KERKDIENST
VOORGEBED.
Dit wordt in ons kerkboek met name genoemd ,,gebed voor de predicatie". Daarom heet het ook met name een gebed om ,,opening des Woords". In de bekeringsgeschiedenis van Lydia, de purperverkoopster van Thyatire, staat vermeld, dat de Heere haar hart opende, zodat zij acht nam op hetgeen door Paulus gesproken werd. Zo is hier tweeërlei. De Heere moet door Zijn Geest ons hart openen, zodat wij verlangend naar Zijn Woord leren uitzien. En anderzijds moet Hij dat Woord openen, opdat wij Zijn stem kunnen beluisteren. Daarom belijdt art. 5 van onze Ned. Geloofsbelijdenis, dat de Heilige Geest omtrent de H. Schriften getuigenis geeft in onze harten, dat zij van God zijn. (n.l. de Bijbelboeken). Zo leren wij dus alleen de Bijbel verstaan als Gods Woord.
Het voorgebed bedoelt dus te vragen om verlichting door de Heilige Geest. Nu zijn er in ons kerkboek schone ,,formuliergebeden" te vinden, die geheel in onbruik zijn geraakt. Door al te grote vrees voor verstarring heeft men de voorkeur gegeven aan het vrije gebed. In het kerkboek staan echter schone gebeden voor huiselijk en kerkelijk gebruik, die werkelijk aanbevolen kunnen worden. En het is ons allen geraden, deze gebeden eens te bestuderen, want soberheid en eenvoud gaan hier samen met een eerbiedige en verheven manier van zeggen, die plechtig is en ,,kerkelijk", omdat alles hier zo dicht bij de Schrift aansluit. Misschien zou ons dit ook kunnen behoeden voor de zonde van ,,mooi kunnen bidden", zoals dit van sommigen verteld wordt. Maar dan heeft dit bidden zijn waarde voor God verloren.
In dit voorgebed nu is de prediker slechts „voorbidder", als ik het zo mag uitdrukken. Hij bidt immers niet voor zichzelf, maar namens de gemeente tot God. De gemeente behoort dus eerbiedig mee te bidden, en dit ook te tonen in de houding, die men aanneemt. Eerbied is hier bovenal vereist. Niet hangen en leunen op de bank, omdat je nu eenmaal staan moet en het soms zo lang duurt. Niet rondkijken om te zien of die en die er ook is. Neen, stil en eerbiedig moet onze houding zijn en wij hebben zelf mee te bidden.
O, eeuwige God en allergenadigste Vader. Wij verootmoedigen onszelf uit de grond des harten voor Uw hoge Majesteit, tegen welke wij zo menigmaal en zo gruwelijk gezondigd hebben, en bekennen, dat — zo Gij met ons in het gericht wilt gaan — wij niet anders dan de eeuwige dood verdiend hebben".
Zo vangt het eerste van deze gebeden in ons kerkboek aan. Eerst is er een zich verootmoedigen voor Gods Aangezicht en een belijden van schuld en zonden, maar ook gebed om vergeving. Doch ook wordt niet vergeten de Heere te danken voor al Zijn goedertierenheden, die des te rijker en genadiger blijken tegen de achtergrond van onze duistere schuld. Vervolgens wordt gebeden om „opening van de mond des dienaars, opdat hij het Woord Gods zuiver en vrijmoedig verkondige". „Bereid ook ons aller harten, opdat wij datzelve horen, verstaan en bewaren mogen? ". Het valt ons hier op, dat het gebed voor de predicatie slechts kort is, terwijl het gebed „voor alle nood der christenheid" na de predicatie veel langer is. In het Hervormde kerkboekje voor de catechisatie wordt opgemerkt: „Van ouds is in de Gereformeerde Kerk er op aangedrongen, dat de gebeden kort moeten gehouden worden ; zo Voetius : niet langer dan een half uur !"
Inmiddels is de gebruikelijke vorm thans juist andersom. Nu wordt de voorbede meestal gedaan in het gebed voor de prediking. Wat de lengte van het gebed betreft, is het goed te bedenken, dat Christus', gezegd heeft, dat het zeker niet in de lengte der gebeden ligt.
In dit samen zingen en samen bidden openbaart zich binnen de kerkdienst de gemeenschap der heiligen of gelovigen. Daarom is het zo belangrijk, dat wij ons ernstig bezinnen op dit gebed. En juist het met heilige ernst meebidden, zal ons kunnen behoeden voor zondige onoplettendheid in deze
Wij zullen later nog zien, hoe nodig het is, dat wij ook hiertoe ons voorbereiden, opdat ons gemeenschappelijk bidden geen leugen worde voor Gods Aangezicht. Want hier juist in deze gemeenschap, die zich in het samen bidden openbaart, ligt ook een heilige eis des Heeren: ,,hebt uw naaste lief als uzelve".
En hoe zal ik met iemand samen oprecht tot God kunnen bidden, wanneer ik niet oprecht streef naar vervulling van dit heilig gebod des Heeren om de naaste lief te hebben !
Of zou iemand in de kerk nog durven vragen : „wie is mijn naaste ? "
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's