De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Huwelijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Huwelijk

8 minuten leestijd

Man en Vrouw....

Elkander helpen en bijstaan in alle dingen, die tot het tijdelijke en eeuwige leven behoren ; dat is het eerste doel, waarom God man en vrouw tot elkander bracht. Niet dus het kind is nummer één. En ook later mag het kind niet tussen man en vrouw geschoven worden, waardoor verwijdering zou kunnen ontstaan. Al moeten wij hier dadelijk aan toevoegen, dat sommige mannen zich wel eens wat al te gauw gepasseerd voelen en te weinig bedenken, dat moeder haar aandacht aan man en kind beide schenken moet! Man en vrouw zijn echter door. God samen gevoegd en niemand of niets mag hier scheiding brengen.

Als de R.K. Kerk gelijk had met haar opvatting, dat „de instandhouding en opvoeding van het menselijk geslacht de hoofdbestemming van het huwelijk is" (Encycliek, Casti Connubii), dan zou het kinderloos huwelijk zonder betekenis zijn. Daaruit blijkt des te meer, dat het huwelijk ook op zichzelf betekenis moet hebben. Doch wij willen nu vragen naar de verhouding van man en vrouw binnen het huwelijk, zoals de Schrift ons deze leert zien.

Van belang is hier Efeze 5 vs. 22-—33. „Gij, vrouwen, weest uw mannen onderdanig, gelijk den Heere, want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het hoofd der gemeente is ; en Hij is de behouder des lichaams".

Daarna wordt herinnerd aan het feit, dat Adam eerst geschapen is. Zo is dit dus een scheppingsordinantie. Doch wanneer in Gen. 3 vs. 16 de straf voor de vrouw wordt aangekondigd en daaraan wordt toegevoegd : ,,tot uw man zal uw begeerte zijn en hij zal over u heerschappij hebben", merkt Geesink zeer terecht op, dat te weinig bedacht is, dat dit woord geschreven staat na de zondeval en dus meer een feit bedoelt te constateren als onderdeel van de straf, dan wel als een opdracht voor de man. En het is een feit, dat in de heidenwereld — en niet alléén daar ! — door de zonde het manlijk gezag maar al te zeer een despotische vorm heeft aangenomen, zodat de rechten der vrouw slechts zeer gering en onbeschermd waren. Onder de Joden van Jezus' tijd, kon men zelfs zijn vrouw wegsturen, wanneer zij het eten had laten aanbranden. Een scheldbrief was voldoende om de echtscheiding te voltrekken. Juist door het Christendom is de positie der vrouw zo gewijzigd, dat zij voor de wet enz. gelijkwaardig is gesteld met de man. In het christelijk huwelijk zal dit daarom ook het meest tot uiting moeten komen. Daar mag van heerschappij in de directe zin van het woord eigenlijk geen sprake meer zijn, omdat man en vrouw zich beide onderworpen moeten weten aan de Heere. Zo behoren zij ook hun verhouding tegenover elkander te bepalen. Heel rijk is hier juist de gedachte van Efeze 5, waar de verhouding man—vrouw vergeleken wordt met die van Christus en de gemeente. Vandaar, dat de apostel in vers 25 de man vermaant zijn vrouw lief te hebben, gelijk Christus Zijn gemeente heeft lief gehad, door Zijn leven voor haar te offeren. Voor die hoge eis worden wij hier gesteld : elkander zo lief te hebben, dat wij niet onszelf zoeken te behagen, doch altijd de ander.

Ja, de man moet zijn vrouw ,,eer betonen" als iemand, die immers ook een erfgenaam des levens is en een lid van Christus' lichaam. Man en vrouw moeten er ook op uit zijn elkander blijvend te behagen. (1 Cor. 7 vs. 33).

Zo nu wordt steeds weer herinnerd aan de liefde van Christus, waardoor de huwelijksband geheiligd behoort te worden. Bekend is wat de Kerkvader Augustinus opmerkt over de verhouding man.—vrouw : „de vrouw van het hart genomen, behoort aan het hart en niet aan de voeten". Inderdaad, dit is duidelijke taal. Nadat Paulus nu in Efeze 5 gesproken heeft over de wederzijdse verhouding, grijpt hij terug naar Genesis 2 vs. 24, „daarom zal de mens zijn vader en moeder verlaten en zal zijn vrouw aanhangen (eigenlijk: aankleven van lijm), en deze twee zullen tot één vlees zijn", waarna de apostel opmerkt : „deze verborgenheid (mysterie) is groot ; doch ik zeg dit, ziende op Christus en de gemeente". Kittel (Theol. Wörterbuch) merkt bij deze tekst op : „daar uit dit Schriftwoord en zijn betekenis een zekere conclusie voor het huwelijksleven getrokken wordt, is „mysterie" te betrekken op die Schriftplaats en niet op de instelling van het huwelijk als zodanig. Dan is dus met ,,mysterie" bedoeld de allegorische zin van het Oud-Testamentische woord: de daarin heimelijk verborgen voorzegging over de verhouding van Christus en de gemeente".

De Engelse commentator Gore (A new Comm. on H.S.) verklaart bij vers 32 : ,,ik citeer dit nu met betrekking tot Christus en de Kerk. dat is : ik pas het toe op man en vrouw in het licht van de volmaakte vereniging tussen de hemelse Bruidegom en Zijn bruid".

In ieder geval is duidelijk, dat de apostel man en vrouw heenwijst naar de verhouding van Christus en Zijn gemeente ep daarmede is de ideale verhouding in het christelijk huwelijk wonderschoon getekend.

Zo moet dus de verhouding zijn : de man moet zijn vrouw liefhebben, gelijk Christus Zijn gemeente, en de vrouw past tegenover de man die houding, welke de gemeente behoort te kennen tegenover Christus. Hoofdtaak is hier dus zeker niet de onderdaniglieid der vrouw, doch veeleer de wederzijdse liefde, die er is tussen Christus en de Zijnen. Daardoor moet onze verhouding dus worden bepaald.

Vanuit dit gezichtspunt wordt nu duidelijk, dat men geroepen is elkander te helpen en bij te staan in alle dingen, zowel wat het gewone aardse bestaan betreft als wat betrekking heeft op ons geestelijk leven. Daartoe heeft God ons samen verbonden. En Luther merkt ergens op, dat het zo moet staan tussen man en vrouw, dat de man zich reeds verheugt, wanneer hij de schoorsteen van zijn huis op verre afstand ziet roken. En gezegend het huwelijk, waar de verhoudingen van weerskanten zo liggen !

Maar evenzeer is nu duidelijk, dat zij elkander ook tot steun moeten zijn in de dingen, die het eeuwige leven betreffen. Er ligt dus ook een taak voor man en vrouw om elkander tot steun te zijn op de smalle weg, die ten leven leidt.

Maar wat komt daarvan in menig huwelijk weinig terecht. Man en vrouw zijn, geestelijk gezien, dikwijls onbekenden voor elkander. Men durft met elkander niet spreken over zijn geestelijk leven. Misschien is het valse schaamte. Misschien ook, omdat wij elkander niet zien in het dagelijkse leven, zoals wij zijn moesten, maar zoals wij werkelijk zijn, namelijk: zondaar. Ach, er is altijd weer spanning tussen ons geloof en ons leven, tussen onze belijdenis en wandel. Lees slechts Rom. 7. En dat zal ook in het leven van Gods kinderen zo blijven. Dit is uiteindelijk ook de strijd des geloofs. Maar daarom kan het wel eens moeilijk zijn met elkander te spreken op „geestelijke" wijze, terwijl soms de dag zo ,,vleselijk" werd door gebracht. Doch daar moet dan verandering in komen, niet slechts in ons persoonlijk leven, maar ook in ons samen-leven als man en vrouw. In een waarachtig christelijk huwelijk is voor alle dingen nodig, dat wij niet slechts ons huwelijk begonnen zijn „in de Heere", doch dat wij in het huwelijk ook ,,één blijven in de Heere" !

En wat is schoner denkbaar dan twee mensen, die zo nauw met elkander verbonden zijn, dat de dood slechts scheiding kan brengen. Neen... ik moet het anders, ,,christelijk" zeggen : dat zelfs de dood tussen hen geen scheiding kan brengen, daar zij door het geloof met Christus en daarom ook met elkander op zoveel hogere wijze verbonden zijn. Heerlijk, wanneer beide door het geloof een beter vaderland op het oog hebben, n.l. het hemels vaderhuis.

Hoe wij elkander kunnen helpen in ons geestelijk leven, zal voor ieder wel duidelijk zijn. Bekend is het verhaal van Luther, die op zekere dag zeer somber en gedrukt was. Zijn vrouw bemerkte, dat Luther's geloof danig geslonken was. Plotseling ging zij naar buiten en sloot alle luiken. Stom verbaasd vroeg Luther, wat er wel gaande was, waarop Catharina antwoordde: „O, ik dacht, dat de God van Luther dood was!" En Luther schaamde zich diep over zijn ongeloof. Ja, zo kunnen wij elkander op eenvoudige wijze uit het moeras van moedeloosheid en kleingeloof helpen, wanneer ons oog maar steeds gevestigd is op de Heere.

Gelukkig de man en de vrouw, die elkander zo tot steun en hulp kunnen zijn, vooral ook in hun geestelijk leven. Ursinus, één van de schrijvers van onze Catechismus, noemt als doel van het huwelijk o.a. : een vereniging van de gehuwden tot arbeid en gebed. Deze vereniging is immers inniger dan alle andere en daarom zijn de gebeden der gehuwden ook vuriger". Aldus Ursinus.

Daarom is het juist zo belangrijk, dat het samen neerknielen, dat in de kerk begonnen is, wordt voortgezet vanaf de eerste dag in het huwelijk. 

Laten wij er daarom voor waken, dat zich niets voordoet, waardoor dit gebed verhinderd zou worden. In het samen-bidden vinden wij God* terug, maar ook elkander. Wij kunnen immers niet samen bidden : „vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven ", zolang wij elkander niet vergeven, wat wij deze dag jegens elkander misdeden.

Daarom ligt in dit samen bidden de enige garantie voor een blijvend „christelijk huwelijk".

Zo behoren wij als man en vrouw voor Gods Aangezicht te leven !

Dan zal er van echtscheiding niet spoedig sprake zijn !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Huwelijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's