De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

OECUMENISCH

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OECUMENISCH

6 minuten leestijd

Het is ongeveer een jaar geleden, dat de Wereldraad der kerken ; te Amsterdam verschillende kerken in haar vertegenwoordigers vergaderde en met elkander in contact bracht.

Wij zeggen met nadruk met elkander in contact bracht, want de conferentie van kerken onder leiding van de Wereldraad heeft niet het karakter van een internationale synode of een concilie, een kerkvergadering, zoals sommigen schijnen te menen, maar is een poging om de kerken tot samenspreken en samenwerken te brengen.

Uit de aard der zaak kan een lichaam als de Wereldraad niet anders en heeft hij geen bevoegdheid om een wereldsynode saam te roepen. Hij zou hoogstens, kunnen bedoelen te bevorderen, dat de kerken tot zulk een initiatief werden bewogen en de eenheid van de kerk des Heeren zouden doen spreken. Kerkrechtelijk beschouwd kan er dan ook geen sprake zijn van een internationale of oecumenische synode van de wereldkerk. Daarentegen beantwoordt het pogen van de Wereldraad aan een streven tot concentratie en samenwerking van de ganse Christenheid.

Zonder enige twijfel heeft dit streven voor een goed deel aanleiding en versterking in de gewijzigde verhouding, waarin de kerk gedurende de laatste eeuwen ten aanzien van het openbare leven kwam te staan.

In het oude Europa  waren die verhoudingen zo geheel anders. Ondanks de scheuring tussen het Oosten- en Westen in de elfde eeuw, heerste het kerkelijk Christendom der Middeleeuwen over het algemeen bewustzijn. Het maatschappelijke en staatkundige leven stond onder de kerkelijke suprematie. Ook 't reformatorisch geloof zette zijn stempel op de volkeren, waarin het doorbrak en zegevierde. Gaf de Middeleeuwse kerk aan heel het leven een oecumenisch aspect reeds krachtens haar ontwikkeling onder het Pausdom, bij de reformatoren, inzonderheid bij Calvijn, ontbrak het niet aan echt oecumenische gevoelens.

Intussen toont de geschiedenis der reformatie aan, dat de Christenheid in een veelheid van kerkformaties uiteenviel.

Dit verschijnsel heeft voor een niet gering deel oorzaak gevonden in de politieke ontwikkeling, welke gepaard ging aan een drang naar vrijheid niet alleen op het stuk der religie, maar ook in het staatkundige.

De nieuwe staatkundige verhoudingen, welke daaruit werden geboren, konden slechts bevorderlijk zijn aan een streven naar nationale zelfstandigheid, hetwelk op zijn beurt weer aanleiding werd tot het ontstaan van landskerken.

Wij gaan op het vraagstuk van de verhouding van kerk en staat hier niet verder in, maar een ieder kan begrijpen, dat het ontstaan van nationale kerken aan haar oecumenische openbaring slechts hinderpalen in de weg moest leggen. De staatkundige grenzen bepaalden ook de grenzen der landskerken, terwijl kerkelijke en politieke belangen dooreen gingen en niet zelden ook tot innerlijke conflicten aanleiding gaven.

Een en ander moge voldoende zijn om aan te tonen, dat het oecumenische leven der kerk door deze gang van zaken moest worden belemmerd en verstoord.

Daarbij komt bovendien een gezichtspunt, hetwelk nog veel te weinig de aandacht heeft, n.l. dat de reformatie krachtens haar grondslag in het Schriftgeloof ook over het ambt der Overheid, over de grondslagen van haar gezag, over haar roeping en bevoegdheid tot beschouwingen moest komen, die volkomen verschilden van de Roomse leer der twee zwaarden en van de heersende staatkundige beginselen, die hun oorsprong vonden in de traditionele natuurrechtelijke beschouwingen ener heidense philosophie.

Ondanks de geestelijke invloed van het reformatorisch geloof, op het leven der volkeren uitgegaan, kan van fundamentele veranderingen in dit opzicht niet worden gesproken.

Het staatkundig denken handhaafde ook na de reformatie zijn in het natuurrecht gegrond karakter.

Het behoeft niet gezegd dat dit niet overeenkomt met de reformatorische belijdenis aangaande het ambt der Overheid bij de gratie Gods. De gereformeerde belijdenissen onderscheiden zich mede daardoor, dat zij alle een artikel aan het ambt der Overheid wijden en komen ook daarin overeen, dat zij aan de Overheid een taak toedenken ten aanzien van het geestelijk leven des volks, zodat zij niet alleen over de tweede, maar ook over de eerste tafel der Wet heeft te waken.

Wij noemen slechts art. 36, om er aan te herinneren, welke moeilijkheden en weerstanden de interpreatie van dit artikel heeft teweeggebracht om van de toepassing maar te zwijgen. En toch is dit artikel in onze dagen nog actueel, misschien zelfs in het licht der omstandigheden opnieuw actueel.

Intussen zal het iemand voorkomen, dat wij nu wel heel ver zijn afgedoold van ons onderwerp, de oecumenische beweging. Toch is dat niet het geval.

Wie op de historische gang van zaken ziet, zal toch opmerken, dat met name de ontwikkeling van het leven in staat en maatschappij een van de meest belangrijke zijden van het moderne cultuurproces laat zien, welke tevens het duidelijkst blijk geeft van de invloed der ontbindende factoren, waardoor het wordt gekenmerkt.

Als wij zeggen: overorganisatie en massacultuur, noemen wij een tweetal decadentieverschijnselen, die velen nog niet eens zo ernstig voorkomen en door sommigen misschien zelfs als tekenen van vooruitgang worden begroet, doch welke inderdaad hoogst bedenkelijk zijn — en zo het niet wordt verhoed — voorboden van de ondergang.

Deze verschijnselen zouden niet zulke veelomvattende en dreigende vormen hebben kunnen aannemen, indien het geloof der reformatoren nog een krachtig cultuurleven in de volkeren mogelijk maakte. Waar het geloofsleven krachtig is, kan zulk een dodelijke massageest niet aarden en de overhand nemen. De wereldse eenheids- en totalitairstrevingen wijzen dan ook op de onheilvolle mate van ontkerstening van ons modern cultuurleven en op een staat van uitgeputte kracht.

Voor wie het nog niet geloven mocht, kunnen de ervaringen der laatste jaren geleerd hebben hoezeer die moderne geest vijandig is aan kerk en Christendom, en hoe hij daarin een gevaar ziet voor zijn eigen daemonische toeleg om alle macht in de wereld te veroveren.

Het is dan ook geen wonder, dat de oecumenische drang werd versterkt door deze verschijnselen en allermeest bij die mannen, die op het terrein van de zending, de jeugdbeweging en het sociale leven, in aanraking kwamen met die geest en veeltijds meer dan de officiële kerk oog kregen voor de gevaren welke van die zijde dreigen. Uit die kringen is dan ook de roep naar eenheid en samenwerking opgegaan, welke heeft geleid tot verschillende conferenties en tot de assemblee, van 1948. Wij komen op deze geschiedenis nog terug.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

OECUMENISCH

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's