De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Puritein van de Hertenpolder

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Puritein van de Hertenpolder

FEUILLETON

4 minuten leestijd

17)

Janus vindt het gedicht mooi en tekenend, maar dan moeten de gedichten, waarvan Leopold spreekt, vol zijn van de eer van God en van Zijn werken. Dan zal het volmaakt schoon zijn.

Zich laven aan de schoonheid van hetgeen God gedaan heeft en nog doet, dat bevredigt het meest, want God heeft de eeuw in des mensen hart gelegd.

Janus leeft nog in de sfeer van Jeremia's profetieën. Hij .gaat in 't openstaande raam zitten. Wijd is de polder. Als een gloeiende schijf zinkt de zon in 't Westen en verlicht de horizon met een rode glans.

De polder wordt al kleiner. Schemering daalt over de wijde velden. Nevel trekt op uit de sloten. En de spreeuwen verzamelen zich in de wilgen, boven de moerassen van het Broekse bos. Dat doen ze avond aan avond, de ganse zomer door. Welverzadigd zetten zij zich in de takken en kwetteren er een poos lustig op los, tot de stilte van de nacht ook hen stil maakt. Dan dommelen ze in, tot de vroege morgen weer met schoonheid en glans verschijnt.

't Is op een avond, dat Janus en Mia nog eens voor de variatie naar het werk van de metselaar ga kijken. De muren zijn nu op hoogte gekomen. Straks worden de gebinten in gebouwd en de spannen op de muur geplaatst.

Al keuvelend bezien ze de stand van het werk en constateren, dat er na een week werken flinke vorderingen zijn gemaakt.

Dan slaat opeens de hofhond aan. Een heer is de werf op komen rijden en plaatst z'n fiets naast de achterdeur.

En, vrouw Wiedeling, zegt hij na groetenis, is de jonge boer thuis ? Ik kom eens met hem praten.

— Ja, meneer, hij is juist met z'n vrouw naar de schuur, in aanbouw. Wil ik hem roepen ?

— Nee, nee, ik ga er wel op af. Lachend slaat hij de richting van de nieuwbouw in.

— Goede avond, jonge mensen! Hoe gaat het ?

— Goed meneer, antwoordt Janus, angenaom u te ontmoeten.

De Jonker schudt hen zeer vriendelijk de hand.

— Zó ! de opzet is goed, Veldstroo, prijst de Jonker.

— Och jao, meneer, ik bin um waark vurlege

De Jonker glimlacht. Dat vindt hij gezonde taal. Hij weet heel goed, dat deze bezigheid de mensen altijd nuttig is geweest. En als hij hen aantreft, treedt hij ze sympathiek tegemoet. Hij heeft al dadelijk gezien, dat de nieuwe huurder voor hem staat.

Janus loopt de Jonker voor naar de binnenruimte van de in aanbouw zijnde varkensschuur.

— Kiek meneer, dat mot ut worre.,

— Zó, een prachtige ruimte. De opzet is hier goed, Veldstroo 

De Jonker telt aan de ene zijde vijf ruime hokken en aan de andere zijde vier. Daar ligt het looppad tussen en voorbij de deur is een ruimte overgelaten voor het plaatsen van meelkisten en andere dingen.

— Lotte we d'r effe inlope, meneer. Licht, dat Moeder een bakje koffie het, stelt Janus voor, als ze de nieuwe schuur van binnen en van buiten bekeken hebben.

— Waar kom je precies vandaan, Veldstroo, als ik het vragen mag ? Je Veluwse tongval doet me Vechtkampen vermoeden. Daar ben ik vaak geweest met mijn vriend Schmidt. We hebben daar grote terreinen jacht in huur, begrijp je.

— U raoijt ut krek, meneer. Vechtkampen is mien gehucht, waor ik gebore en getoge bin.

— Elke streek heeft daar z'n eigen taaltje. Kom je meer Oostelijk, in Elisput, daar praten ze weer anders, wel zo artistiek, vind ik.

— U het de wereld bereisd, meneer.

— Och ja, daar is wat te leren is 't niet zo ? In mijn jonge jaren was ik zelden thuis. Dan was ik in de mijnen, als arbeider in Limburg, dan op een logger in de wateren bij IJsland. Zo zwierf ik als boerenknecht in Brabant en dan weer was ik klerk op een groot handelskantoor in Dusseldorff. Maar nu geef ik de voorkeur aan 't rustige leven op 't kasteel, waar m'n goede vader altijd gewoond heeft.

Nu maak ik mijn tijd vol met o.a. de grote redevoeringen van de verschillende diplomaten te bestuderen en te verzamelen in een album, om eens de jaren, waarin deze en gene gesproken hebben, te vergelijken.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Puritein van de Hertenpolder

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's