De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vragen!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vragen!

5 minuten leestijd

De moderne wereld stelt haar vragen aan het Christendom, zo beweert men. Dr. H. Thieliche keert de zaak om en laat het Christendom vragen stellen aan de moderne wereld. *)

*) „Fragen des Christentums an die moderne welt", Verlag Oikumene. 1945. 

Wat het eerste betreft, n.l. dat de moderne wereld aan het Christendom vragen zou stellen, zijn wij het met deze man eens, dat is niet juist. De moderne mens verwacht niets meer van het Christendom. Gedurende generaties vervreemd van de kerk, opgevoed onder de invloeden van een geest van critiek en twijfel omtrent de dingen der eeuwigheid, raakte de moderne mens gewoon aan een steeds veld winnend naturalisme.

De moderne mens vraagt niet meer ernstig. Hij beschouwt kerk en Christendom als verouderd goed, hetwelk slechts de belangstelling verdient van een museum voor oudheden.

Enige generaties terug was er nog een vragen om verantwoording aan de Christen. De discussie over de grote vragen onzer existentie ging nog tussen de kerk en de wereld, toen de moderne verlichting begon een greep op de massa te doen.

In onze dagen trekt de wereld zich van deze dingen niets meer aan. Zij laat de eeuwigheidsvragen liggen. Een mens kan er immers niets van weten. De geest van Epicurus heerst in de massa. Hij beweerde : Als de goden er zijn, kunnen wij niets van hen weten, en als zij er niet zijn, hebben wij niets van hen te vrezen. Die Epicurus is de vader van het moderne naturalistische denken, waarbij het hogere, het geestelijke gebied tot een spiegelbeeld onzer verbeelding wordt gemaakt.

De moderne mens vraagt niet meer naar zijn oorsprong en toekomst. Hij neemt geen notitie meer van God.

Daarom mist ook de z.g. kerkelijke apologetiek haar doel, omdat de moderne mens niet meer, althans niet ernstig meer vraagt. Zij heeft alleen betekenis voor de Christen, opdat hij de tegenstander wat te zeggen heeft.

De discussie gaat overigens onder de kerkelijke groepen en richtingen voort. Zij betreft punten van geschil binnen het kerkelijk terrein. Zij is een discussie van de Christenen onderling. Onder hen wordt nog gevraagd en gelezen en vooral gediscussieerd.

Het is nog een teken van levende belangstelling, en mogelijk, dat het ook nog wel doorklinkt tot mensen, die niet meer aan de kerk doen. Deze echter zullen in het algemeen gesterkt worden in hun onverschillige en onbekeerlijke houding, omdat ,,de Christenen het onder elkander ook niet eens zijn en het blijkbaar zelf ook niet weten".

Ook van binnen beschouwd, is de strijd tussen de richtingen en de kerkelijke discussie nog een teken van leven, en toch, verheugt u daarover niet al te zeer en luister goed, welke dingen discutabel worden gesteld.

Let er vooral ook op, welke dingen voor velen niet meer een onderwerp van discussie meer uitmaken, niet, omdat er niets meer over te zeggen zou zijn, maar, omdat men daar niet meer over praat. Wij denken aan de belijdenis, welke daar ligt in onze belijdenisgeschriften, en met name aan het goddelijk gezag van de Bijbel.

Men wil wèl een kerkelijk gesprek, een gesprek tussen de richtingen, maar men denkt er niet over bij dit gesprek uit te gaan van de belijdenis der kerk, zoals die in de Drie Formulieren ligt. Men wil blijkbaar niet van de belijdenis uit de geschilpunten nader onderzoeken.

Eerst werd van zekere zijde wel eens verklaard, dat dit oud goed is, zestiende en zeventiende eeuws, en dat wij nu in de twintigste eeuw leven. De oude geloofsbelijdenis dus een historisch document.

Thans wordt in „Fundamenten en perspectieven", derhalve in een officieel aangeboden stuk, van „vroegere belijdenisgeschriften" gesproken. (Wij cursiveren).

Is het mogelijk van die belijdenisgeschriften de belijdenis los te maken ? Wij menen van niet. Maar dan kan de zo even aangeduide uitdrukking moeilijk anders betekenen dan vroegere belijdenis.

Inzonderheid de discussie over de grondslag der belijdenis, het goddelijk gezag der Heilige Schrift, art. 2—7, wordt, naar het schijnt althans, vermeden. Dat zou dus evenzeer bij het verouderd standpunt behoren.

Hangt het daarmede soms samen, dat verschillende tekenen wijzen op een toevlucht tot sacramentalisme ? Moeten wij daarin een reactie zien tegenover het voor velen weggezonken fundament der reformatie : De Heilige Schrift Gods Woord ?

Het feit, dat het goddelijk gezag der Heilige Schrift discutabel wordt gesteld, is reeds bedenkelijk,  omdat de kerk der eeuwen het Woord Gods alzo heeft bewaard en er uit geleefd. Het is voor de kerken der reformatie dubbel bedenkelijk, omdat deze van geen andere autoriteit heeft willen weten en zich op het getuigenis des Heiligen Geestes beroept.

Velen stellen het goddelijk gezag der Heilige Schrift naar de belijdenis der reformatoren niet eens meer discutabel, omdat zij de belijdenis op dit allerbelangrijkste punt hebben prijs gegeven. Daarmede verschijnt de reformatie in critisch licht en de vraag doet zich voor, of deze dan buiten de Heilige Geest is omgegaan, en het getuigenis des Heiligen Geestes een vergissing is geweest. Wij geloven dit niet. Integendeel, maar vragen, waar komt men terecht, welke maatstaf legt men aan bij de beoordeling der Heilige Schrift, als men haar als zodanig niet meer als enige regel des geloofs waardeert ? Men kan daarvan weinig anders verwachten, dan een afglijden in een rationalisme dat krachtens zijn eigen critiek geen antwoord kan geven op de vragen der eeuwigheid en een nu nog kerkelijke generatie bedreigt met de gevaren van een scepsis, die niet meer vraagt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Vragen!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's