De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ontvangen Boeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ontvangen Boeken

8 minuten leestijd

Geschiedenis der Kerk. Dl. III. Onder redactie van prof. dr. F. W. Grosheide, prof. dr. G. M. den Hartogh, dr. H. J. Honders, dr. G. P. van Itterzon, prof. dr. D. Nauta.

Illustraties verzorgd door D. Grosheide. Prijs ƒ 6.95. Uitg. J. H. Kok, Kampen.

Dit deel vangt aan met de „Kerk in het tijdperk der verlichting" en eindigt met de jongste tijd. Dit gaat dus niet over de bloeitijd der reformatie, doch over het verval der Kerk, over de motieven, welke daarop hebben gewerkt, over het uiteenvallen in kerken en secten, over de jonge kerken op het zendingsveld en verschillende bewegingen op het terrein der kerk of daaraan verwant.

Het ligt voor de hand, dat een deel van nog geen 300 pag., dit alles niet volledig kan geven. In verband met de huidige situatie, die een nauwer contact heeft gebracht met de kerken in andere landen en met Amerika, is het van belang dat men meerdere kennis verkrijgt van de geschiedenis dier kerken. Dit deel kan daaraan te hulp komen, aangezien er een belangrijk hoofdstuk wordt gevonden over de kerken in Amerika van de hand van wijlen prof. D. H. Kamminga, in leven hoogleraar in de kerkhistorie aan het Calvin College te Grand Rapids. In een ander hoofdstuk behandelt dr. J. C. Kromsigt de kerk in Engeland en Schotland.

Zij, die belangstelling hebben voor de nieuwere kerkgeschiedenis, hebben hier een goede gids. Ook voor de Jongelingsverenigingen kaa het zijn nut hebben, meerdere kennis'te veroveren van de kerkelijke toestanden in het buitenland.

Dit boek kan hen daarbij van dienst zijn.

De Nederlandse Geloofsbelijdenis. Critisch beschouwd, door prof. dr. J. N. Sevenster, ds. D. Bakker, ds. P. Smit, ds. J. Vink, ds. A. de Wilde, prof, dr. J. Lindeboom, prof. dr. C. }. Bleeker en dr. H. Faber. Uitg. : Van Gorcum en Comp. N, V., Assen'. Prijs ƒ 5.25 geb. ; ƒ 4.25 ingen.

Nog vóór 1940 benoemde het hoofdbestuur .der Vereniging van Vrijzinnige Hervormden in Nederland een commissie tot critisch onderzoek van de belijdenisgeschriften der Ned. Hervormde Kerk. Het resultaat wordt ons hier geboden.

Openbaring en Schrift is één der belangrijkste hoofdstukken in dit werk. Het is van de hand van prof. dr. J. N. Sevenster. Dit artikel gaat over de hoofdinhoud van de art. 2—7 der Ned. Geloofsbelijdenis.

Belangrijk is het oordeel, door deze hoogleraar op blz. 9 neergeschreven, waaraan wij de volgende zinsnede ontlenen : Stemt men volkomen in met wat de belijdenis hier zegt over de openbaring Gods, dan kan nog wel hier en daar verschil van mening zijn over de vraag, of de lijnen van dit begin steeds zuiver zijn doorgetrokken, maar wat op dit fundament gebouwd wordt zal toch in hoofdtrekken steeds een sterke overeenkomst vertonen. Wijkt men echter in gedachten over de fundamentele categorie van de belijdenis af, dan zal dat ook in de verdere uitwerking van de geloofsinhoud steeds te merken zijn.

Wij menen, dat dit volkomen juist is en dat daarmede het kernpunt van de huidige theologische (en kerkelijke) situatie is geraakt.

Prof. Sevenster is verder van oordeel, dat op dit punt de hedendaagse theologie vrijwel over de gehele linie van de belijdenis afwijkt, (blz. 17).

Een uitzondering vormt z. i. alleen het werk van Gereformeerde theologen. Hij voegt er aan toe! dat het niet valt te ontkennen, dat deze Schriftbeschouwing inderdaad blijft in de lijn van art. 3-7 van de Geloofsbelijdenis.

Daarmede is de situatie duidelijk getekend, waarop wij intussen herhaaldelijk hebben gewezen.

Het valt de auteur niet moeilijk om aan te tonen, dat Korff, Earth, Brunner, het standpunt der belijdenis aangaande de Heilige Schrift niet aanvaarden, zodat de Vrijzinnigen daarin niet alleen staan.

Het constateren van dit feit is op zichzelf reeds van belang. Ook de wijze, waarop het punt van verschil wordt gesteld. Het gaat nl. om de verhouding tussen Schrift en openbaring. De belijdenis zou een vereenzelviging der openbaring met de Bijbel bedoelen, althans dit zou „men" veelal bedoelen. En dat wordt door Korff noodlottig genoemd, (blz. 18).

Schrift en openbaring mogen dus niet ver­eenzelvigd worden. Er is distantie tussen die twee. De Schrift is slechts menselijk getuigenis omtrent openbaring. Prof. Sevenster laat niet na, Barth nog eens te laten zeggen, dat die profeten feilbare mensen waren, kinderen van hun tijd, hun geestelijke horizon beperkt en veel beperkter dan de onze".

Dit moet dus weer tot de consequentie leiden, dat de Schrift ook als getuigenis der openbaring feilbaar is en de kenmerken dier beperktheid draagt. „Zij spreken elkander tegen", enz.

Al deze argumenten zijn niet van vandaag of gisteren. De geschiedenis van de ,,Inleiding", om niet te zeggen van de Schriftcritiek, kan dit aantonen. Daarom is ook de tegenstelling tussen het standpunt der belijdenis en de critische theologie niet nieuw, maar zij schijnt aan kracht en betekenis gewonnen te hebben, omdat allengs het traditioneel kerkelijk geloof zijn heerschappij over het algemeen bewustzijn heeft ingeboet.

Het schijnt wel, alsof wij op een overwonnen standpunt blijven staan, als men zo zegt, dat tegenwoordig eigenlijk niemand de Heilige Schrift meer letterlijk neemt, met uitzondering dan van de gereformeerden.

Het schijnt zo, maar de gereformeerde gezindheid, welke de belijdenis aangaande de Heilige Schrift, zijnde Gods Woord, van harte en met overtuiging vasthoudt, leeft inderdaad nog in belangrijke kerken en groepen, over de ganse aarde verspreid.

Zij, die zo overmoedig voor de dag komen met een standpunt, waarvan zij weten, dat zij van de belijdenis afwijken, mogen wel eens bedenken, of zij mogelijk op dit zo fundamentele stuk, hetwelk naar hun eigen getuigenis de ganse belijdenis beheerst, niet dwalen.

Immers de argumenten, die men tegen het goddelijk gezag van de Heilige Schrift aanvoert, wettigen in geen enkel opzicht de conclusie, dat de belijdenis zich heeft vergist. Die argumenten : van feilbare mensen, die elkaar ook nog tegenspreken, die uit het bewustzijn van hun tijd hebben gesproken, en daarin veel meer beperkt waren dan wij mensen van de twintigste eeuw — al deze argumenten raken zelfs niet aan de zaak, welke in het geding is.

Voorzover er waarheid in deze argumenten ligt, is deze ook aan de reformatoren wel -bekend geweest, maar zij hebben begrepen, dat de openbaringswerkelijkheid van de Heilige Schrift niet staat of valt met de feilbaarheid van de mensen, die het Gode belieft in de dienst van de Geest der profetie te gebruiken.

Wij hebben reeds menigmaal over deze zaak geschreven en hopen daarop nog terug te komen, omdat wij ons in dit bestek geen verhandeling willen veroorloven.

Hoezeer het hierbij gaat om een fundamenteel stuk, wordt uit de vrijzinnige beschouwing, die ons hier geboden wordt, wel duidelijk. Intussen juichen wij het toe, dat dit boek is verschenen, omdat het duidelijk aantoont, dat er niet alleen een grote distantie tussen gereformeerd en vrijzinnig is in het geloof aangaande de Heilige Schrift, maar daarom en daardoor ook in alle stukken des geloofs.

Wat kan men verwachten van een gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, zo vragen wij, als de kerkelijke belijdenis aangaande haar goddelijk .gezag welbewust wordt verworpen ? En wat kan men van een kerk verwachten, welke in dit fundamentele stuk voor haar belijdenis niet op­komt ? 

Dr. G. Brillenburg Wurth. Het Christelijk Leven. Grondlijnen der Ethiek. Prijs ƒ 6.90. Uitgave J. H. Kok N.V., Kampen.

De titel is ruim. Hij is ontleend aan Calvijn, die in Zijn Institutie (III boek) handelt over het Christelijk Leven en daarin in aansluiting aan de uiteenzetting van het geloof een schets van het geloofsleven geeft. Een afzonderlijke ethiek heeft Calvijn niet gegeven en dat lag ook niet in zijn bedoeling. Christelijke ethiek is leven uit het Christelijk geloof, en mitsdien confessioneel bepaald. Een en ander wordt door prof. Brillenburg Wurth niet ontkend. Het tegendeel wordt wel duidelijk uit dit boek. Onze opmerking gaat eigenlijk tegen een zinsnede van zijn Inleiding, die van ,,protestants" gewaagt. Mogelijk hangt dit saam met de opzet van het boek, welke wel een thetische behandeling wil geven, maar de hedendaagse discussie over een aantal belangrijke ethische vraagstukken niet wil passeren. De ondertitel wijst er voorts op, dat de schrijver het adjectief protestants voor zijn ,,grondlijnen der ethiek" niet opeist. Hij spreekt kortweg van ethiek.

Deze opmerking, bedoelt niet, de waarde van het boek te verkleinen, al zouden wij een meer systematische behandeling in aansluiting aan de dogmatiek niet minder op prijs stellen.

Gaarne erkennen wij, dat de voortdurende vergelijking met inzichten en beschouwingen, welke in de hedendaagse discussie van de kant van theologen en philosophen aan de orde zijn, op zichzelf reeds een bijzondere waarde aan dit boek geeft, te meer, omdat de auteur dit met talent doet en op zulk een wijze, dat theologen en niet-theologen daarvan kunnen genieten en in deze materie worden ingeleid.

Prof. Brillenburg Wurth heeft ons hierin een actueel en fris boek geschonken, waarin ook verschillende vragen, die in Christelijke kring leven, wij noemen slechts film, radio, spel, de Zondag, aan de orde worden gesteld.

Men behoeft het dan ook niet met alles eens te zijn, wat prof. Brillenburg Wurth ons biedt, om dit boek warm aan te bevelen. Het geeft een klaar beeld van de huidige situatie op het gebied der ethiek.

Wij willen het bij deze aankondiging laten en vinden wellicht aanleiding om op sommige paragrafen nog nader terug te komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Ontvangen Boeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's