijd. Geen tijd. En zo zeer ook kan de begeerte naar aards gewin en aards geluk ons bezig houden, dat deze vraag van Jezus zelfs in de gedachten niet opkomt. Want wat kan er nu heerlijker zijn dan de gehele wereld te gewinnen ? Daar gaat toch wel niets boven uit.
En zo wordt aan deze vraag voorbij gegaan. En dat het niet te overdreven is dit te beweren, hoe leert ons dat de geschiedenis der mensheid, hoe kunt ge het vinden in het leven van onze tijd. Wordt onze eeuw niet gekenmerkt door stofvergoding en stofaanbidding ? Is dat voor velen niet het één en het al ? Wat een jagen en jachten om maar vooruit te komen.
Wat is er een zoeken naar genot en ontspanning, een opgaan in de dingen, die van deze wereld zijn.
En nu komt Jezus met Zijn vraag : Mens, wat zoekt ge toch ? En wat wilt ge toch ?
Neem nu eens, dat ge de gehele wereld zou kunnen gewinnen, wat zou het alles nog baten, als ge schade zoudt lijden aan uw ziel ? Wat is dat alles vergeleken bij het heil uwer ziel ?
Zie dat is de vraag. En van deze vraag zeiden we : hoe vaak wordt ze vergeten. En geheel het doen en laten der mensen geeft ons gelijk. Zie maar om u heen. Maar zie vooral ook naar uzelf. Want ook daar wordt het wel gevonden. Ja, het is waar. Wat een stofvergoding en stofaanbidding ! En dat doet de vraag van Jezus voorbij zien.
Vele vragen zijn er waar we ons dan mee bezig houden, maar met deze vraag niet.
Maar, mijn lezer, nu komt de Heere tot ons met Zijn woord. En het is juist deze vraag van de Heiland : Wat baat het een mens ? En die vraag roept ons toch wel op tot ernstige bezinning. Als het er nu op aankomt, wat is nu de wereld en alles wat zij heeft te bieden ? Is hetgeen zij geeft waarlijk de moeite waard om er zo in op te gaan ? Wat baat het u nu als ge alles gewint, en het ene nodige, het voornaamste niet ?
Met alles wat de wereld biedt kunt ge toch straks niet voor de Heere bestaan ?
Het is alles toch minder dan niet en ijdelheid ? En eenmaal moet ge toch alles afstaan ?
Dan zult ge dat alles verliezen. En dat niet alleen. En dat is niet het ergste. Maar dan zult ge ook uw ziel verliezen. En goed verloren is veel verloren, maar ziel verloren is alles verloren.
En zo roept dit woord op tot bezinning.
En nog dringender wordt het. Want dan vervolgt de tekst: Wat zal een mens geven tot lossing zijner ziel ? Het is alsof Jezus wil zeggen : Daarvoor heeft hij niets.
En dat is waar. Er zijn dingen die voor geld niet te koop zijn. En dat geldt zeker hier. Wat kan de mens de Heere aanbieden in ruil voor zijn ziel ?
Mijn lezer, antwoord zelf. Deze vraag komt tot allen. Wat baat het een mens ? En wat zal hij geven ?
En het antwoord, het geweldige antwoord op deze vraag ? Het luidt: niets, neen niets.
Ja, dat is het antwoord wat moet worden gegeven. En dat houdt heel wat in. Het betekent eigenlijk niets anders dan het oordeel over ons aller natuurlijk leven. Het laat toch wel heel duidelijk zien wat in de grond der zaak al datgene is waar wij mensen van nature naar jagen.
Het zegt ons : mens, ge moogt bezitten wat ge wilt, in Gods oog is het niets.
Dit antwoord zegt ook het oordeel aan over alle eigengerechtigheid en vroomheid, waarmede een mens probeert te bestaan voor de Heere. En ook dat wordt veel gevonden.
Denk aan de Farizeër. En dat soort is zeker nog niet uitgestorven. Wat zoekt een mens soms een grond voor de eeuwigheid in iets wat van hem zelf is. Eigen tranen, eigen berouw, eigen gebeden en noem maar op.
Maar ook. hiervan geldt het : Wat zal een mens geven tot lossing zijner ziel ?
En ook hier moet het antwoord zijn : niets. Want hij heeft niets, en hij weet niets, en hij kan niets.
Alle eigengerechtigheid is slechts een wegwerpelijk kleed. Laten we er ons vertrouwen niet op stellen. We komen er bedrogen mee uit. Jezus Christus stelt deze vraag. En het antwoord er op moet zijn : niets.
En is dat nu het laatste woord ? Moeten we zo eindigen ? Och dan zouden we tonen slecht te verstaan waarom Christus zo heeft gesproken. En als de Heiland deze vraag stelt heeft Hij maar één doel: de waardeloosheid en wegwerpelijkheid van al wat uit de aarde aards is moet worden getoond.
Maar het gebeurt opdat Hij de waardij, de schittering en de glans van datgene, wat uit de hemel is neergedaald daar tegenover kan stellen. En wat uit de hemel is neergedaald, dat is Hij Zelf en Zijn gerechtigheid en de verlossing door Zijn bloed.
Zie, en daar gaat het om. Daarom deze vraag. En daarom wil Jezus antwoord hebben. En dan alleen, dat ontzettende antwoord : niets.
Hij wil doen beseffen, dat uit en van ons zelf onze ziel voor God verloren ligt. Maar Hij doet het met geen andere bedoeling dan onze ziel te behouden. En vandaar deze vraag met zijn geweldig antwoord, een antwoord dat ons wel brengen moet in de verbrokenheid des harten om het daar met de dichter uit te roepen : Och, Heere, och wierd mijn ziel door U gered.
En ja, dat is het doel wat Christus heeft met deze vraag. Want die gestalte van kleinheid ziet Hij zo graag. Denk aan de tollenaar uit de gelijkenis.
En weet ge waarom ? Omdat er bij zulk een mens plaats is voor Zijn genade.
Dan kan Jezus voor de dag komen met het Zijne. O, benauwden van hart, zelf hebt ge niets, wat ge tot lossing van uw ziel kunt geven.. Maar hier ben Ik.
En Ik heb die prijs der ziel, dat rantsoen aan God voldaan. Volkomen! Mijn bloed heb Ik daarvoor uitgestort.
O, dan is het weer : „Toen hoorde God, En onze God ontfermt Zich op het gebed".
En dat wil de Heere doen. Hij laat niet alleen het hart, dat alles is kwijtgeraakt en op de vraag van Jezus, moet klagen : niets. Al het mijne is te smal en te kort. Dezulken laat Hij niet alleen. Tot hen klinkt het : Zie, hier is uw heil. En dat heil is het borgwerk van Jezus Christus.
En zo, mijn lezer, wordt Jezus het antwoord op Zijn eigen vraag.
Voor Zijn Kerk kan het gelden : wat hebt ge tot lossing uwer ziel ? En het antwoord mag luiden : Jezus Christus en Die gekruisigd.
En ja, dat is de prijs. Dat is het behoud.
Jezus' bloed en gerechtigheên Dit zij mijn sieraad, ik heb anders geen:
Mijn lezer, hebt ge het verstaan ? Wat baat het een mens ? En het antwoord moet zijn : niets.
En dan de vraag : Wat zal een mens geven tot lossing voor zijn ziel ? En weer moet het antwoord zijn : niets. Want wat heeft hij?
Maar toch : hier is nog een ander antwoord mogelijk : Hoort ge het ? Daar klinkt het uit Gods Woord : Jezus Christus.
En wie Die kennen mag, ja die heeft alles. Dan kunt ge het omkeren. Wat schaadt het een mens, al verliest hij de gehele wereld en zijn ziel is behouden?
En weer is het antwoord : niets. Want het leven toch is hun Christus. En dan brengt het sterven enkel gewin.
(Wierden.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's