De Puritein van de Hertenpolder
FEUILLETON
27)
Hij is wat gaan worden bij de mensen en de liefde van Christus is uit zijn hart geweken. Het is er koud en dood geworden. Donkere schaduwen zijn er gevallen over z'n leven.
Van Janus is h ij een opgewekt gelaat gewend en nu ziet hij dat hij niet is als gisteren en eergisteren. En hij voelt, dat Janus geheel ontvankelijk is voor zijn jeremiades wegens de donkere toestand van zijn zieleleven.
— Door m'n eigen schuld is het mij vergaan als de dichter van Psalm 102, die uitriep : Ik ben een roerdomp der woestijn gelijk geworden, ik ben geworden als een steenuil der wildernissen.
Deze verdrukking der ellendigheid. Janus, komt me zo menigvuldig voor, dat ik me als overstelpt voel, gelijk een schip in de storm op zee. Dan volgen de angsten mij zo op, dat 't is als bij de golven. De ene komt op door de komst van de andere.
Deze ontroering in de zee van mijn ziel wordt veroorzaakt door Gods machtige stormen. Het is 't onweer van Gods toorn. Hij schudt mij uit mijn dommel en uit mijn eigenwillige godsdienst. Dat is al onrein bevonden. Ben Ik een Heere, zegt Hij, waar is Mijn ere ? Daarom ligt nu alles gebroken ! En ik kan niet opkomen, totdat Jezus van Zijn liefde mededeelt en genadiglijk overkomt. Want Hij is de menigvuldige verlossing mijns aangezichts.
Als Frans van Luik, de schoenmaker van Ringelberge, dan verder uitweidt over de geestelijke verlatingen zijner ziel, gaat het bij Janus lichten. Hij wordt zeldzaam vertroost door deze ontboezeming van de ellendigheden der duisternis. Nu is er ook voor hem nog hoop. Want Van Luik is een kind van God, die menigmaal met stichting gesproken heeft van de verborgenheid van het Koninkrijk Gods. Janus heeft hem wel gehoord met zulk een vuur, waarachter de invloed en drang des Geestes duidelijk merkbaar was.
En nu zit de schoenmaker daar. En de tranen rollen hem over de wangen. Doch Janus heeft geen medelijden. Ziende op zichzelf, is hij verheugd dat er nog hoop is. En hij weet, dat God nooit laat varen de werken Zijner handen.
Hij weet, dat de boetvaardigheid de beste zielsgestalte is voor de zondaar. Hij wordt omhangen met 't gewaad des lofs, de bevrijding, die de vergevende liefde schept. De ware vrijheid.
Het is even stil.
Dan komt Gieson binnen, met een tas vol schoenen.
Janus is het, of er een kille wind mee naar binnen stormt. Hij wenst geen contact met Gieson op dit ogenblik, want er is hoop voor de ellendigste der mensen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's