De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Troonrede

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Troonrede

2 minuten leestijd

Hoe sober, in verband met de internationale verhoudingen, Indië en de financiële en economische toestand van het land de Troonrede, dit jaar op Prinsjesdag uitgesproken ook is, toch is er wel een opmerking en een kanttekening op te maken.

Allereerst op die sluitende begroting.

Daarmede zij men zeer voorzichtig, omdat in 1949 in de loop van het jaar nog ƒ 400 millioen er bij gevraagd werd, hetgeen ook in 1950 kan geschieden en wel zal moeten geschieden in verband met maatregelen, om de werking der inflatie in te perken.

Dan is het bedrag, dat voor aflossing van Staatsschuld bestemd wordt, te gering en sluit deze begroting op een belastinghoogte, die elk spreken over industrialisatie irreaal — onwerkelijk maakt.

Wij lazen eens na, wat in de Troonrede van dit jaar en vorige jaren over de Middenstand werd gezegd. Dit is en blijft zo pover, dat men de indruk krijgt dat men het woord Middenstand heeft willen noemen, zonder dat men bereid is voor de Middenstand te doen, wat ons een levensvatbare Middenstand doet behouden.

De Middenstand is nog lang niet toe aan bestaanszekerheid, als ik dit modewoord mag gebruiken ; vraagt slechts bestaansmogelijkheid en wil als gelijkgerechtigde met boeren en arbeiders worden behandeld.

Gestreefd zal worden naar wettelijke voorzieningen, welke verleden jaar reeds in het voornemen lagen.

Wij hopen, dat nu allereerst de oorlogsschaderegeling definitief wordt geregeld ; daar is veel te veel tijd mede gemoeid geweest, en dat de huurverhoging doorgang vindt. Als er geen huurverhoging komt, zal het onderhoud der huizen tot niet minder dan een ramp leiden. Wij spreken hierbij niet eens over de sociale onrechtvaardigheid tegenover de veelal niet rijke bezitters van huizen en de vanzelfsprekende noodzakelijkheid, dat er op een of andere wijze, bijvoorbeeld belastingverlaging, gezorgd moet worden dat de huurders ook aan hun nieuwe verplichtingen kunnen voldoen.

De ernst, die uit de Troonrede spreekt, en de bede om Gods onmisbare zegen, spreken ons toe, want de tijden zijn hard en worden nog harder. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Troonrede

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's