De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ware of valse Kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ware of valse Kerk

8 minuten leestijd

Redactie Friesch Dagblad.

(Overgenomen uit het „Friesch Dagblad", tweede blad. Woensdag 9 November 1949)

Naar ons werd medegedeeld, zou een Christelijk-gereformeerd predikant in een referaat de „Gereformeerde bonders" hebben aangespoord uit gehoorzaamheid de Hervormde Kerk, zijnde een valse kerk, te verlaten.

In een verslag van het Friesch Dagblad heeft ds. Taverne aanleiding gevonden daartegen een artikel te schrijven, hetwelk wij hieronder laten volgen. Daarin worden dingen gezegd, die de aandacht verdienen. Hij schrijft als volgt :

Ware of valse Kerk

De Hervormde Kerk is gelijk aan een moeder met kinderen. Enkele kinderen zijn door moeder's wangedrag uit huis geraakt of gezet, en wonen nu op zichzelf als dochter-kerken, zonder enige band aan of veel contact met de moeder-kerk te houden, anders dan in geval van nood of uit practische overwegingen. Zij laten moeder voor wat zij is, willen van samenwonen niet weten, zolang moeder zich in hun ogen niet goed heeft bekeerd, en houden moeder zolang niet voor hun wettige moeder. Is deze houding wel Schriftuurlijk ? Of is het ,,Jeruzalem dat boven is" wel los van de aardse moeder-kerk ?

Wanneer ds. Kremer uit naam van de Christelijke Afgescheiden Kerken de Hervormde Kerk, wanneer de Bezwaard-Gereformeerde Kerken alle andere kerken, wanneer ds. Paauwe van Den Haag alle kerken vals noemt, wordt het een arm christenmens wel moeilijk te moede en perst zich uit zijn hart de levensvraag : wat leert ons Gods Woord en waartoe ben ik volgens de Heilige Schrift gerechtigd en gehouden ? Een oplossing als ds. Kremer met name voor de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk zoekt, is er geen : trouw aan Gods Woord en aan de Koning der kerk heeft ieder te zijn, op welke plaats hij staat. Maar is de Hervormde Kerk een valse kerk, dan mag ook ds. Kremer niemand toestaan daar binnen te blijven, dat leert de Nederlandse Geloofsbelijdenis, die hij onderschrijft, nadrukkelijk.

De onderscheiding tussen ware en valse kerk volgens art. 29 van die Geloofsibelijdenis is duidelijk en zo wel makkelijk toe te passen. Zo, dat wil zeggen wanneer de zichtbare en onzichtbare kerk, wanneer het hemelse en het aardse Jeruzalem blijkbaar samenvallen, zoals het in de dagen der Reformatie was. Al ging zelfs toen het onderscheid niet geheel op, wanneer men aan !iet bestaan in éénzelfde plaats van Lutherse en Gereformeerde kerk denkt. Maar moeilijk wordt de onderscheiding in onze tijd, nu wel menige kerk zich aanmatigt, maar nu geen kerk met recht kan verklaren, te zijn de enige ware kerk ,,in wezen en verschijning". Dat het niet gemakkelijk is, de Nederlandse Geloofsbelijdenis ook nu zo toe te passen, blijkt terstond, wanneer wij het eens op de Oud-testamentische Joodse kerk proberen. Wat is daarvan het Schrift-beeld ?

We vinden een kerk, waarvan de Zaligmaker getuigt, dat zij „de profeten doodt en stenigt, die tot haar gezonden zijn". Dat zij dat niet alleen toen deed, maar ook tevoren steeds gedaan had, Matth. 23 vs. 31. Haar gold het verwijt, dat zij „Gods gebod krachteloos gemaakt had door haar inzettingen", Matth. 15 vers 6. Doch zijn dit niet juist de voornaamste kenmerken van de valse kerk volgens de Nederlandse Geloofsbelijdenis ? En toch vinden we niet, dat de Zaligmaker en Zijn discipelen, dat Johannes de Doper en zijn ouders, dat Simeon en Anna vóór en Paulus na Jezus' dood zich van de tempel hebben afgescheiden, noch dat de Heere het iemand heeft bevolen of laten doen.

De Heiland zendt niet alleen melaatsen naar de tempel om zich ,,te vertonen", maar gaat zelf op en doet aan de feesten mee. Hij leert in de synagogen en onderwerpt zich aan de daar geldende orde, Lukas 4 vs. 17. Hij leert zijn jongeren niet slechts de tempelbelasting te betalen (Matth. 17 vs, 24, 25), al komt die zowel aan de ,,moderne" Saduceën als aan de ,,orthodoxe" Farizeen en Schriftgeleerden ten goede, maar beveelt hun zelfs die ,,orthodoxen" te horen en het gehoorde „alles" te doen, Matth. 23 vs. 2, 3. Wanneer Hij de tempel reinigt, doet Hij het alleen van wat er uitwendig niet hoort : de leraars laat Hij er in, al zegt Hij hun het oordeel aan ; en tenslotte levert Hij zichzelf aan hen over, omdat hun de macht over Hem door Zijn Vader v/as gegeven ; en Hij beveelt Zijn apostelen met de evangelie-prediking ,,van Jeruzalem" te beginnen, gelijk Hij het zelf gedaan had, dat wil zeggen niet los van Jeruzalem, doch als tot Jeruzalem behorende. En zo kan dan Paulus, nog nadat hij op zijn zendingsreizen met menige synagoge heeft moeten breken (Hand. 18 vs. 4—6), zich bij zijn thuiskomst opnieuw tot de tempel als moederkerk wenden en deelnemen aan haar dienst. Hand., 21 vs. 21 vv., verg. 24 vers 18.

Voor akten van ,afscheiding" of ,,vrijmaking" biedt de Heilige Schrift dan ook geheel geen grond. Wanneer gesproken wordt van een ,,scheidt u af" (2 Kor. 6 vs. 17), is dat afscheiding van de heidenen, zoals ook het woord uit Jesaja 52, dat Paulus aanhaalt, bedoelt. Matth. 13 leert in gelijkenissen, dat afscheiding om der wille van de ,,tarwe" niet mogelijk is en niet mag geschieden, terwijl ook het feit, dat de gemeente van Christus uitwendig van de wereld onderscheiden is, ons ten duidelijkste afscheiding onderling verbiedt. Of zullen wij „wat God geheiligd heeft, onrein of gemeen maken" door wat uit een gelovige vader of moeder is geboren, (1 Kor. 7 vs. 14) om der wille van de verkeerdheid van een kerk als onheilig te verlaten en verachten ? Waarbij wij moeten bedenken, dat het ,,gelovige" niet inwendig, doch uitwendig bedoeld is, geheel overeenkomstig de onderscheiding, die Paulus maakt tussen Israël en Israël, Rom. 9. Een „overblijfsel zal behouden worden", doch dan een overblijfsel uit, niet naast het verbondsvolk. Dat volk is immers met het Godsteken van besnijdenis of doop gemerkt : wié zal zich dan vermeten het om der wille van de uitwendige kerk onrein te achten, voor zover het een kerk is, die op ,,de stoel van Mozes" is gegrond (die de Heilige Schrift tot grondslag heeft), zoals de Heere tot motief van gehoorzaamheid aan de Farizeën gebruikt ? Een ,,dode" gemeente als Sardes (Openb. 3) wordt geen „valse" kerk genoemd, wordt nog niet verstoten, al dreigt verstoting op de duur ; en de ,,weinige namen" die trouw zijn bevonden, waren niet afgescheiden en worden niet tot afscheiding aangespoord.

Eerst wanneer een kerk zowel als een leraar niet meer ,,gezeten is op de stoel van Mozes" ; wanneer de grondslag van geloof en belijdenis niet meer het Woord van God, de Heilige Schrift zelf is ; wanneer die Heilige Schrift weggedaan wordt gelijk de Sadduceën deden, of wanneer er gelijkwaardig aan en meerwaardig boven wordt toegedaan zoals de Roomse kerk en veel Vrijzinnigen doen, kan er sprake zijn van ,,valse" kerk en is in zoverre ook afscheiding geoorloofd en geboden ; doch dan van de kerk als zodanig of van de gemeenten als zodanig en niet om een deel van het geheel, gelijk wij boven uit Jezus' houding ten aanzien van de tempel, die modern en orthodox bevatten, hebben aangetoond.

Wanneer dan de Hervormde kerk er (wat God verhoede en waartegen Gods volk wake en bidde in het spoor van de Roomse kerk toe zou overgaan de nog altijd aanwezige grondslag van Heilige Schrift (en reformatorische belijdenis-geschriften) terzijde te stellen door, of aan te vullen met gelijk- of meerwaardig te achten menselijke inzettingen, zou in zoverre ook van valse kerk gesproken kunnen worden en het gebod moeten gelden, van haar uit te gaan om aan haar plagen, die dan even zeker zouden zijn als de ondergang van het oude Jeruzalem is en van Rome zijn zal, geen deel te hebben. Maar ook die afscheiding zou niet door middel van akten van afscheiding of vrijmaking hebben te geschieden, doch eenvoudig door gehoorzaamheid te weigeren aan al hetgeen naast of boven de Heilige Schrift wordt gesteld ; op de wijze, zoals Pater Chiniquy eenmaal gedaan heeft met de akte van onderwerping aan het Pausdom zonder meer, niet te tekenen. Want het oordeel over het verbondsvolk zelfs in het anti-christelijke Rome komt alleen aan God toe. 1 Petrus 2 vers 11 zij ons ter waarschuwing

October 1949.

G. TAVERNE, Herv. Pred.

Naschrift. Wij namen dit stuk niet zonder enige aarzeling op. Niet, omdat het uit de toon valt. Ook niet, omdat de kwesties, die het behandelt, niet actueel en belangrijk zouden zijn.

Maar formeel is dit stuk een reactie op een verslag van een redevoering. En onze overigens vrij streng gehandhaafde regel is, dat wij geen reacties opnemen op wat anderen blijkens een verslag hebben gezegd. Men beschouwe de plaatsing van dit stuk als een uitzondering op de regel. Ds. Kremer heeft duidelijk positie gekozen, ds. Taverne doet het óók. En wij menen, dat onze lezers er mede gediend zijn, dat zij van beide standpunten kennis kunnen nemen. Waarbij wij opmerken, dat beide standpunten tenslotte altijd getoetst moeten worden op deze vraag, of zij aan de H. Schrift, als enige norm ook voor het kerkelijk leven, recht laten wedervaren.

Redactie Friesch Dagblad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Ware of valse Kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's