HUWELIJK
II.
Voorbereiding.
U herinnert zich de schone geschiedenis van lsaäk's huwehjk- Abraham zond (naar de gewoonte van die dagen) zijn knecht naar Mesopotamië om een vrouw voor Isaak te zoeken. Abraham begeerde n.l., dat zijn zoon een vrouw zou krijgen, die evenals hij de Heere vreesde. En in dit verhaal uit Genesis 22 wordt ons de stille figuur van Isaak getekend met de woorden : „hij was uitgegaan om te bidden in het veld". Hij zal dus ongetwijfeld gebeden hebben, dat God Zelf hem de vrouw wilde toebrengen, die hij nodig had.
Dit is de juiste voorbereiding op het huwelijk. Zo mogen ook nu nog allen, die vóór het huwelijk staan, deze zaak aan de Heere voorleggen in hun gebeden. God regeert immers alle dingen, en het huwelijksformulier zegt, dat God nog heden ten dage een iegelijk man zijn vrouw als met Zijn hand toebrengt.
Het is van het hoogste belang, met wie men straks voor de duur van het leven verbonden zal worden. Dit zal van betekenis zijn voor ons toekomstig levensgeluk, maar ook zal het van invloed zijn op ons geestelijk leven.
Met het oog op deze dingen vermaant de apostel Paulus een huwelijk te sluiten „in de Heere", dat betekent hier : vragend naar de wil des Heeren.
Daarom ook vermaant hij geen juk aan te trekken met een ongelovige. De Heere wil, dat wij bij de keuze van een echtgenoot vóór alle dingen vragen naar zijn geestelijk bestaan. Gemengde huwelijken komen veel voor, en wij verstaan daaronder gewoonlijk het huwelijk van een protestant met iemand, die rooms-katholiek is. Het resultaat is bijna altijd bedroevend. De priester zal niet rusten, voordat het huwelijk in de Roomse Kerk voltrokken is, daar immers volgens de roomse leer de roomse partner in ontucht leeft, zolang het huwelijk niet kerkelijk is gesloten. Dit sluit dus in, dat voortdurend pressie wordt uitgeoefend op de protestantse partij, waardoor het huwelijksgeluk zeker niet bevorderd wordt. De practijk laat echter gewoonlijk zien, dat beide partijen met hun Kerk breken om de lieve vrede te bewaren. Van een christelijk huwelijk is zo zeker geen sprake meer.
Op grond van de Schrift kunnen wij echter ook spreken van een gemengd huwelijk, wanneer een gelovige trouwt met een ongelovige (dat is in dit verband iemand, die van het Evangelie niets weten wil). Het huwelijk is immers geen bekeringsinstituut, al hoopt men, dat de andere partij in het huwelijk misschien wel mee zal gaan naar de kerk. Weer wijst de practijk hier uit, dat het tegendeel waar is, n.l. dat de (z.g-n.) gelovige, na verloop van tijd met de ongelovige meegaat. Men late zich dus waarschuwen door Gods Woord en de ervaring beide, wat deze aangelegenheid betreft. Er is anders geen heil te verwachten. Bij een goede voorbereiding behoort immers niet slechts, dat wij bidden om Gods leiding, aleer wij met iemand nader contact gezocht hebben, maar daartoe behoort ook, dat wij samen kunnen bidden met degene, waarop onze liefde zich richt. Helaas gebeurt dit slechts al te weinig !
Waarom toch zouden verloofden hiermee wachten totdat zij samen neerknielen op de dag van hun huwelijksinzegening in de kerk?
Vóór alle dingen zullen wij ons dus moeten afvragen of wij met deze man of met die vrouw werkelijk samen de Heere zullen kunnen dienen. Dat zal bij onze voorbereiding tot het huwelijk steeds weer de maatstaf moeten vormen. Daarom ook is het zo nodig, dat wij voor het huwelijk reeds met elkander leren bidden. Wanneer wij dit niet durven, wijst dit op valse schaamte, die zich straks in het huwelijk zal wreken- Of het wijst op een omgang met elkander, die voor God niet verantwoord is. Kunnen wij samen niet bidden, dan hapert er iets — om niet te zeggen alles. Wij kunnen immers- geen zegen verwachten buiten de Heere om. Hem hebben wij nodig om samen staande te blijven in de strijd, zowel vóór als in het huwelijk. En zó kunnen wij ons slechts goed voorbereiden op een gelukkig huwelijksleven, waarin wij ook dan samen alle noden en zorgen voor de Heere mogen neerleggen in ons gezamenlijk gebed.
Voorts zal het nu ook duidelijk zijn, dat het de plicht van christen-ouders is, op deze voorbereiding tot het huwelijk van hun kind toe te zien.
Laat uw toestemming voor de omgang van uw kind met een bepaald persoon niet alleen afhangen van zijn (haar) geldelijke of maatschappelijke positie, maar laat uw beslissing vóór alle dingen bepaald worden door de vraag of uw kind met de persoon van zijn (haar) liefde werkelijk tot een christelijk huwelijk kan komen. Let dus in de eerste plaats op de geestelijke inhoud van hem of haar, die straks de man of vrouw van uw kind zal zijn. Gedenk Abraham en zie toe, dat uw kind een huwelijk gaat sluiten „in de Heere" !
Huwelijksinzegening.
Wat een maatregelen worden gewoonlijk getroffen om de trouwdag tot een onvergetelijke te maken voor bruid en bruidegom. Het is ook een hoogtijdag in ons leven, wanneer wij ons voor altijd verbinden met de man of vrouw onzer keuze. Het vormt het begin van een nieuw leven. Wij zijn immers niet meer eigen baas, doch behoren voortaan in alle dingen rekening te houden met de ander.
En het mag wel een wonder heten, wanneer een huwelijksleven straks gelukkig genoemd kan worden, want hier verbinden zich, twee mensen met elkander, die ieder uit een eigen milieu komen ; die beide hun karakterfouten bezitten, hun persoonlijke eigenaardigheden. Of om het kortweg in Bijbelse woorden uit te drukken : hier verbinden zich met elkaar twee mensen, die beide ,,zondaar" zijn. Dit feit sluit in zich een bron van moeilijkheden. Wie toch kan garanderen, dat het op de duur goed zal gaan met deze beide mensen, temeer, nu het aantal echtscheidingen zo onrustbarend stijgt! Ook deze lieden meenden voor het merendeel, dat zij elkander nimmer zouden verlaten.
En hoe zal het gaan, wanneer de zorgen komen, de teleurstellingen, die geen mens bespaard blijven. Zal dit alles hen dichter tot elkander brengen, of zal- dit misschien juist aanleiding zijn tot verwijdering ?
Alleen reeds bij deze vragen wordt het duidelijk, hoe belangrijk de tijd is, die aan ons huwelijk voorafging. Welk een voorrecht, wanneer wij samen kunnen bidden en samen kunnen spreken over de geestelijke nood in ons leven.
Zo is het ook een voorrecht, dat wij ons huwelijk in de Kerk mogen beginnen. Toen de Kerk in de Middeleeuwen nog het hele leven beheerste, bestond het burgerlijk huwelijk niet. Men trouwde eenvoudig in de Kerk en de Overheid nam hiervan kennis. Sedert de zestiende eeuw bestaat in ons land het trouwen op het gemeentehuis. Velen begeren thans niet meer de kerkelijke huwelijksinzegening. Doch het is waarlijk belangrijk genoeg om 's Heeren zegen af te smeken over de levensweg, die wij vanaf deze dag als man en vrouw samen zullen bewandelen.
Zo zijn wij dan in de Kerk gekomen en nadat ons in de prediking een woord van Godswege voor het leven werd meegegeven, horen wij het oude formulier om de huwelijke staat voor de gemeente van Christus te bevestigen.
(Zie voor een uitvoerige uiteenzetting over dit formulier het boek van prof. Berkelbach van de Sprenkel : Huwelijkscatechisatie).
Alleen reeds de gedachte, dat ook onze ouders en voorouders deze zelfde woorden aanhoorden in; hun jonge jaren, is altijd weer imponerend. ,,Overmits den gehuwden gewoonlijk velerhande kruis en tegenspoed vanwege de zonde overkomt . . . . . " Somber, heeft men deze aanvang genoemd. Ja, maar niettemin spraken onze vaderen een taal, die met de werkelijkheid overeenkomt. Wij kennen immers het bekende gezegde : „ieder huis heeft zijn kruis en ieder hart zijn smart". Doch het gaat hier zeker niet om de ellende van dit leven naar voren te brengen, het gaat juist om de woorden : „opdat gij verzekerd zijn moogt van de gewisse hulp Gods in uw kruis " Nu reeds worden man en vrouw heengewezen naar de Vader der lichten, van Wien alle goede gaven nederdalen.
Vervolgens wordt uit Gods Woord naar voren gebracht, dat de huwelijke staat eerbaar is als inzetting Gods. Daarom wil de Heere de getrouwden zegenen en bijstaan naar Zijn belofte. En de vraag mag hier wel gesteld worden, of allen, die eens in de Kerk trouwden, ook waarlijk uit deze belofte leven.
Nu wijst het formulier op de schepping van .de mens. Het was niet goed, dat de mens alleen zij, en daarom bracht God een vrouw tot Adam. En, zo staat geschreven : „zij zullen tot één vlees zijn". En nog heden ten dage geeft God aan een iegelijk zijn huisvrouw. Rijk geloof en heerlijke steun voor allen, die als man en vrouw dit ook weten : de Heere bracht ons samen.
Daarom was Christus tegenwoordig op de bruiloft te Kana, zegt het formulier, om daarmede te betuigen, dat de huwelijke staat behoort in ere gehouden te worden.
Vervolgens worden drie oorzaken genoemd, waarom God het huwelijk heeft ingezet : 1. opdat de één de ander helpe en bijsta in alle dingen, die tot het tijdelijke en eeuwige leven behoren (dit laatste wordt helaas nogal eens vergeten in de practijk ) 2. opdat zij hun kinderen tot Gods eer zullen opvoeden, en 3. opdat men met een gerust geweten leven moge zonder onkuis te zijn. En daarna worden man en vrouw ieder afzonderlijk herinnerd aan de christelijke plichten jegens elkander.
De man behoort zijn vrouw lief te hebben, gelijk Christus Zijn gemeente liefheeft, en de vrouw zal haar man gehoorzamen gelijk de gemeente aan Christus onderdanig is. Nu wordt aan het bruidspaar gevraagd of zij zó begeren te leven, gelijk God van ons vraagt in Zijn Woord, en nadat zij dit beloofd hebben, geven zij elkander de rechterhand en beloven elkaar trouw, ,,voor God en Zijn heilige gemeente". En dan volgt na een vermanend woord uit Matth. 19 over de echtscheiding 't plechtig ogenblik, waarop bruidegom en bruid voor Gods Aangezicht neerknielen, terwijl de gemeente voor hen bidt, dat ,,God hun Zijn Heilige Geest geve, opdat zij in een waarachtig en vast geloof heilig leven naar Zijn goddelijke wil en alle boosheid tegenstaan".
En na de zegenbede, volgt hierop - gewoonlijk het huwelijksgeschenk van de Kerk, dat door de predikant — soms door een ouderling —, met een gepast woord wordt overhandigd. Dit is wel een typisch reformatorische handeling.
De R.K. Kerk kent dit niet. Door de Reformatie werd de Bijbel in handen gegeven van het gezin, opdat dit Woord zou zijn een lamp voor de voet en een licht op het pad, om het duister op te klaren. ledere dag behoort daarom deze lamp te schijnen in de duisternis van ons leven. En de bruidegom ontvangt deze Bijbel, omdat hij een priesterlijke taak heeft in het gezin. Hij is straks verantwoordelijk voor de geestelijke richting die het gezin zal inslaan.
Daarom ook is het speciaal zijn plicht, dagelijks uit de Bijbel voor te lezen en voor te gaan in gebed. Welk een zegen voor kinderen, die in hun prilste jeugd van hun moeder bidden leerden en bij het ouder worden vader dagelijks de noden van het gezin (en anderer noden) hoorden opdragen aan de troon der genade. Waar dit oprecht gebeurt en belijdenis en wandel met elkander overeen komen, zal zegen verspreid worden in de harten der kinderen tot in hun ouderdom. Misschien dwalen zij in hun jonge leven wel veraf, doch het beeld van een biddende moeder en een godvrezende vader zal hen steeds achtervolgen, juist op kwade wegen.
Maar ook ligt er in het trouw Bijbellezen en bidden een rijke zegen voor het leven van man en vrouw zelf. Al te veel wordt deze goede gewoonte in vele christelijke gezinnen verwaarloosd. Wij behoren Christus' vermaning te gedenken : ,,onderzoekt de Schriften . . . . .. !" Zo is het uitreiken en het ontvangen van de „trouwbijbel" een zeer belangrijk element van de huwelijksinzegening. Waar werkelijk naar Gods Woord geluisterd wordt is zegen te verwachten, maar daar ook alleen.
En zo wordt dan na het lezen van Psalm 128 deze plechtigheid besloten met de bede: ,,onze lieve Heere God vervulle u met Zijn genade en geve u, dat gij in alle godzaligheid, liefde en enigheid, lang en heilig samen leven moogt".
Dan verlaat het jonge echtpaar Gods Huis en begeeft zich naar het eigen huis. Ongetwijfeld een schoon begin van ons huwelijksleven, doch nu begint het gewone leven van elke dag, waarvan de Heere Jezus gezegd heeft: ,,iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's