Belastingen
Daar is in de pers onenigheid ontstaan over belastingontduiking, en ik geloof dat het goed is dat onzerzijds maar direct vastgesteld wordt, dat belastingontduiking ongeoorloofd is.
Het doet hier niets terzake, of het geld besteed wordt aan ons onwelgevallige doeleinden of aan door ieder noodzakelijk geachte uitgaven.
Als de wet spreekt, hebben wij te gehoorzamen. Ook al weten wij, dat de belastingen feitelijk te zwaar zijn en dat mensen met oncontroleerbare inkomsten nogal eens plegen te ontduiken.
Ik acht deze laatste bezwaren niet gering. Er gaat aan belastingen voor Rijk, provincie en gemeente 25% weg van wat Nederland verdient en het is geen vraag meer, of dit binnen korte tijd moet leiden tot vermindering van economische activiteit.
Het is zeer te betreuren, dat de nieuwe voorstellen tot verlaging van sommige belastingen, met name van de ondernemingsbelasting, van die 4 milliard gulden aan belastingen ongeveer 50 millioen vrij geven.
Het is schrijnend onrechtvaardig, dat mensen met controleerbare inkomsten als geheel veel meer betalen dan zij, die niet of heel weinig zijn te controleren in hun inkomsten.
Niemand zal zich willen of durven verzetten tegen de betaling van oorlogsschade, de woningbouw en de opbouw van een militair apparaat, maar de hoogte der belastingen is bezig in een zedelijk gevaar van de eerste grootte te worden.
Dat ik veel belasting moet betalen — zei een koopman tegen mij — vind ik niet erg, maar dat ik daardoor een bedrieger ben geworden, vind ik verschrikkelijk.
Hoe ter wereld kan een vader aan zijn uitlachende zoon twee boekverantwoordingen laten zien : één zoals die is en één voor de belasting ? In denk, dat hij eerst moeder de kamer uitstuurt, voor hij de ziel van zijn zoon gaat besmeuren met bedrog.
Alles behoort gedaan te worden om tot een belastingverlaging te komen, welke weder adem en ruimte geeft aan het bedrijfsleven. Zo dit niet geschiedt, wordt er roofbouw gepleegd en zal er meer afgebroken moeten worden dan ons allen lief is.
De tijd van wenselijkheden en proefnemingen is voorbij ; de tijd van leven op zelf geschapen hoge voet is misdaad tegenover de toekomst, van onszelf en van onze kinderen.
Het nodige betalen wij gaarne, want wij zijn het nog altijd eens met die dominee uit de gouden eeuw, die gehoord had dat zijn gemeente de belasting ontdook en de zegen weigerde te geven aan belastingontduikers.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's