De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Huwelijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Huwelijk

8 minuten leestijd

Samenleving

Wanneer het huwelijksformulier spreekt over de oorzaken, waarom God het huwelijk heeft ingesteld, wordt allereerst genoemd : opdat de één de ander trouw zou helpen en bijstaan in alle dingen, die tot het tijdelijke en eeuwige leven behoren. Eerst daarna volgt het stuk van de opvoeding der kinderen tot Gods eer. Dit is een kenmerkend verschil met de opvatting van de R.K. Kerk, die als eerste doel van het huwelijk ziet: het verwekken van kinderen.

Het scheppingsverhaal zegt echter, dat God Adam een vrouw gaf ,,als een hulpe tegenover hem". Eerst daarna volgt: ,,weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u".

Het eerste doel van het huwelijk ligt dus in het huwelijk zelf, opdat man en vrouw elkander tot steun zouden zijn in dit leven, op elk terrein. Dit geldt in ruimere, doch ook in engere zin, want er staat bij : ,,en zij zullen tot één vlees zijn". Hier blijkt dus duidelijk, dat het huwelijk een gave is, ook ten opzichte van het sexuële leven van de mens. Daardoor wordt heel het intiemere huwelijksleven tegelijk op een hoog plan gezet. En zo moeten wij deze dingen ook leren zien, als gave, uit Gods hand ontvangen.

Dit zal ons voor twee gevaren behoeden kunnen : 1. dat wij deze zijde van het hu­welijk minderwaardig zouden achten, en 2. dat wij zouden menen, dat dit deel van het leven buiten Gods gebod zou vallen. Beide opvattingen leiden tot droevige onheilen. Ook de engere samenleving heeft dus betekenis op zichzelf. En ook daarin komt het ,,elkander tot hulp zijn" nader tot uitdrukking. Dit samenleven heeft immers binnen het huwelijk ook betekenis voor het liefdeleven van man en vrouw, ja, daarin voltrekt zich het mysterie. Daarom is er heilige liefde jegens elkander vereist, opdat in het sexuele één-zijn ook een geestelijk één-zijn worde beleefd. Alleen dan staat dit samenleven ver boven het leven der dieren. De vraag zou zelfs gesteld kunnen worden of een sexueel samenleven binnen liet huwelijk nog zedelijk verantwoord is, wanneer oprechte liefde ontbreekt ! Is men daar niet afgedaald tot wat Bilderdijk noemde : waar men voor het onstoffelijke vermaak der zielenvermenging stomp is ? Wanneer het huwelijk echter in oprechte liefde en geestelijke harmonie gesloten is, zullen zich verder weinig moeilijkheden voordoen.

Maar toch zijn er anderzijds op dit terrein vele moeilijkheden, bij jongeren en ouderen, waarover wij moeten adviseren eens met een christelijke dokter te spreken, opdat man en vrouw niet van elkander verwijderd raken, soms door omstandigheden, die op het terrein van de medicus liggen.

In 1 Corinthe 7 wordt ook gesproken over de interne zijde van het huwelijksleven, waar man en vrouw beiden herinnerd worden aan hun huwelijksplichten jegens elkander. De apostel Paulus vermaant de gelovigen: „onttrekt u elkander niet, tenzij met beider toestemming voor een tijd en komt weer bijeen, opdat de satan u niet verzoeke". En het moet wel opvallen, hoe open en eerlijk de Schrift over deze dingen spreekt, terwijl dit onder Christenen maar al te vaak werd (en wordt) doodgezwegen. Het zal echter duidelijk zijn dat de apostel hier waarschuwt voor het gevaar van onkuisheid, wanneer men niet weer bijeen zou komen en de verzoeking tot ons kwam. Daarop wijst ook het huwelijksformulier onder ten derde : opdat een ieder alle onkuisheid en boze lusten vermijdende, met een goed en gerust geweten moge leven.

En als tweede doel werd genoemd : het opvoeden van de kinderen in de vreze Gods. De intieme samenleving in het huwelijk heeft dus allereerst een doel in zichzelf, maar direct daarmee verbonden de voortplanting van het menselijk geslacht. Geesink wijst er in zijn ,,Gereformeerde Ethiek" op, dat het woord uit Gen. 1 vs. 28 ,,weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u", geen gebod is zonder meer, maar veeleer een goddelijke zegen inhoudt.

Vooral het Oude Testament ziet het kind als een erfdeel des Heeren, als een bijzondere zegen Gods, En vele zonen te bezitten gaf iemand aanzien bij het „zitten in de poort". In Psalm 128 wordt zalig geprezen de man, die de Heere vreest. En als zegen des Heeren wordt hem beloofd, dat zijn vrouw zal zijn als een vruchtbare wijnstok en zijn zonen als olijfscheuten rondom zijn dis. Deze gedachtengang kan onze moderne wereld maar moeilijk meer volgen. Het Neo- Malthusianisme is er juist op uit om het kindertal te beperken en ook vele Christenen zitten hier midden in een probleem.

In de oudheid werd het kindertal nooit als een last gevoeld, doch veeleer als een bijzondere zegen en eer. Doch eerlijkheidshalve moet worden opgemerkt, dat het maatschappelijke en sociale leven in die dagen ook van een heel andere structuur was.

Ook nu nog kan op een flinke boerderij een groot aantal zonen een winst betekenen, terwijl hetzelfde getal zonen aan een kleine ambtenaar in de stad evenzovele zorgen kan baren.

Geesink herinnert in dit verband aan Luther's uitspraak : „God schept de kinderen en Hij zal ze wel voeden", doch tevens herinnert Geesink aan het woord van Hoefding : ,,kinderen worden toch niet verwekt zonder weten en willen der ouders".

In ieder geval moeten wij op dit punt met Luther's uitspraak voorzichtig zijn, aangezien op deze wijze ook de verantwoordelijkheid van de mens in het gedrang kan komen. En hiermede zitten wij midden in het probleem der geboorteregeling. Men kan bij dit woord vroom zijn hoofd schudden, doch de statistieken wijzen uit, dat het feit plaats vindt onder allerlei groeperingen en daarmee ook onder kerkmensen. Wij behoeven alleen maar te herinneren aan de grote toename van het aantal R. Katholieken, in tegenstelling met de protestanten, al kunnen wij daartoe natuurlijk niet zonder meer de cijfers van de volkstelling gebruiken. Doch op dit terrein zijn evenvele moeilijkheden te noemen als oorzaken, waardoor men in bepaalde omstandigheden niet meer kan of durft komen tot uitbreiding van het gezin. Niet het minst moet hier ook gedacht aan de sociale omstandigheden en de woningnood in deze tijd. Hier is het woord van dr. Brillenburg Wurth op zijn plaats : „is het niet het bijzondere van elke waarachtige ethische beslissing, dat wij die slechts persoonlijk voor het Aangezicht Gods nemen kunnen, onderricht door Zijn Woord en geleid door Zijn Geest ? Maar toch ontslaat ons dat niet van onze roeping tot ernstige ethische (zedelijke) bezinning".

Op de vele vragen, die hier liggen, geeft de Schrift ons geen concreet antwoord. Daarom zal uiteindelijk ieder voor zichzelf, maar man en vrouw tezamen als voor Gods Aangezicht een antwoord moeten zoeken. Een ander kan voor ons nimmer een zedelijke beslissing nemen. Enkele dingen willen wij echter noemen. Op welke gronden meent men, dat het kindertal niet uitgebreid kan worden. Geldt dit de woningnood of de gezondheid van de moeder. Of is het alleen, omdat wij bij gezinsuitbreiding onze luxe moeten laten varen ? Het zal duidelijk zijn, dat dit laatste voor Gods Aangezicht zeker geen motief kan zijn. En wanneer men meent gerechtvaardigd te zijn tot beperking van het kindertal, dan is er nog de moeilijke vraag naar het hoe! Een vraag, die evenzeer van belang is voor hen, die niet zozeer worstelen met het kindertal, als wel met de misschien al te snelle opeenvolging der kinderen, Geesink merkt op : ,,kinderbeperking kan nodig zijn, doch mag slechts toegepast worden door zelfbeheersing (onthouding), ledere andere vorm is ingrijpen in Gods recht"'. Ik weet niet wat Geesink precies bedoelt met dit laatste, maar het schijnt mij toe, dat volgens zijn redenering kinderbeperking zonder meer een ingrijpen is in Gods recht. Zich onthouden is ongetwijfeld een vorm, die zelfbeheersing vereist en zelfverloochening, wat zedelijk hoger staat dan iedere andere vorm, waarbij men wel de lusten, doch niet de lasten aanvaarden wil. Doch hier staat weer tegenover de uitspraak van dr. Van Royen : ,,noch een onverantwoordelijk zich uitleven, noch angstvallige onthouding, waardoor de sexuele kant van het leven krampachtig wordt terug gedrongen, zijn zedelijk verantwoord".

In de practijk staan wij hier voor grote moeilijkheden. Meermalen komen mannen of vrouwen tot ons met hun nood. Zij hebben de gave der onthouding niet. Wel dragen zij verantwoordelijkheid voor het gezin, dat er reeds is. Wat moeten zij nu ?

De R.K. Kerk schrijft in zulke gevallen periodieke onthouding voor, mits de motieven gerechtvaardigd zijn. Vele medici van christelijke levensopvatting onderschrijven dit en verzetten zich .tegen andere middelen. Doch het laatste woord heeft niemand hierover gesproken. Zeker is, dat zeer velen een zware strijd voeren op dit gebied. En anderzijds mogen wij geen lasten opleggen, die te zwaar zijn om te dragen. Al deze gevallen liggen in ieder huwelijk weer zo geheel anders en de één is sterker in deze dingen dan de ander.

Ook op dit gebied zullen wij moeten leren leven uit het geloof in de vergeving der zonden.

Misschien mogen wij ook hier het woord van Paulus toepassen : wij leven niet meer onder de Wet, maar onder de genade.

Maar duidelijk is, dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid blijft rusten op de man en vrouw, die door God zijn samengevoegd in een levensgemeenschap, die reikt tot in het ,,één vlees zijn". Doch laten zij, die met dit probleem worstelen, niet schromen met hun predikant over deze dingen te spreken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Huwelijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's