De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Fundamenten en Perspectieven van belijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Fundamenten en Perspectieven van belijden

6 minuten leestijd

In Maart '46 werd de Commissie voor de kerkorde door de Generale Synode gemachtigd een „sub-commissie voor het leerboek" in het leven te roepen, om daardoor tegemoet te komen aan de behoefte aan voorlichting, „in vele vragen van geloof, geestelijk leven, zedelijk oordeel en levenshouding, waarop de kerk een klaar en zuiver geluid moet doen horen" . . . . Dan luidt het verder:

,,Om daaraan tegemoet te komen en daardoor tevens de gelegenheid te hebben van het actuele belijden van deze tijd een neerslag te geven, is bij onze Commissie (de C. v.d. kerkorde) de gedachte gerijpt om te geraken tot een nieuw, kort en eenvoudig leerboek, waarin de geloofsvragen van deze tijd uit Schrift en belijdenis een klaar en positief antwoord ontvangen". (Vgl. blz. 9 Cursivering van ons).

De bedoelde sub-commissie, inmiddels benoemd en aan het werk getogen, heeft gemeend, dat niet een leerboek, maar ,,een boek der leer" bedoeld werd, d. w. z. een boek, dat niet zozeer het onderricht der kerk, als wel haar belijden dienen moest..

Zij verklaart: ,,Wij beperkten ons dus tot een geschrift, dat ,,kort en eenvoudig" de leer der kerk zou weergeven. Vandaar de titel: Fundamenten en perspectieven van belijden, (blz. 10).

Dit geschrift werd door de Synode van Mei '49 aan de kerk aangeboden als een „proeve van hernieuwd reformatorisch belijden".

Zij is van oordeel, „dat de Waarheid van God hier vertolkt en beleden wordt", en roept kerkeraden en classicale vergaderingen op om zich er op te beraden en zich er over uit te spreken, of zij met haar dat oordeel delen. „Zo zal dit getuigenis in de tijd van voorbereiding ener nieuwe kerkorde kunnen dienen als leidraad voor het gesprek".

Vóór Pasen 1950 verwacht zij een duidelijk antwoord. (Vgl. blz. 3 en 4).

De kerkeraden en classicale vergaderingen zullen derhalve goed doen, deze winter ernstig aandacht aan deze zaak te geven.

Het is uit dien hoofde, dat wij deze dingen mededelen, opdat zij niet aan de aandacht ontgaan.

Voorts mogen wij niet nalaten enige opmerkingen daaraan toe te voegen, al gaan wij op deze „proeve" nog niet nader in.

Het verdient waardering, dat de Synode op middelen zint om in de nog steeds verwarde situatie van het kerkelijk leven, welke niet het minst oorzaak vindt in zijn geestelijke ontwrichting, orde en genezing wil brengen.

In dit licht willen wij ook de ,,proeve" beschouwen. De taak der Synode wordt n.I. ten zeerste bemoeilijkt, omdat, zoals de bovengenoemde sub-commissie het uitdrukt : Het leven der kerk en der theologie zich daardoor steeds meer buiten de belijdenisgeschriften om ging ontwikkelen, (blz. 11).

Wij willen deze zinsnede niet aan critiek onderwerpen, hoewel daarvoor aanleiding kan zijn, maar het waarheidsmoment daarin onderstrepen. Wie de geschiedenis van de ontwikkeling van het kerkelijk leven en van de theologie kent, weet, dat velerlei factoren hebben medegewerkt om beide van de grondslag der belijdenis af te drijven.

Het ging maar niet buiten de belijdenisgeschriften om, maar dit, geschiedde, omdat men allengs verder van het belijden der belijdenis afgleed en haar grondslag losliet.

Dat is het hachelijke in de situatie. De door de reformatoren beleden grondslag — (Vgl. art. 2—7 van de Ned. Gel. belijdenis) —, wordt door velen discutabel gesteld. Daarin schuilt de oorzaak der verwildering. Om dit punt bewegen zich wat men wil brandmerken als „belijdenisvrees" en ,,belijdeniskramp", om daarin tekenen te zien van het teloor gaan van het levend belijden, gelijk de sub-commissie doet. (blz. 11).

Dit feit typeert de commissie. Zij wil klaarblijkelijk de „vrees" en de „kramp" vermijden en waagt zich niet aan een aparte leer van de Heilige Schrift, (blz. 14). Met formele vragen houdt zij zich niet bezig, zegt de sub-commissie, alsof de vraag omtrent het gezag der Heilige Schrift een louter formele zou kunnen zijn. Omtrent het feitelijk gezag doet zij een uitspraak, die weinig verhelderend mag genoemd voor een gemeente, die geacht wordt voorlichting op dit punt nodig te hebben.

Intussen, voorzover de uitdrukking belijdeniskramp enige zin kan hebben, is het deze, dat degenen, die zich op de belijdenis als het kerkelijk draagvlak wensen te bewegen, worden saamgetrokken op de belijdenis van het goddelijk gezag der Heilige Schrift door degenen, die aan dit gezag tornen. Daarin ligt het critische punt voor degenen, die aan belijdenis vrees ook lijden.

Voorlichters omtrent de fundamenten van het belijden, die aan deze meest fundamentele vraag schier tersluiks voorbijgaan, kunnen zich moeilijk aan de verdenking onttrekken, dat zij niet vrij zijn van belijdenisvrees.

Daarom, hoe eerlijk en vroom bedoeld, zijn wij van mening, dat dit geschrift te zeer onder de invloed staat van vooroordelen en subjectieve gezichtspunten. Het wil geen compromis zijn, maar het draagt de kenmerken van iets, dat op compilatie gelijkt. Een analyse van dit stuk op grond van een bronnenhypothese naar aanleiding van de samenstellers, zou dit kunnen demonstreren.

Verwacht de Synode, dat juist dit karakter deze „proeve van hernieuwd reformatorisch belijden", geschikt maakt om als leidraad voor het gesprek te dienen, en de belijdenis der kerk, zoals die in de belijdenisgeschriften is uitgedrukt, aan de orde te stellen, dan is de uitdrukking hernieuwd reformatorisch belijden voorbarig en het oordeel der Synode, dat „de Waarheid van God hier vertolkt en beleden wordt", werpt daarover een eigenaardig licht.

Wij zijn van oordeel, dat deze proeve weinig blijk geeft van aan de opdracht te hebben voldaan, zoals die was omschreven : een kort en eenvoudig leerboek, waarin de geloofsvragen van deze tijd uit Schrift en belijdenis een klaar en positief antwoord ontvangen. (Cursivering van ons).

Men zou mogen verwachten, dat die geloofsvragen van deze tijd dan eerst werden gesteld en daarna beantwoord . . . . . uit Schrift en belijdenis !

Daarbij zou ook klaar en duidelijk aan de dag getreden zijn, als men op enig aangelegen stuk een ander standpunt meende te moeten innemen of een andere interpretatie te volgen dan de vaderen hebben bedoeld. Wij denken al weer aan de fundamentele vraag van het gezag der Heilige Schrift.

Indien de sub-commissie zich niet op het standpunt der belijdenis meent te kunnen bewegen ten aanzien van deze vraag, had zij in verband met haar opdracht allereerst daarvan rekenschap behoren te geven.

Dit zou trouwens ook op de beantwoording van andere vragen van invloed zijn geweest en kon moeilijk anders dan op- een openbaar conflict met de belijdenis der vaderen zijn uitgelopen. (Wij herinneren aan de uitspraak van prof. Sevenster, omtrent de zin der artikelen 2—7 en hun betekenis voor de gehele belijdenis, waarop wij onlangs uitvoerig gewezen hebben).

Wie thans het geschrift leest, kan opmerken, dat dit conflict er is, en dat er opvattingen in worden gehuldigd, die in verschillend opzicht herinneren aan de „ontwikkeling der theologie buiten de belijdenisgeschriften om".

Desondanks spreekt de Synode van een proeve van hernieuwd reformatorisch belijden en dient dit geschrift als zodanig bij de kerkeraden aan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Fundamenten en Perspectieven van belijden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's