De Puritein van de Hertenpolder
FEUILLETON
13)
Aldert luistert scherp, 't Is of hij de woorden van Janus mond afleest.
— Boer, ik was laatst in de Weteringschans. Ik moest een boodschap voor Moeder doen. En ze kent mij daar schijnbaar. Daar stond een koppeltje jongens van zo zestien jaar en ouwer.
— Hé, zegt er een, daar hei je de blikke dominee uit de Hertepolder. Een grote vloek volgde d'r op. 't Ging: me door merg en been. Ik vind dat zo'n groot gruwel, boer !
— Zeker, dat is 't ók, Aldert!
— Wacht eens, roept me de grootste met een gebaar van stilstaan. Geloof jij, dat er een God is ?
— Zeker, zeg ik, is God er ; ook al geloof jij 't niet. Maar ik mag 't geloven, dat God er is. Toen zeg ik : je zult gewaar worden dat er een God is. Nu niet ? dan als je sterven gaat. Toen begonnen ze allemaal te lachen.
— Als ik dood gao, stoppen ze me in een doos en daarmee af, spotte de grootste. Ja boer, dat gaat toch ver, niet ?
En als tot zichzelf, praat Aldert voort.
— Ik hoop, dat ik bewaard mag blijven voor zulk een leven, 't Is bij de beesten af. Wat is een mens, als hij aan z'n eigen is overgegeven ? Wat is de genade en de tucht van Gods Woord en Geest heilzaam voor ons. Ja, hoe heilzaam, boer!
Dan staat Aldert op.
— Wanneer kom je, Aldert ? vraagt Janus.
— Morgenochtend. Ik ga nou nog wat gras voor de geiten maaien langs de Vaart, boer.
Zonder groeten gaat hij weg.
En Janus vat de schop weer op.
Ja, wat is de mens. Hij verheft zich niet boven de jongelingschap van Weteringschans. Hij is ook zulk een mens. Hij ziet zijn beeld er in en is geen haar beter.
IV. Naar verbreding der grenzen.
De mededeling van Aldert van Janna heeft in de gedachten van Janus een nieuw onderwerp ter overdenking gebracht. Als Aldert weg is, wacht Janus er niet mee spoedig naar binnen te gaan en de vrouwen met het nieuws op de hoogte te brengen.
Beiden horen verwonderd op en Mia is blij met de vreugde van Janus. Wat hem vreugde verschaft, zal ook altijd haar belangstelling hebben.
— Wat zal ik noe doen, denken julhe. Zal ik van aovent nog gaon of eerst een brief schrieven en om een onderhoud vurzeuke ?
De vrouwen antwoorden niet terstond.
Dan zegt Mia : — Schrijf even een briefje, dat vind ik beleefder. De Jonker is gevoelig voor een houding, waaruit achting spreekt. Wat jij, Moeder ?
— Mia heeft gelijk! Een kort briefje, schrijven. Janus, is 't beste.
Die avond schrijft Janus enkele woorden aan de Jonker. Hij heeft gehoord, dat mijnheer in 't najaar land vrij krijgt. Gaarne zal hij, indien dit werkelijk 't geval is, er naar staan, huurder te worden. En of mijnheer de Jonker dan een avond wil stellen om hier over nader te spreken. Het geacht schrijven tegemoet ziende, met beleefde groeten.
Jonker van Hoogevorsel heeft nu te beslissen. Janus heeft de brief nu keurig gevouwen en in de enveloppe gestoken. Mia zal hem terstond naar het postkantoor brengen.
Janus gaat nog even het land in. Van nu af aan gaat hij uitzien naar 't ogenblik, dat hij een bezoek bij de Jonker zal moeten brengen. De boerderij, meer dan eenmaal zo groot, dat is een goed begin!
Hij wandelt de richting van de schapen in. Daar ligt het land, naar luid van 't bericht van Aldert, langs de binnensloot.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's