De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ISRAËL EN HET MYSTERIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ISRAËL EN HET MYSTERIE

7 minuten leestijd

Paulus leeft uit het geloof, dat er ook voor de Joden nog redding is, evenals voor de heidenen. „Maar ook zij, indien zij, in het ongeloof niet blijven, zullen in-geënt worden, want God is machtig om ze weder in te enten" (Rom. 11 vs. 23). Dit zegt de apostel, nadat hij de christenen uit de heidenen vermaand heeft altijd te blijven bedenken, dat zij slechts wilde of vreemde takken waren; die geënt zijn in de plaats der ongelovige Joden. Vele christenen zijn echter van mening, dat de Joden als volk hebben afgedaan. Wellicht komt er nog eens een Jood tot bekering, maar over het algemeen hebben zij meer interesse voor de Toradja's dan voor dit oude volk.

In Rom. 11 begint Paulus met de vraag : ,,Heeft God Zijn volk verstoten ? Dat zij verre !" Alzo is er ook in deze tegenwoordige tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade. In Paulus' tijd zijn er nog velen uit de Joden, die Jezus Christus hebben aangenomen als hun Messias. Dit overblijfsel, waarvan Paulus spreekt, en elders ,,deze rest", waarmee hij zich aansluit bij de spreekwijze van Jesaja, is echter zeer duidelijk bedoeld als een bepaald gedeelte uit het volk der Joden. Daarom haalt de apostel hier het woord aan, dat de Heere tot Elia, gesproken heeft : „Ik heb Mij nog 7000 mannen overgelaten " Hetgeen Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen, maar de uitverkorenen hebben het verkregen en de anderen zijn verhard geworden.

Maar — zo gaat de apostel verder — hebben zij gestruikeld, opdat zij vallen zouden ? Dat zij verre. Maar door hun val is de zaligheid de heidenen geworden om hen tot jaloersheid te verwekken. En indien hun val de rijkdom is der wereld meer hun volheid. hoeveel te

En nu spreekt Paulus in Rom. 11 vanaf vers 13 speciaal tot de christenen uit de heidenen. ,,Indien hun verwerping de verzoening is der wereld, wat zal de aanneming wezen, anders dan het leven uit de doden? " Dan volgt het gedeelte over de natuurlijke takken (Joden), die door hun ongeloof afgebroken zijn en de wilde takken (heidenen), die geënt werden in hun plaats, waarin hij ons, christenen uit de heidenen, vermaant, ons niet te verheffen boven de Joden, omdat wij slechts door genade geënt zijn.

Dan stelt Paulus in het uitzicht, dat God machtig is de natuurlijke takken (de Joden dus) weer in te enten, waarmede vers 24 opnieuw eindigt.

En nu volgt dat veelomstreden gedeelte, waarin gezegd wordt: „en alzo zal geheel Israël zalig worden".

Het begint met vers 25. „Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn".

Eerbied voor Gods Woord eist, dat wij hier trachten te lezen en verstaan, wat de Heilige Geest door Paulus ons leren wil, afgezien van elke mening, die wij er op na houden. Het gaat tenslotte alleen om het Woord des Heeren, ook al zou blijken, dat wij tot hiertoe verkeerd gelezen hebben.

Het gaat in heel dit gedeelte voortdurend over de smart, die Paulus vervult vanwege het feit, dat een groot deel van Israël ongelovig blijft.

Veel heeft hïj over dit raadsel nagedacht, maar eindelijk iets ontdekt van de verborgenheid, het mysterie, dat eens in de toekomst openbaar zal worden.. Van dit woord ,,mysterie" zegt Kittel (Theol. Wörterbuch) : ,,het mysterie is zelf geen openbaring, maar voorwerp van openbaring. Het mysterie wordt op de daartoe door God bepaalde tijd uit vrije genade bekend gemaakt aan degenen die door Hem begenadigd zijn".

Het mysterie is dus ,,het geheime weten aangaande een gewoonlijk voor de mensheid verborgen Raadsbesluit Gods (Rienecker, Sprachlicher Schlüssel)".

Paulus heeft al iets van dit geheimenis geopenbaard in vers 15, waar hij zegt, dat de verwerping van Israël de verzoening is der wereld, terwijl hij tegelijkertijd uitspreekt dat hun aanneming (die kennelijk in de toekomst ligt) het leven uit de doden zijn zal.

Zij (de Joden) zijn vijanden, wat aangaat het Evangelie (om uwentwil), maar wat aangaat de verkiezing zijn zij beminden om der vaderen wil. Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk.

Dit geldt dus ongetwijfeld het volk der Joden uit Paulus' dagen, dat Jezus Christus gekruisigd had. Toch blijft de apostel geloven in Gods trouw, ondanks hun ontrouw.

Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn.

Deze zijn nu ongehoorzaam geweest, opdat zij door uw barmhartigheid (o christenen uit de heidenen) zouden barmhartigheid verkrijgen, gelijk gij barmhartigheid verkregen hebt door hun ongehoorzaamheid.

En dan volgt de onthulling van het grote ,,geheimenis", die beroemde jubelzang van de apostel : „O, diepte des rijkdoms " Er is in de loop der eeuwen heel wat gestreden over de verklaring van dit mysterie. Of Israël zich eens als volk tot Christus bekeren zou, dan wel of dit slechts tot enkelingen zou beperkt blijven.

Zeker is, dat men te gemakkelijk de bijzondere voorrechten van Israël, die Paulus opsomt in Rom. 9 vs. 4 en 5, als christenen uit de heidenen aan zich heeft getrokken en daardoor ongehoorzaam is geworden aan de ernstige vermaning van de apostel Paulus, die in hart en nieren een zoon van het oude volk was.

Te gemakkelijk ook heeft men de naam Israël hier louter geestelijk verklaard als gelovigen, kinderen Gods, volk Gods. Te weinig heeft men wellicht bedacht, dat er in het Woord des Heeren over „geheimenissen" gesproken wordt, die eerst ten volle duidelijk zullen worden bij het voortschrijden der geschiedenis, die uiteindelijk toch is een nadere ontvouwing van Gods gedachten, waarvan ons hoogstens in de Schrift een klein schema ontworpen werd, zoals blijken kan uit het boek Openbaring.

Dr. Van Leeuwen in de ,,Korte Verklaring" houdt zich aan een oude opvatting, dat ,,de toebrenging van alle geroepenen uit de heidenen, tezamen met het ,,overblijfsel" uit Israël zal zijn de redding van ,,gans Israël".

Doch hij voegt er onmiddellijk aan toe (pg. 228) : ,,Velen menen, dat Paulus hier tot vers 32 een bekering van Israël als volksgeheel leert. De beslissing is moeilijk, misschien mag men haar in Paulus' woorden lezen. De boven uiteengezette opvatting lijkt verkieselijker.

Persoonlijk acht deze schrijver zijn verklaring de meest aannemelijke, maar acht de laatste opvatting exegetisch zeker niet onmogelijk.

In Kittel's Theol. Wörterbuch wordt bij het woord „mysterie" uit vers 25 het volgende opgemerkt (vrij weergegeven): Paulus noemt het uiteindelijk lot van Israël een mysterie. Hij bestrijdt met deze verkondiging iedere „eigen" wijsheid, waarvoor de verharding van Israël toch een raadsel blijft.

Doordat Paulus de verharding van Israël in verband brengt met dit begrip mysterie, onthult hij de eschatologische betekenis van dit gebeuren. Hier, in het feit, dat de heidenen het heil in Christus aanvaarden, kondigt zich in beginsel reeds de volheid der heidenen aan en daarmede de uiteindelijke redding van Israël. Paulus beroept zich hier niet op een bijzondere openbaring, maar op de verkiezing Gods, die onberouwelijk is. En het is dit mysterie, dat eens heel Israël tot Christus komen zal, dat Paulus drijft tot de lofzang van vers 33.

Tot zover Kittel.

In het licht van de laatste jaren en gezien het feit, dat Israël weer terug keert naar het heilige land, lijkt het mij zeer wel mogelijk, dat God bezig is met Israël. Zeker, er is nog lang geen sprake van een terugkeer tot God bij Israël. Maar is het juist daarom niet des te wonderlijker dat het toch terugkeert ? God leidt de wereldgeschiedenis en daaruit zouden wij kunnen afleiden, dat wij juist nu in een nieuwe tijd gaan leven, die zeer wel mogelijk genaderd is tot de „volheid der heidenen", waarna ook Israël onder Gods zegen gaat luisteren naar de stem van het Evangelie van Jezus Christus en Die gekruisigd.

In ieder geval ligt hier een duidelijke opdracht en plicht voor de Kerk, die uit het heidendom geroepen is, om thans met alle krachten het Evangelie te verkondigen aan de Joden, gedachtig aan Christus' woord, dat de zaligheid uit de Joden is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ISRAËL EN HET MYSTERIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's