De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKDIENST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKDIENST

4 minuten leestijd

ZEGENGROET.

In de oude Christelijke Kerk sprak de dienaar bij de aanvang der godsdienstoefening de woorden : „De Heere zij met u", waarop de gemeente antwoordde : ,,en met uwen geest", zoals naar ik meen nog steeds gebruikelijk is in de Oud-Katholieke Kerk.

In de Kerk der Hervorming worden echter de apostolische woorden gebezigd, die wij steeds vinden in de aanvang van Paulus' brieven : „genade zij u en vrede van God de Vader en van Jezus Christus de Heere" (en van de Heilige Geest).

In deze groet wordt de drieëenheid Gods beleden, juist in de genade, die Christus ons heeft verworven en door de Heilige Geest ons toepast, terwijl de liefde des Vaders hierin duidelijk uitkomt. Intussen ontbreken bij Paulus de. laatste worden van deze groet „en van de Heilige Geest".

Toen de Kerk in latere jaren heeft moeten worstelen om de belijdenis van een drieenig God in de strijd met name om het ,,filioque", dat de Heilige Geest ook uitging van de Zoon, zijn deze woorden waarschijnlijk aan de bekende groet uit de brieven van Paulus toegevoegd.

Dit woord stelt dus de gemeente reeds dadelijk het heil in Christus voor ogen. De weg des heils is immers de weg van de drie-enige God en alleen in deze weg wordt het eeuwige leven, het leven met God gevonden.

Hier wordt nu van Godswege aan de gemeente bekend gemaakt, dat de Heere aan Zijn Kerk het heil wil schenken, dat bestaat in genade, in de vergeving der zonden door het offer van Christus op Golgotha gebracht, terwijl de vrucht in ons leven daarvan is ,,vrede" met God. Een vrede, die het verstand te boven gaat en die zich openbaart in de rust, die er overblijft voor het volk van God. Zo heeft ook deze zegengroet een rijke betekenis, die veelzeggend is.

ZINGEN.

Na de zegengroet volgt het eerste lied, dat wij als gemeente samen zingen. In dit lied loven wij de Naam des Heeren vanwege al Zijn zegeningen, die wij zeker niet verdienden, terwijl hierin tevens de vreugde zich mag uiten, dat wij door Gods goedheid nog in alle vrijheid mogen samenkomen in het huis des Heeren, om onder de prediking des Woords en dus in Gods nabijheid te vertoeven.

Het zou goed zijn, wanneer wij deze laatste gedachte eens meer tot ons lieten doordringen. Wij zijn hier in het „huis des Heeren", waar de Heere Zelf bij ons is. Dit sluit dus in, dat wij ons in de kerk hebben te gedragen als in Gods nabijheid, stil en eerbiedig. Daar ontbreekt in menige gemeente helaas héél wat aan. Men behoort vóór de dienst reeds niet meer te praten.

Dat is een slechte voorbereiding op een ontmoeting met God en Zijn Woord. Tevens sluit dit ook in, dat wij onze kerkgebouwen, die onze voorouders eens bouwden, goed zullen verzorgen. Het geeft geen pas, dat wij in ,,cederhouten huizen" wonen zouden, terwijl het huis des Heeren wordt verwaarloosd.

Wanneer wij ons de gedachte realiseren, dat God in ons midden is tijdens de godsdienstoefening, zullen wij ook heel anders ons instellen op de dienst des Woords en der gebeden.

Zingen nu is goed en belangrijk voor de groei van ons geestelijk leven. Paulus en Silas zongen zelfs in de nacht tijdens hun gevangenschap. En de psalmdichter zegt : „des nachts zal Zijn lied bij mij zijn, het gebed tot de God mijns levens". Ik meen, dat het Luther is geweest, die er aan herinnerde, dat de duivel nooit zingt, omdat hij immers vol bitterheid is tegen God. De apostel Paulus vermaant de gelovigen de Heere te loven met psalmen en geestelijke liederen.

Mede hierom heeft het lied een belangrijke plaats in onze kerkdienst en dit mogen wij geenszins gering achten, ook, al moet de prediking steeds de voornaamste plaats blijven innemen. In de hemel wordt veel gezongen en daaraan nemen allen zonder onderscheid deel, de engelen, de cherubs zowel als de gezaligden. En de dichter van Psalm 89 zegt: ,,Ik zal de goedertierenheden des Heeren eeuwiglijk zingen . . . . ." Waar het hart vol van is, stroomt de mond van over, in woord en lied.

Voorts is het goed, dat wij blijven bedenken dat ook onze psalmzang in zekere zin Schriftlezing is. Alleen wordt dit nu gezongen. Reeds daarom moet dit eerbiedig gebeuren en zo goed mogelijk. Niet slechts, omdat het een gebed is of een lofzang, doch vooral omdat ook dit zingen eigenlijk is „spreken tot God" !

Daarom behoren wij ons zoveel mogelijk te beijveren ook te zingen ,,tot Gods eer".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KERKDIENST

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's