De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Puritein van de Hertenpolder

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Puritein van de Hertenpolder

FEUILLETON

7 minuten leestijd

21)

— Zo zo, zegt de voerman, staan daar dergelijke vertelsels in. Dat is wel bar! Want als je mij vraagt, geloof ik, dat deze schrijver hier iets van z'n gal uitspuigt tegen de vromen in 't algemeen en de gezelschapsmensen in 't bizonder.

- Dat is geen heerlijk, maar een deerlijk ambacht, brengt Mia in 't midden.

— Je hè geliek, vrouw. En Alderliesten is ur óok achter. De vaoder van da kiend da lag te vurdrinken in de vliet, is gien vaoder, mer een ondier. En dan zo'n individu veurstellen as één van gezelschapsminsen, is een ontaorde belediging veur deze minsen, wa ik hoogst bedenkeluk acht !

Stellig is ut een feit da ur minse zin, ok onder de gezelschappen, die veer van godzaolig leve. Mer overigens hèt ik onder de vromen, die bevindelijk spreken van de wegen Gods in hun leven de beste burgers angetroffe, die ik ken. Da ik wou, dat alle minse zó leefden.

En over de gezelschappen gesproke. Ik bi daor bie ons op de Veluwe vaok us é weest en ók wel in disse streek, mer ik bin altied weer vurwonderd over de leerzaome gesprekken, die ur gevoerd worn. Ik het ur diepe levenswiesheid op è daon, die ik nooit vurgeet. Daorum kan ik dergelukke handelwies nie aanders vurklaore as gedaon en doende uut vieandschap. Mer hoe onneuzel, went ze hebbe d'r eige d'r mee. Ut Koninkrijk van God staot toch vast en onbewoge.

— Ja jong, dat is vast; maar daar is een duidelijk verschil tussen hem, die weet wat hij aan zijn God heeft, en hem, die wel naar de kerk gaat en de Bijbel leest, maar niet weet wat hij aan God heeft, 't Geschil zal blijve. Daar is strijd tussen hen die gebroken hebbe met de Vorst der duisternis en hen, die daarmee niet gebroken hebben. Daar blijft een geschil. En de mensen hier in Ringelberge die bij de oude van Miereson  mekaar ontmoeten, zijn meest trouwe kerkgangers. Dominee Greenveld is ook wel eens op 't gezelschap geweest. Zondagsavonds.

Van Miereson mag hem wel. — Dat is ut waark! Een gezond gezelschapsleven kan de kark slechts tot zege zin. Ut is toch billuk en normaol as de vrienden mekaor opzeuke. Welke dominie zal nie willen dat ur over z'n preek us naoè-praot wordt, zoas ók op 't gezelschap gebeurt tot opscharping van hart en vurstaand,

Nei, luu die d'r kruut vurschieten op beviendelukke vromen, zullen nooit van hullie waark de rechte vergenoeging hen. Ze kunt nie verantwoorde veur God.

Daor hei-je zo'n figuur as van Spronsen onder de schuilnaom Rudolf van Reest, berucht geworden wegens 't onzalig geschrijf over de gemoedelijk godsdienstige minse op Flakkee. Ik keur zukke lectuur of, went 't stinkt op elke bladzie vaii spotterie, ök as ur geprebeerd worn de godsdienstige dingen objectief weer te geve ; um ut us mit een stadhuuswoord te zegge . .

Dan hé 'k geleze van ds. A. K. Straatsma ,,De Gantelboer" . Wa staot zo'n boek dan hoog en groot boven die benepen boeken van Van Reest, niet alleen letterkundig, mer ók wa deze dinge anbelangt. Hij stelt ók belang in de bekommerde christen en schrieft ur teer over en waardig."

— Een man, die z'n pijlen moet afschieten om z'n haat te koelen tegen een volk, waarvan Jesaja zegt : Voor al wat heerlijk is, zal een beschutting wezen. Reken er op, dat deze man geestelijk diep te beklagen is.

— Wat doe je met zo'n boek in huis. Janus ? vraagt Moeder.

— De oude meester Schinveld gaf 't me te leze. Hie was ok uut de Alblasserweerd, daorom von ie 't mooi. En ik wil best us zo'n boek lezen. Van je tegenstaanders moi ök leren, misschien ut meeste

— Geef 't maar vlug terug. Janus, raadt Moeder. Ik heb zulke boeken niet graag in huis.

— Ik houd er ook niet van, zegt de voerman.

— Je het schoon geliek! We weten dat ur een betere bezigheid is, Gint hei-je Patrik, Polus en Wells, die motte nie hoeve te wachte op een z.g. christeluke roman, zegt Janus, en wijst door de open deur van de voorkamer naar een kleine boekenkast.

Alderliesten begrijpt het. Hij heeft niet zoveel verstand van boeken en Janus meent hij te kunnen vertrouwen.

Ze praten nog wat over de gezondheidstoestand van de oude Van Miereson. Die is een vader in Israël, geacht en bemind. Hij is zachtmoedig, maar niet in de zin van Eli, die zijn zonen niet eens zuur heeft aangezien.

Dan staat de voerman op. Hij is bevredigd, want hij heeft de vrienden ontmoet. De gemeenschap is onderhouden. De zinvolle woorden van Moeder Wiedeling zullen hem bijblijven.

De volgende avond komt een expediteur met een grote vrachtwagen de werf van ,,Amazone" oprijden.

Een luid geschreeuw van achter de beschutting verraadt een kleine kudde varkens. Als de auto stopt, krioelen ze gillend door elkaar. Biggen uit onderscheidene foktomen gaan elkander natuurlijk geweldig te lijf, alsof  't sadisten zijn, die er behagen in hebben een ander pijn te doen.

Janus komt van de kippenhokken en groet de mannen van de auto. Het zijn Gieson en de chauffeur.

De laatste gooit de deuren open en laat de loopbrug naar beneden.

Gieson en Janus komen naderbij. — Kaik Veldstroo, dat zijn ze. Staan ze je aan ? vraagt Gieson. — 't Valt nie tegen, zo ik zie, keurt Janus. Als je je woord houdt, is joe begin hier goed.

Hent Gieson zet een pijnlijk gezicht. De afspraak was twaalf gulden. De markt was echter opgelopen. De expediteur vraagt ook z'n goeie geld.

Janus ziet het, maar zet zich schrap, om als 't kan, voet bij stuk te houden. Een goede handelaar moet woord houden, ook wanneer de laatste markt wat tegenvalt.

— Ik heb ze met tobben gekregen, Veldstroo. Ze kosten meer als ik genoemd heb.

— Ik het ze gekocht veur twaolf gulden, Gieson. Daor reken ik op ! Kum, lowwe ze in 't hok brengen. Hoeveul zin ut ur ? — Veertig stuks, Veldstroo. Maar ik kan 't voor die prijs niet doen. Gaat eens op de wagen. Bekijk ze eens goed !

Hent Gieson gaat het gauw een dikke honderd gulden kosten, dat grapje. Hij begint te zweten. En als hij hier nu later maar eens flink verdienen kan, maar dat heeft hij ook niet met zekerheid in 't vooruitzicht. De autokosten komen op een dertig gulden. En voor de biggen heeft hij veertien gulden betaald in Gorcum op de markt.

— Ik weet 't gemaokt, Gieson, zegt Janus met al de ernst van een boer. Ik zal je een gulden meer betaolen, dan we ofgesproken hebben. Dan kom ik toch aordig uut d'n hoek. Ik hé biggen gekocht van joe veur twaolf gulden, ik geeft vriewillig dartien. En zo niet! dan gaot de vlieger nie op.

Hent Gieson is zelden zoveel in de handel verspeeld, naar hij meent. Maar wat moet hij ?

— Kan 't niét anders, Veldstroo ? Janus schudt 't hoofd. Hij weet heel goed, dat, als Gieson een ander man geweest was, dat hij hem eerlijk gevraagd zou hebben wat de kosten, warend en hij zou hem alles betalen, maar nu maakt hij korte metten.

Werkelijk, hij meent deze handelaar aan te moeten pakken naardat die zichzelf voorgeeft en gedraagt. Janus weet heel goed, dat Gieson hem niet goed gezind is, dat hij de Jonker niet gunstig gezind is, dat hij Aldert negert en daarbij zijn boerderij niet behoorlijk verzorgt.

Daarom blijft hij op zijn stuk staan. Hent Gieson begrijpt, dat hier niets te veranderen zal zijn. En hij haat die fijne Geldersman die hem aan zijn woord bindt, waar hij niets van zeggen kan, want dat is recht. Zelfs krijgt hij veertig gulden boven de som, welke hij feitelijk mocht vorderen. Maar hij zal hem later wel eens krijgen !

— Vooruit dan maar, zegt Gieson nijdig. Nu wordt zijn gezicht donker en vinnig.

Mia komt met Mosder uit de keuken. Ze hebben even gewacht, tot de zaken waren afgehandeld.

Moeder Wiedeling verwondert zich over de stugheid van Janus, maar ze wachtte er voor zich er mee te bemoeien. Mia begrijpt er meer van. Ze heeft allang begrepen, ook van Aldert, wie Gieson is. En Janus is kort tegenover de lanterfanters, met de grote mond. Die bindt hij aan hun woord. Zeggen en doen is twee ! 

— 'Ik leg er veel geld bij, zegt Gieson, als hij de biggen van de loopbrug drijft.

(Wordt vervolgd). 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Puritein van de Hertenpolder

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's