Niet zonder ons volmaakt
Deze woorden zij ontleend aan het laatste vers van het bekende hoofdstuk over het geloof. (Hebr. 11). Daarin wordt ons een drom van getuigen voorgesteld en dan zegt vers 39 : „Deze allen, hebbende door het geloof getuigenis gehad, hebben de belofte niet verkregen, alzo God wat beters over ons voorzien had, opdat zij zonder ons niet zouden volmaakt worden".
Wij dachten aan dit woord, toen ons de vraag werd gesteld om in ons orgaan te handelen over de uitstorting des Heiligen Geestes in verband met het werk des Heiligen Geestes onder het Oude Verbond.
De vrager ontwikkelde zijn gedachten als volgt:
Maar wat geschiedde er nu eigenlijk op de Pinksterdag ? De moeilijkheid toch bestaat hierin, dat ook onder het Oude Verbond de Geest op aarde werkte. Menige plaats in het Oude Testament getuigt daarvan. Mannen, door de Heilige Geest gedreven, hebben de Heilige Schrift te boek gesteld, ja, ook onder het Oude Verbond zijn de mensen niet op andere wijze zalig geworden, als ook wij, schrijft de apostel Paulus, bestierd door de Heilige Geest. Van het Paradijs af dus heeft de Heilige Geest de harten bekeerd, en in beginsel de zaligheid den kinderen Gods doen smaken, uit kracht van de verzoening, die Christus zou aanbrengen. Tot Nicodemus spreekt de Heiland vóór de Pinksterdag in Joh. 3 vs. 8 : De wind blaast waarheen hij wil en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt en waar hij henengaat: alzo is een iegelijk, die uit de Geest geboren is (en niet : zo zal het straks worden).
Naar veler voorstelling gaat het Pinksterwonder alléén hierin op, dat van dat ogenblik af de Geest krachtiger en voller is gaan werken. En toch is deze gedachte niet geheel juist. Er is inderdaad een bijzonder feit geschied. Vóór de uitstorting des Geestes werkte de Geest wel in de Gemeente, doch woonde niet in haar midden. Zijn residentie was — zo zouden wij in menselijke taal zeggen — in de hemel en vandaar uit deed Hij Zijn invloed in de Gemeente uitgaan.
Op de Pinksterdag komt daarin verandering. Dan komt de Heilige Geest in het midden der Gemeente wonen. Dan wordt zij Zijn paleis. Zijn residentie. Want evenals de Zoon is nedergedaald in de menselijke natuur, zo is de Heilige Geest nedergedaald in het menselijk geslacht en heeft Zich de Gemeente ter woning verkoren, de Kerk des Heeren tot Zijn Tempel gemaakt. Spreekt ons het Kerstfeest van de Immanuël : God met ons, het Pinksterfeest predikt ons : God in ons. Sedert de Pinksterdag spreekt de Heilige Schrift niet slechts van de geloovige, van de eenling, maar ook van alle gelovigen tezaam, van de gemeenschap, als van een Gebouw, een Tempel, een Huis des Heeren, waarin de Heilige Geest woont, en ! onderwijst ons hiermede, dat God de Heilige Geest door te wonen, èn in ieder kind des Heeren, èn in allen tezaam, ze allen met elkander verbindt tot één gemeenschap der heiligen, tot een nieuwe mensheid, waarvan gesproken wordt als van het lichaam van Christus. Christus is dan het Hoofd en. Zijn gelovigen de leden. Deze gemeenschap, deze tempel, dit lichaam is de heilige, algemene Christelijke Kerk. En uit de inwoning des Heiligen Geestes sedert de Pinksterdag vloeit voort dat Zijn werkingen in het midden der Gemeente dan ook krachtiger en klaarder worden. Deze Gemeente is daardoor van een onmondig kind, onder het Oude Verbond, geworden tot een mondige zoon in het Nieuwe Verbond. De voogdijschap der Wet, der ceremoniële wet, is daarmee geëindigd. Door de Heilige Geest geleerd, mag de Gemeente zich in een hogere Godskennis verheugen en zich van haar Goddelijke roeping bewust zijn. Hoeveel heerlijker is de positie der kinderen Gods onder het Nieuwe Verbond, dan onder die der Oude bedeling. Indien wij levende lidmaten zijn van de Kerk des Heeren, zal er bij ons blijdschap zijn over het heilsfeit van Pinksteren.
De schrijver verbergt zich achter een schuilnaam, — dit was aanleiding, dat het stuk voorlopig bleef liggen — doch bij herlezing van zijn vragen, dacht het ons mede voor anderen nuttig er iets van te zeggen.
Men ziet, dat de inzender over zijn vraag gedacht heeft en uit verschillende Schriftplaatsen toont, dat de oude bedeling niet zonder het werk van de Heilige Geest is geweest. Dat is klaar en duidelijk. Hoe zouden zij anders het Woord Gods ontvangen en bewaard hebben ?
Over de werking van de Heilige Geest onder de oude bedeling zou dan ook nog wel het een en ander te zeggen zijn, maar dit laten wij rusten, omdat daaromtrent bij de vrager geen twijfel is.
Het gaat over Pinksteren, over de uitstorting van de Heilige Geest, en dus over het eigenlijk nieuwe, dat daarmee werd geschonken en gewrocht. Hij wenst te verstaan, wat de eigenlijke zin kan zijn van dit grote heilsfeit.
De vrager is van mening, dat dit nieuwe bijzonderlijk moet worden gezocht in de oprichting van een tempel, een gebouw, of huis Gods, waarin de Heilige Geest woont. Hij spreekt van residentie, en stelt het zo voor, dat de Heilige Geest in de oude bedeling in de hemel resideerde en van daar uit Zijn invloed deed gelden. Hij denkt ook aan saamvergadering der kinderen Gods tot één lichaam, n.l. het lichaam van Christus.
Wat het eerste aangaat, schijnt de vrager wel steun te vinden in het woord des Heeren : „Wij zullen woning bij hem maken". (Joh. 14 vers 23). Toch geeft hij hieraan een al te eenzijdige betekenis, als hij meent, dat dit nu het eigenlijk nieuwe is. De Heilige Geest resideerde in de hemel, zegt hij, maar hoe kan David dan bidden : Neem Uw Heilige Geest niet van mij ? (Ps. 51 vs. 13).
En leest dan Jesaja 57 vs. 15 : „Want alzo zegt de Hoge en Verhevene, die in de eeuwigheid woont en wiens Naam heilig is : Ik woon in de hoogte en in het heilige, en bij die, die van een verbrijzelde en nederige geest is, opdat Ik levend make de geest der nederigen, en opdat Ik levend make het hart der verbrijzelden.
Zo zou er meer te noemen zijn, waaruit blijkt, dat er voor een dergelijke onderscheiding van de werken des Heiligen Geestes geen plaats is.
En toch is de uitstorting des Heiligen Geestes een gewichtig feit in de heilsgeschiedenis, hetwelk verband houdt met het lijden, en sterven enerzijds en met de opstanding en de hemelvaart des Heeren anderzijds. Anders gezegd : de uitstorting van de Heilige Geest moet gezien worden in het licht van het gansche werk der verzoening, hetwelk God zich heeft voorgenomen en in Christus geopenbaard en vervuld en naar Zijn Raad zal uitwerken in de vernieuwing der dingen.
Wij hopen daarop terug te komen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's