MEDITATIE
Een heerlijk Toevoorzicht!
2 Timotheüs 4 vs. 8. Want ik word nu tot een drankoffer geofferd, en de tijd mijner ontbinding is aanstaande. Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden ; voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in die dag geven zal, en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning hebben liefgehad.
Wat is het heerlijk, dat ook.deze brief vanuit de gevangenis in Rome door de apostel Paulus geschreven, voor ons bewaard is gebleven ! Van de ons bekende brieven is dit de laatste. De apostel zat in de gevangenis, maar nu niet, zoals tijdens zijn eerste gevangenschap in Rome, in| een eigen gehuurde woning.
In die tijd kon de apostel vrijelijk het evangelie van Jezus Christus verkondigen aan allen, die in zijn huis zijn prediking kwamen beluisteren. En het had rijke vruchten afgeworpen.
Het is alleszins waarschijnlijk, dat de apostel toen ook weer vrij gekomen is. Vermoedelijk heeft hij toen nog een reis naar Spanje ondernomen. Moge dit niet vaststaan, méér waarschijnlijk is toch de onderstelling, dat hij in elk geval nog in Macedonië geweest is.
De omstandigheden hadden zich echter in zeer ongunstige zin gewijzigd. Na de grote brand van Rome, die vermoedelijk door Nero zelf is aangestoken, werden de Christenen het mikpunt van de wreedste vervolgingen. Zij kregen de schuld van de ramp, die de hoofdstad des lands had getroffen.
In die tijd is ook de apostel Paulus, als ware hij een van de grootste kwaaddoeners, in de gevangenis geworpen. Het eerste verhoor voor de machtige, wrede Nero, had reeds plaats gehad. Nu heeft de apostel in de kerker slechts op de einduitspraak te wachten.
De brief aan Timotheüs is nu als 't ware een afscheidsbrief vanuit de gevangenis.
Geen wonder, dat hij zijn jonge medearbeider in de verzen, die aan onze tekst voorafgaan, aanmoedigt om toch niet op te houden om de ware leer tijdiglijk en ontijdiglijk te prediken.
Als in de oorlog de vaandrager zijn vaandel uit handen laat vallen, omdat hij dodelijk getroffen is, dan is het nodig dat een ander het gevallen vaandel weer onmiddellijk omhoog zal steken. Zo moet de banier des Kruises overal door de jonge Timotheüs omhoog geheven worden, ook als Paulus er niet meer is.
Immers, nu wordt de apostel tot een drankoffer geofferd en de tijd zijner ontbinding is aanstaande.
Wat een drankoffer was, weet ge toch wel, lezers ?
Dat was een toevoegsel aan het brandoffer, om Gode lof en dank toe te brengen voor de zegeningen van de wijnstok en de olijfboom. Let er wèl op, dat Paulus' dood nooit het zoenoffer zelf kon wezen. Als straks zijn bloed zal vloeien op het schavot, zal het ons alleen doen denken aan de wijn van het oude drankoffer.
Het sterven noemt hier de apostel ,,ontbinding". Gewoonlijk denken we bij het, woord ontbinden aan het losmaken van de touwen van het schip, hetwelk aan de oever ligt vastgemeerd. Er komt geen beweging in het schip, voordat al de touwen zijn losgemaakt. Het is wel een heerlijk beeld, om hiermee het sterven van Gods kind af te beelden. Er moeten heel wat banden losgemaakt worden, eer het scheepje van ons leven van deze aarde wordt losgemaakt. Losgemaakt van de arbeid, die ons lief is ; losgemaakt van vrouw en kinderen, die met schier onlosmakelijke banden aan ons verbonden zijn.
Zeker is het echter niet, dat de apostel bij deze woorden heeft gedacht aan de beeldspraak van dat vertrekkende schip. Het is ook mogelijk, dat hij gedacht heeft aan de losmaking van de ijzeren kettingen, waarmee men hem in de kerker als een kwaaddoener had vastgebonden.
En nu werpt de apostel de blik nog eens even terug naar hetgeen achter hem is : Ik heb de goede strijd, .gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden.
Ook de apostel Paulus heeft geleefd in een eeuw van sportvergoding. Stellig heeft hij het wel eens gezien in zijn leven, hoe het bij zulk een wedstrijd toeging. Hij heeft de renners zich wel schrap zien zetten, als ze op het punt waren om de wedloop te beginnen.
En nu vergelijkt hij zijn leven ook met zulk een wedstrijd en met zulk een wedloop. Zou hij er alléén maar mee bedoeld hebben om er de strijd voor zijn bestaan mee te tekenen ? Stellig heeft de apostel meer bedoeld, toen hij sprak over de goede strijd, die hij had gestreden.
Let wèl, hij noemt het een goede strijd. Op de weg naar Damascus had hij het voor het eerst geleerd, toen de Heere hem door genade de ogen had geopend voor zijn zonde en zijn schuld. Geloof maar, dat het onvergetelijke uren zijn geweest, toen hij in die opperkamer in de Rechte Straat te Damascus heeft gevast en gebeden en met God heeft geworsteld, roepend om genade. Daar heeft hij leren strijden de goede strijd des geloofs, tot dat hij Jezus, zijn Zaligmaker, mocht leren kennen en vinden.
Om voor de naam en de eer van zijn Koning te strijden, is de lust van zijn hart gebleven. Voor koningen en keizer heeft hij er van willen getuigen. Hij is er voor gegeseld en in de gevangenis geworpen ; hij heeft er schipbreuk voor geleden. Straks zal hij er het schavot voor beklimmen.
Maar hij heeft die goede strijd naar meerdere fronten gestreden. Niet alleen, dat hij als dienaar van Christus in de rechtszaal van Nero tegen een machthebber van satan heeft gestreden, maar ook de innerlijke worsteling tegen zijn eigen vlees is hem niet vreemd gebleven.
Ik hoor hem klagen in het zevende hoofdstuk van zijn brief aan de Romeinen : Want ik weet, dat in mij, dat is in mijn vlees geen goed woont. Want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet; want het goede, dat ik wil, doe ik niet; maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. Indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo doe ik nu hetzelve-niet meer, maar de zonde, die in mij woont.
En enkele verzen verder culmineert zijn smartkreet in de bekende woorden: Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods.
Maar Godlof, ook nu mocht hij zeggen: Ik dank God door Jezus Christus onzen Heere. De goede strijd is gestreden, wel haast is de loopbaan geëindigd. Ik heb het geloof behouden.
Er zijn er geweest, die het grondwoord wilden vertalen door trouw. Dan zou er dus staan: ik heb de trouw behouden. Al zou dit taalkundig niet onmogelijk worden geacht, dan meen ik toch, dat het woord „geloof" hier niet kan worden gemist.
Door dat woord wordt immers juist zo de nadruk gelegd op de genade Gods. Ge zoudt er toch de apostel van kunnen betichten, dat hij te veel de nadruk gelegd heeft op zijn „ik". Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden. Maar met dat laatste woord is het bewijs geleverd, dat hij niet in eigen kracht heeft geroemd. Is dat ook niet een woord van hem : uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof en dat niet uit u, het is Gods gave.
Lezers, hebt gij door genade ook die goede strijd leren strijden ? Naast de goede strijd is er ook nog een andere strijd ; een kwade strijd, een boze strijd.
Van nature strijdt de mens aan de kant van de satan en van een Gode vijandige wereld. Achter die strijd, waar ge zo druk mee bezig zijt, kan wel een satanisch beginsel verscholen zijn.
Alleen degenen, die wettig gestreden hebben, zullen worden gekroond.
Als een wedloper blikt de apostel- in zijn loopbaan naar het wit van het einddoel. Daar wacht de overwinnaar de prijs : een heerlijke kroon. Lees er maar van : Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid. Welke mij de Heeire, de rechtvaardige Rechter, in die dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning hebben liefgehad.
Bij de eerste aanblik verwonderen we ons over de woorden, de rechtvaardige Rechter". Ons komt in herinnering het woord van Psalm 130 : Zo Gïj in 't recht wilt treden, o Heer', en gadeslaan onz' ongerechtigheden, ach, wie zal dan bestaan ?
Naar recht is niet anders te verwachten dan het eeuwig verderf. Maar nu is het recht verzoend op Golgotha. Christus gaf zichzelf tot een rantsoen vóór velen. De Vader eist geen tweemaal betaling voor dezelfde schuld en daarom is en blijft Hij de rechtvaardige Rechter, als Hij aan een arm strijder aan het eind van de loopbaan een kroon wil geven. Maar — let wél - dan is het geen kroon uit verdienste, maar alleen naar vrije genade.
Nu eens spreekt de Schrift van een kroon, dan weer van een schat of een erfenis, die aan Gods kind wacht aan het eind van de reis. Het is de eeuwige vreugde, die straks het deel zal zijn, van al Gods kinderen in die dag, waarop nooit geen nacht meer volgen zal. Het is op die dag, waarop Christus op de wolken des hemels zal komen om te oordelen de levenden en de doden. Dan zal Hij tot de schapen zeggen : Ga aan Mijn rechterhand, en tot de bokken : ga aan Mijn linkerhand. Of mag ik het zeggen in de taal van de apostel : Die kroon ligt weggelegd voor allen, die Zijn verschijning in de jongste dag zullen hebben liefgehad.
Naar die grote dag ziet de apostel uit. Hij is verlangend naar de dag van de wederkomst van zijn Heiland en hij gevoelt zich één met de kerk van alle eeuwen, die leert roepen : Amen, ja, kom Heere Jezus, ja, kom haastiglijk.
Lezers, wat dunkt u, zullen we Paulus beklagen, die oude geboeide - gevangene in de kerker te Rome ? Of zullen we luisteren naar het woord, dat hij enkele jaren tevoren eens tot Agrippa sprak : Ik wenste wel van God, dat èn bijna èn geheellijk, niet alleen gij, maar ook allen, die mij heden horen, zodanigen wierden gelijk als ik ben, uitgenomen deze banden.
O, lezers, dat het woord van de apostel ons tot jaloersheid verwekke, om ook met onze zonde en onze schuld te vluchten naar het kruis van Christus, waar plaats is voor de grootste van de zondaren.
Paulus was een oud man. Gij weet niet, of gij oud zult worden. Het is mogelijk, dat God u vroeg oproept. Het is nog het heden der genade. Het is nu nog de tijd om te vluchten naar het Kruis der verzoening.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's