De Puritein van de Hertenpolder
FEUILLETON
22)
Moeder Wiedeling heeft intussen de schuurdeuren open gedaan, en langzaam wordt de zwerm biggen naar binnen gedreven. Dan worden de deuren gesloten en Janus vult de hokken.
— Mooi spul, prijst de chauffeur, die het óok jammer vindt, dat Gieson er niet mee uit kan, deze keer.
- Kom mee, zegt Janus tegen Gieson, dan krijg je geld.
Samen lopen ze naar de keuken.
Janus haalt uit de kabinet 't geld. Hij telt het nog eens over, vijfhonderd en twintig gulden.
— Mag ik baot hen van me waark, prevelt hij er boven. En dan denkt hij aan de zegen van Boven. Wat gaat hij op in het aardse ! 't Zijn alle dingen, die vergaan.
Wonder ! Dat hem dat nu zo voorkomt.
Misschien komt het vanwege de stilte in het huis, het plechtige van de mooie, glanzende dingen hier in dit apart vertrek.
Dan gaat hij naar de keuken.
Toch glanzen de ogen van Hent Gieson, als hij het geld ziet. Zóveel heeft hij er niet aan te verliezen en hij hoopt hem later wel eens te neppen. Die fijne deder !
Maar Janus gaat vrijuit. Hij heeft Gods goedkeuring. En als straks die Gieson nog heel vervelend wordt, zal God hem niet begeven of verlaten.
VI. De rustdag een oase.
Janus Veldstroo is met een zingend hart de zomer ingegaan. Zijn boerderij, hoe klein ook, heeft al zijn aandacht. En z'n interesse is nogal weer gegroeid sinds hij het weet, dat de grenzen straks mogen worden verbreed.
Hoe fors grijpen z'n handen de spenen, wanneer hij de koeien met Mia melkt.
— Mia heeft hij al eens gezegd : maok je haanden mer niet vuul. Ik melk de vijf alleen.
Maar toen heeft ze hem even verdrietig aangekeken en Janus heeft dat zachte woordeloos verwijt begrepen.
Het is voor haar steeds weer een vermaak samen met hem de koeien te melken, want zij dient hem van heler harte.
Zij heeft zich dat leven van nu al gedroomd, toen zij op haar kamertje boven zijn brieven heentuurde in de wazige verte.
Janus heeft het goed begrepen en hij is er erg blij om, dat hij het direct bemerkte. Want hoe beter hij zijn vrouw begrijpt, des te veiliger kan hij zijn gangen richten. Hij wil haar geluk begrijpen. Als hij nu maar oppast voor de sleur.
't Is op een Zondagmiddag van de maand Juli. Janus heeft op advies van zijn vrouw het boek gelezen van J. A. Wijlie, dat als titel heeft: Geschiedenis, leer, geest en uitzichten des Pausdoms.
Nimmer las hij zulk een oriënterend werk over de Roomse kerk. Veertien dagen heeft hij z'n vrije tijd benut met het boek te lezen. — 'k Mot ut nog us lezen, Mia, zegt hij, als ze op het witte bankje zijn gezeten.
— Dat wil ik geloven. Janus, antwoordt Mia. Ik las het driemaal door. Maar welk een geestkracht zit er achter dit boek. Die schrijver is een waarachtig protestant geweest, want hij scheldt niet, maar argumenteert.
— En dat doet hie overtuigend, da's waor! Mer Mia, noe iets pursoonluks. Waarum hei jie zo'n veurliefde urn dit soort boeken te lezen ? 'k Hè dat al zo lang gemaarkt.
Mia glimlacht.
Weer iets voor Janus. Die wil alles weten. — Ik heb je de geschiedenis al eens verteld van die onderwijzer uit Noordwijk, die een nacht is opgesloten geweest in de Notre Dame te Parijs.
Sinds die tijd ben ik meer en meer het Roomse stelsel gaan onderzoeken. Ik probeerde alle boeken te krijgen, welke er op dat gebied bestonden. Ik las naast de geschiedenissen der monnikenorden, ook verhalen. Zo las ik „De jonge monnik" van mevr. W. von Hillern—Birch. Een boek uit de vorige eeuw. Erg mooi; vooral 't eerste gedeelte. Naast een prachtige stijl een schone uitbeelding van de karakters der verschillende monniken uit het klooster, waar , , De jonge monnik" als pasgeboren, „kind is terecht gekomen.
Mot ik ök lezen, Mia !
— Goed zo. Janus, lees het ook, lacht Mia. Wat afwisseling is altijd goed ; verandering van spijs doet eten. Dan las ik een boek van F. G. Freiherr von Rechenberg „De Jezuïet". Een uitgave van Ruijs te Zeist. En dan alles wat Pater Chiniquy geschreven heeft. Deze man is mij erg sympathiek. Een der rechtschapenste christenen, welke ooit een rechtvaardige actie voor de zuivere beginselen gevoerd hebben, door de ongerechtigheid van Rome in het licht te stellen ! . Berusten deze boeken op waarheid ? Ongetwijfeld !
Laten ze het protestantisme proberen zó klaar te ontleden ; nimmer zal men kunnen komen tot dergelijke feiten en conclusies.
— Dat 's waor, Mia. De beschimpingen op Calvijn, Luther, Marnix van St. Aldegonde (die de Biëncorf der H. Roomse Kerke schreef) zijn deur de waorheid as leugenachtig opzie geschoven. Tegen 't protestantisme kan men mit recht anvoere de ziekte der verdeeldheid; mer toch vurgist men zich in de kern der Gereformeerde Kerk, die is één ! De uutwendige verdeeldheid mag wat schienen, in de belijdenis des geloofs is zie één !
In de nood der ziel is zie één. In de verlossing in Christus is zie één. Mit de haand op de Biebel zin zie één. En as ur wat gezaonik is mit mekaor, dan is dat een uutwendig vurschiensel da de deurslag nie geeft.
Christus getuigt van deze kern : De Vaoder het ze Mien gegeve en gien saotan zal ze uut Mien haande rukke.
- De Heere heeft met Zijn Kerk te maken door Zijn bizondere bemoeienis. Nu is er ook een algemene genade, daor hangt de rest aan, die Hem versmaden en dus licht geacht worden.
Janus denkt aan de tekst uit Spreuken 16 vs. 4. De Heere heeft alles gewrocht om Zijns zelfs wil, ja, ook de goddeloze tot de dag des kwaads.
Hij denkt daaraan, maar hij waagt het niet daarover te spreken. De verborgene dingen zijn voor de Heere, onze God, doch de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen. Onder de verborgen dingen ligt de mens machteloos, maar de geopenbaarde maken hem zijn verantwoordelijkheid bekend.
Als de zon steeds warmer begint te schijnen op de plaats, waar 't witte bankje staat, stelt Janus voor, het nu in het prieel te plaatsen.
Weelderig is daar een treurwilg gegroeid bij het beekje, dat naar de Vaart loopt.
Onlangs heeft Janus met de haagschaar de ingang wat verruimd. Mild hangen de takken rond de stam. Het is er een zeer koele plek. In het hartje van de zomer is het er zó fris, alsof alle ramen open staan.
Als ze goed en wel zitten, gaat Janus Mia wat vragen uit het boek van Wijlie.
- Je vraagt maar, mannetje ; als ik het niet weet, kan ik 't ook niet helpen.
— Waordeur wordt in de Roomse kark de glans en heerlukheid van 't Woord Gods beneveld ; 'k bedoel waordeur wordt 't verhinderd um as licht riekeluk te schienen ?
— Wat zal ik zeggen. Janus. Ik geloof dat 't komt vanwege de oneindigheid van menselijke overleveringen, die naast en boven de Bijbel geplaatst worden. Door de uitspraken van onfeilbaar geachte kerkvergaderingen. Door een menigte van practijken en verrichtingen, die het onderzoek van de Bijbel verhinderen.
Bij de protestanten, dus de Gereformeerden, zijn die knellende banden niet. Wij mogen vrij 't Woord onderzoeken ; 't wordt zelfs een plicht geacht dit te doen, zoals ook Jezus zelf zegt: Onderzoekt de Schriften.
Janus weet wel, dat Mia zich vaste begrippen gevormd heeft en diep heeft nagedacht over deze problemen, maar telkens weer verrassen hem haar rake gezegdes.
— Ook zoiets had ki as antwoord bie me. Mer hoe droevig is ut noe dat bie de z..g.n. protestanten de critiek op de heilige waorheden zo is deurgevrete en dat veule leidslieden de massa daorin onderrichten. De wezelukke eerbied is finaol weg. Ze stellen het minseluk vurnuft ur veur in de plaots. Dat is ok weer een bandeloosheid, die uut de vrieheid veurtkomt ... . . .
— Daar moeten ze zich voor schamen. Het bewijst, dat ze zich nooit gesteld hebben onder de tucht van 't Woord.
— Wat is noe beter, Mia, het rooms Katholicisme of een onverschillig, filosophisch Protestantisme ?
— Het betere en het beste is niét rooms en niét filosophisch protestant, maar door God bekeerd.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's