De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKDIENST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKDIENST

4 minuten leestijd

Nadat wij een vorige maal hebben nagedacht over de betekenis der Kerk in ons leven met betrekking tot de sacramenten, catechisatie, belijdenis-doen, huisbezoek en ziekenbezoek, waarbij ook de prediking ter sprake kwam, willen wij nu wat uitvoeriger stilstaan bij het samenzijn der gemeente tijdens de godsdienstoefening, zoals dit iedere Zondag weer plaats vindt.

Het gevaar is immers niet denkbeeldig, dat wij hieraan zó zijn gewend geraakt, dat het ons eigenlijk weinig meer toespreekt. Doch als het goed is, klopt juist in deze kerkdienst het hart van het geestelijk leven der gemeente.

De oude gewoonte van klok-luiden vóór de aanvang der godsdienstoefening, heeft een rijke symbolische betekenis : daardoor worden wij immers geroepen tot de „dienst des Woords en der gebeden", zoals wij door de prediking geroepen worden tot de dienst des Heeren in het algemeen. En inderdaad komen wij des Zondags in het huis des Heeren samen als een gemeente van geroepenen. Het klokgelui herinnert ons dus aan de dag des Heeren, zoals de Zondag zelf ons herinnert aan de opstanding van de Heere Jezus Christus en vandaaruit aan de grote dag des Heeren, die ,,nabij is", volgens Johannes in het boek Openbaring.

Wanneer de Heidelbergse Catechismus in Zondag 38 spreekt over de betekenis van het Sabbatsgebod, vervalt zij niet in allerlei negatieve opmerkingen over wat wèl en wat niet geoorloofd is op Zondag, doch noemt vier zaken, waardoor de dag des Heeren moet worden gekenmerkt.

1. De dienst des Woords;

2. het gebruik der sacramenten;

3. de dienst der gebeden of de openlijke aanroeping van de Naam des Heeren, en

4. de dienst der offerande (de armen Christelijke handreiking doen).

En dit alles om gedurende de ganse week het kwade te weren en in dit leven reeds de eeuwige Sabbath aan te vangen. Hier worden dus vier belangrijke elementen genoemd, die in onze godsdienstoefening een plaats behoren te vinden.

Wij willen nu eerst nagaan, wat elk onderdeel van onze kerkdienst betekent, om daarna de vraag te stellen, hoe wij ons hierop moeten voorbereiden' om een zegen te mogen ontvangen en wat dit in ons leven te zeggen heeft.

Mede hierom spreken wij over het persoonlijk gebed vóór de dienst eerst later en beginnen nu met het votum.

VOTUM.

Dit is de wijdingsspreuk, waarmede de eredienst een aanvang neemt.

In navolging van Calvijn koos men te Dordrecht in 1574 de woorden uit Psalm 124 vers 8, „Onze hulp is in de Naam des Heeren, die hemel en aarde gemaakt heeft". Het is volkomen juist gezien, om in de Kerk der Hervorming de godsdienstoefening aan te vangen met een woord uit de Heilige Schrift, die door de Hervormers uit de kluisters der Roomse kerk bevrijd was.

Daarom is het eigenlijk minder juist, aan deze woorden uit Psalm 124 nog iets toe te voegen. Dr. Noordtzij merkt bij deze woorden op : Israël leert uit eigen historie, dat het van geen ander hulp heeft te verwachten dan van de Heere in Zijn hoede alleen is Israël veilig.

Zoals David nu in deze woorden zijn diepe afhankelijkheid van de Heere uitspreekt, zo spreekt ook de gemeente onder het Nieuwe Verbond haar besef van diepe afhankelijkheid uit in deze woorden. Dit votum herinnert ons reeds dadelijk aan onze kleinheid tegenover God.

Dit votum is echter geen wens of bede, maar een besliste uitspraak. Niet dus : onze hulpe zij of sta, maar „is" in de Naam des Heeren. Dit is een zuiver Schriftuurlijk en daarom reformatorisch begin van onze kerkdienst, waardoor wij bepaald worden bij de Majesteit des Heeren enerzijds en onze armoedige afhankelijkheid anderzijds, opdat dit ons verootmoedige voor Gods Aangezicht.

Tegelijkertijd herinnert 't woord ,,Heere" ons aan de God van Abraham, de God des Verbonds, die trouw blijft ondanks onze ontrouw. En daarom spreekt dit woord ook van genade voor een berouwvol zondaar.

En voorts wordt door deze woorden de hele volgende dienst gewijd aam de Heere God, gelijk dit samenzijn der gemeente toch allereerst beoogt de ere Gods en eerst daarna het heil van mensen.

Op dit votum nu volgt de zegengroet: „genade zij u en vrede . . . . .. "

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KERKDIENST

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's